



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
De buurtwinkel: tussen kleine zelfstandige en grote keten
Wie geregeld inkopen doet in een lokale buurtwinkel is waarschijnlijk al opgevallen dat de klassieke kruidenier die al jaar en dag hetzelfde winkeltje openhoudt zeldzaam is geworden. De sector in Gent, maar ook in andere steden verandert snel. Waar de kleine zelfstandige vroeger zijn plaats had in het straatbeeld, is nu de kleine supermarkt in opmars. Vaak zijn deze kleine marktjes franchisewinkels, die uitgebaat worden door een zelfstandige, maar verkopen onder het merk van een grote keten.
Tegen een recente sluiting en franchisering van zestien GB’s door Carrefour kwam nogal wat protest. Ook in Gent kwamen er onmiddellijk acties tegen de franchisering van GB-Dampoort.
De rise and fall van GB-Dampoort, een chronologie
De levensloop van GB-Dampoort toont goed aan wat precies de dynamiek is achter de veranderingen in de manier waarop we aan onze levensmiddelen moeten geraken.
1960. Twee jaar na Expo ’58 verschijnt aan de Dampoort een grootwarenhuis. Het wordt een symbool voor de zogenaamde welvaartsstaat met zijn massaconsumptie. Honderden vrouwen en mannen uit de buurt verdienen hun boterham in de GB. Cassière, beenhouwer of rekkenvuller, wie bij GB werkte had een stabiele baan. Een inkomen waar je van kon leven. Een waardige werkomgeving met vakbondsmacht.
2000. GB, de oude Belgische grootdistributeur, valt in handen van het Franse Carrefour, de tweede grootste distributiegroep in de wereld na Wall-Mart. Carrefour doet wat alle internationale groepen doen: reorganiseren in naam van concurrentiekracht en productiviteit, ter eer en glorie van de aandeelhouders en de winstmaximalisatie.
Juni 2007. Carrefour maakt bekend dat ze verspreid over heel België zestien GB’s wil sluiten en dat hierdoor 900 banen zullen sneuvelen. Onder deze GB’s ook de Super GB aan de Dampoort.
Juli 2007. Het personeel en de vakbonden verzetten zich tegen de aangekondigde sluitingen. Aan GB-Dampoort wordt er geprotesteerd. Het personeel legt het werk neer en houdt een piket aan de ingang. Ook de buurtbewoners protesteren tegen de sluiting.
1 januari 2008. GB-Dampoort sluit één dag de deuren, maar is de volgende dag alweer open. Maar nu met ander personeel en een zelfstandige eigenaar. De GB is ‘gefranchiseerd’.
Franchisering: supermarktketens en winstmaximalisatie
Volgens de gegevens van Unizo – de Unie van Zelfstandige Ondernemers - is het aantal buurtwinkels in Vlaanderen op tien jaar tijd gedaald van meer dan 10 000 in 1995 tot iets minder dan 6000 in 2005. Daarin zitten bovendien ook nog eens 2200 nachtwinkels.
Oorzaak van deze daling is de concurrentie met grote goedkope supermarkten die zich meestal aan de rand van de stad bevinden. De belangrijkste strategie van grote supermarktketens in functie van winstmaximalisatie was dan ook lange tijd schaalvergroting en lage prijzen. Recent duikt er echter een nieuwe strategie op. Supermarktketens beginnen steeds vaker met kleine buurtsupermarkten te werken die ook de laatste troef van de lokale kruidenier afnemen: zijn nabijheid. Maar er is meer: deze kleine buurtsupermarkten zijn zo goed als altijd franchiseondernemingen. Een franchiseonderneming betekent in deze context concreet dat een zelfstandige een kleine supermarkt opstart of overneemt, maar daarbij wel zo goed als volledig afhankelijk blijft van de supermarktketen. De zelfstandige moet zijn producten via de supermarktketen blijven aankopen. Meestal kan deze zelfstandige de kleine supermarkt enkel opstarten of overnemen door een lening aan te gaan, bij een bank maar ook… bij de supermarktketen zelf.
