



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Wonen in Amsterdam: hoe raak is anti-kraak?
Wonen is een noodzaak, dat staat als een huis. Zo’n huis vinden is daarentegen minder vanzelfsprekend. Door schaarste is de Nederlandse huizenmarkt voor velen een struikelblok. Onderhuren of kraken kan helpen, maar het zijn slechts tijdelijke oplossingen. Je draagt er natuurlijk wel een boodschap mee uit. Door te kraken kaart je de leegstand aan, en door het pand zelf te bewonen ga je leegstand tegen. Maar kraken mag niet. Een gelegitimeerd alternatief in Nederland is anti-kraken.
In het geval van antikraak of ‘tijdelijke huur’, zoals deze woonvorm eufemistisch heet, wordt de woononzekerheid voorgesteld als een avontuur dat tot de verbeelding van de flexibele jeugd moet spreken. Onder het mom van lage maandelijkse lasten, afwisseling en bijzondere woonlocaties wordt het systeem van anti-kraak voorgesteld als dé oplossing voor studenten die de huur van een studentenkamer niet kunnen opbrengen. Maar die flexibiliteit moet vooral van de kant van de ‘huurder’ komen. Eenopzegtermijn van twee weken of minder is heel normaal wanneer je als kraakwacht of huisoppasser een woning betrekt.
Het systeem werd ingevoerd met de Leegstandswet uit 1985, die het makkelijker maakte om een leegstaand pand dat bestemd is voor renovatie, sloop of verkoop tijdelijk te verhuren. Bij tijdelijke verhuur dient men de gangbare huurrechten niet te respecteren, wat vooral voor de eigenaars een goede zaak blijkt te zijn. Zo kunnen eigenaars zich ervan verzekeren dat ze de bewoners op elk moment uit het pand kunnen zetten. Tegelijkertijd is hun pand door de tijdelijke bewoning meteen ook beschermd tegen krakers. Dat is mooi meegenomen, want krakers zijn het vaak niet eens met de plannen van de eigenaar. Geen onbelangrijk detail, aangezien het niet evident is om krakers die weten waar ze mee bezig zijn snel een huis uit te krijgen. De juridische tegenkanting die vaak gepaard gaat met een sterk mediaoffensief heeft menig kraakpand al gered van nakende ontruiming.
Dat de krakersbeweging zich zou verzetten tegen tijdelijke verhuur en anti-kraak was dan ook te verwachten. De krakers klagen verschillende ‘wantoestanden’ van het systeem aan. Door een pand tijdelijk te verhuren krijgt de eigenaar vrij spel in vastgoedspeculatie; op die manier legitimeert de overheid de macht van de speculant. Bovendien komen met anti-kraak de huurrechten op losse schroeven te staan. Het lijkt wel alsof men er van uitgaat dat jongeren wel kunnen leven met een beetje onzekerheid - net zoals ze kunnen leven zonder recht op een uitkering. Nog een reden waarom ze anti-kraak aan de kaak stellen is de onderbezettingsgraad van zo’n gebouw. Meestal wonen er stukken minder mensen in een tijdelijk verhuurd pand dan mogelijk is. Het systeem is immers niet opgezet om zoveel mogelijk mensen aan een woning te helpen, maar om de panden te vrijwaren van kraakacties in periodes van leegstand.
Dat bewijst ook het volgende voorbeeld.
In Amsterdam zijn er veel sociale huurwoningen, die door verschillende woningbouwcorporaties beheerd worden. Deze organisaties werden aanvankelijk als overheidsbedrijven gerund met een eenduidig doel: het verschaffen en vrijwaren van betaalbare woonruimte. Nadat deze bedrijven echter geprivatiseerd werden, zijn ze geleidelijk aan een andere koers gaan varen. Nu worden veel panden - doorgaans huizen die al opgedeeld zijn in verschillende appartementen – ‘opgesplitst’. Deze term is misleidend. Hij lijkt immers te impliceren dat er meer wooneenheden gecreëerd worden, terwijl gewoon het eigendomsrecht van het pand opgesplitst wordt. Zo kan men overgaan tot de verkoop van afzonderlijke etages. Vaste huurders trachten vaak roet in het eten te strooien, waardoor dergelijke splitsingsprojecten aanzienlijke vertraging oplopen, of zelfs niet door kunnen gaan. De woningbouwcorporaties leren echter ook bij. Alvorens hun plannen bekend te maken, wachten ze tot het gros van de bewoners met een normaal huurcontract vertrokken is. Dat lukt door, telkens wanneer een vaste huurder vertrekt, een tijdelijke huurder het leeggekomen appartement aan te bieden (anti-kraak). Op die manier wordt het bewonersverzet in een premature fase de kop ingedrukt en lijkt het onmogelijk hier nog tegenin te gaan.
Al deze negatieve aspecten ten spijt blijft het voor een grote groep mensen, onder wie veel studenten, aantrekkelijk om zich tijdelijk ergens te vestigen met behulp van een bedrijf dat bemiddelt tussen eigenaar en bewoner. Het kost minder moeite om een woning te vinden, je huurt tegen relatief lage maandelijkse lasten, en als je van pand naar pand trekt geniet je van een afwisselende woonomgeving. Hier staat natuurlijk tegenover dat je meteen moet kunnen vertrekken, en dat je mooie liedje waarschijnlijk niet lang zal duren. Tenzij je natuurlijk via rechtswege huurrechten kunt afdwingen. Maar dat is nu net waar de doorsnee pragmatische student zich niet toe geroepen voelt. Zo kunnen eigenaars en bedrijven ondanks de kritiek ongestoord hun gang blijven gaan.
CHRISTIAEN DE BEUKELAER