Nationaal is het aantal franchisewinkels bij Carrefour de afgelopen twee jaar met ruim twaalf procent gestegen. Carrefour is niet de enige supermarktketen die franchiseert, ook andere supermarktketens hanteren een gelijkaardige strategie. Bij Delhaize, goed voor franchisewinkels als Proxy Delhaize en Shop ’n Go Delhaize, zijn er tussen 2006 en 2008 54 nieuwe franchisewinkels bijgekomen. Een stijging met vijftien procent. In andere sectoren wordt franchisering al langer frequent toegepast, de fastfoodrestaurants van McDonalds zijn bijvoorbeeld zo goed als allemaal franchise-ondernemingen.
Kort nadat Carrefour de sluiting van de zestien GB’s had aangekondigd bleek dat dit in werkelijkheid om een franchiseringsoperatie ging. Franchisering heeft een belangrijk voordeel voor de multinational en de aandeelhouders: ze behouden een belangrijke mate van controle (via prijsbepaling en tal van verplichtingen voor de franchisehouder), maar ze dragen minder verantwoordelijkheid en de loonkosten kunnen gedrukt worden doordat het personeel minder sterk staat.
Dat dit de verborgen agenda was van Carrefour blijkt nu heel duidelijk. Alle zestien GB’s zijn gefranchiseerd en elk overnamebod van concurrerende ketens (zoals dat van de groep Champion-Mestdagh) werd van de hand gewezen.
Terwijl dit tijdens de sluiting zelf in alle toonaarden werd ontkend, gaf Marc Oursin, de topman van Carrefour naderhand toe dat franchisering een doelbewuste strategie is om meer winst te genereren: “We zoeken oplossingen die ons toelaten om commercieel aanwezig te zijn en tegelijk het probleem van de winstgevendheid te regelen. Het antwoord is duidelijk: franchise” (De Morgen, 15 december 2007).
Wat onvermeld blijft zijn de concrete gevolgen van deze strategie voor klanten, personeel en gemeenschap.
Gevolgen van franchise
Hogere kosten voor de gemeenschap. Na de sluiting van GB-Dampoort werd het merendeel van het personeel met brugpensioen gestuurd. Deze mensen komen sinds het Generatiepact terecht in door de gemeenschap gefinancierde tewerkstellingscellen. Dit zijn met andere woorden mensen die een goede baan hadden maar die ontslagen worden door een multinational omdat die meer winst wil maken. De kosten van dit streven naar meer winst worden betaald door de gemeenschap die het afgedankte personeel moet opvangen. Om de kosten zo laag mogelijk te houden worden deze mensen zo snel mogelijk weer ‘geactiveerd’, de druk om zo snel mogelijk eender welke baan aan te nemen wordt dus opgedreven.
Lagere lonen voor het personeel. Het nieuwe personeel in de gefranchiseerde GB’s werkt aan veel lagere lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden dan het oude personeel. De christelijke vakbond ACV berekende dat doordat het nieuwe personeel in een ander paritair comité terechtkomt (201 i.p.v. 202), het aanvangsloon 16,5% lager komt te liggen, voor iemand met 22 jaar dienst komt het zelfs 40% lager te liggen. Het nieuwe personeel verliest ook haar vakbondsafvaardiging (in de zelfstandige supermarkten is het personeel altijd met minder dan vijftig – de grens voor een verplichte vakbondsafvaardiging), haar plaats in de Ondernemingsraad, en haar Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk.
Hogere prijzen voor de klanten. De nieuwe strategie van Carrefour is niet langer de laagste prijs leveren, maar wel ‘nabijheid’ - aanwezig zijn in de buurt. In de franchisewinkels zijn de producten beduidend duurder dan in de andere winkels van Carrefour. Volgens topman Marc Oursin is dit de prijs die betaald wordt voor de nabijheid van de supermarkt. Vraag is echter of de meerkost van de producten in een lokale supermarkt enkel te wijten is aan bijvoorbeeld de extra transportkosten. Carrefour kan dankzij de franchiseformule in elk geval naar hartelust experimenteren met hogere prijzen, zonder zelf veel verantwoordelijkheid te dragen. De lokale franchisehouder moet zijn producten aankopen bij Carrefour. Als de prijzen echter te hoog zijn of als de winkel om een andere reden niet goed draait, dan draagt de franchisehouder de belangrijkste verantwoordelijkheid. Een Carrefour-expresswinkel in de buurt van GB-Dampoort, op de hoek van de Jean Bethunestraat en de Louis Schuermanstraat, was bijvoorbeeld minder dan een jaar open. Toen die niet genoeg winst meer genereerde heeft Carrefour de winkel laten sluiten zonder dat iemand daar iets in te zeggen had. De uitbaatster zag haar investering in rook opgaan.
Kortom, de franchiseringsstrategie heeft als gevolg dat de werknemers een stuk minder goed af zijn, en dat de lokale gemeenschappen minder dan ooit greep hebben op de distributie van levensmiddelen. De beleidsmakers laten begaan.
Er is in 2006 wel een franchisewet goedgekeurd maar die beschermd slechts één persoon, namelijk de franchisehouder die alle verantwoordelijkheid op zijn nek krijgt. Die bescherming is dan nog heel beperkt: Unizo staat er na aanvankelijke steun eerder kritisch tegenover, vooral door het ontbreken van een geschillencommissie.
Wat betreft bescherming van het personeel is er in België nog steeds geen algemene regeling voor vakbondsafvaardiging in onderneming met minder dan vijftig werknemers. In de buurlanden is er nochtans een vakbondsvertegenwoordiging vanaf elf (Frankrijk), vijf (Duitsland) of tien (Nederland) werknemers.
Tegenbewegingen: klanten solidair met het personeel
Tijdens de acties tegen de sluiting van GB-Dampoort protesteerde niet alleen het personeel tegen de sluiting, ook uit de buurt kwam er verzet. Er werden handtekeningen opgehaald tegen de sluiting en aan het raam verschenen affiches waarop stond te lezen “Carrefour(t), onze supermarkt moet open blijven!”. Veel mensen uit de buurt waren verontwaardigd dat hún buurt-GB zal sluiten en verklaarden zich solidair met het personeel.
Een dergelijke actie mag uitzonderlijk genoemd worden. Wanneer er problemen zijn in een bedrijf worden klanten en personeel dikwijls tegen elkaar uitgespeeld (denk maar aan de treinstakingen, de poststakingen of de stakingen van het luchthavenpersoneel). Zelden wordt er gewezen op de gemeenschappelijke belangen tussen klanten en personeel.
Hier en daar klonk de opmerking dat het hier toch een vreemde actie betrof. “Zijn de multinationals niet juist het probleem?”, klonk het bij sommigen. “Is het dan niet vreemd om op te roepen dat een filiaal van een multinational als Carrefour moet open blijven? Is het niet juist goed dat de GB’s sluiten? Moeten we niet veeleer lokale buurtinitiatieven ondersteunen, kleine zelfstandigen, ontwikkeling van onderop…? Kan lokaal ondernemerschap via buurtwinkels bijvoorbeeld ook niet zorgen voor emancipatie van nieuwkomers in ons land?”
Dit zijn zeker relevante opmerkingen. De vraag is echter of lokale buurtinitiatieven op zich voldoende zijn. De grote supermarktketens gaan met de franchiseformules nog meer de ‘kleine zelfstandigen’ beconcurreren. Zonder meer inspraak van klanten en personeel in deze reusachtige organisaties die het overgrote deel van de distributie van onze levensmiddelen organiseren, is het heel onwaarschijnlijk dat de nieuwe lokale kruideniers veel toekomst hebben.
ELIAS VLERICK
Bronnen:
www.unizo.be
www.acv-online.be
www.franchise.be

Discussie over buurtwinkels
Discussie over buurtwinkels en bovenstaand artikel op Gentblogt:
http://www.gentblogt.be/2008/08/12/buurtwinkels-beleven-revival-in-centrum-gent