



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Column
Column: De Tegel
Het eerste wat hij altijd naar buiten steekt is zijn hoofd. Met de rest van zijn lijf nog achter de voordeur scant hij onze buurt af. Het is niet de kust die veilig moet zijn, maar het trottoir voor zijn eigen huis.
Meer dan een kinderwagen met moederlijke duwer of een gekostumeerde werkmens met fles wijn onder de arm passeert er meestal niet. Maar hij is een voorzichtig man. Altijd op zijn hoede voor een puber die de snelheid van zijn bromfiets op het voetpad wil uittesten. Of een hondenuitlater die de controle over de leiband dreigt te verliezen.
Ode aan de stedenbouwers
Bouwvakkers. Mannen die met hun handen steden bouwen, die neerkijken op zij die dat met lijnen op papier proberen te doen en lachen met degenen die denken dat ze het met letters kunnen. Mannen van mortel en steen die de hele straat inpalmen met hun stopkreten, hun werfradio en hun slecht geparkeerde vrachtwagens. Ze noemen je “manneke” of “schoon madammeke”. Dokwerkers zitten in hun haven, metaalarbeiders verlaten hun bedrijven alleen om te staken en truckers blijven ten allen tijde in hun truck. Bouwvakkers doorwoelen de stad, ze fluiten naar onze vrouwen en wijzen belerend naar hun polshorloge wanneer je pas om negen uur met je aktetas het huis verlaat. Zij hebben al twee brooddozen leeggegeten op dat uur. Hoog op hun stelling informeren ze lacherig hoe het met het vrouwtje gaat en of ze nu geen kou heeft, alleen in bed? Je kan niet anders dan ze negeren, naar de grond kijken en wegfietsen. Ze lachen met je tas en gniffelen omdat je fietst. Het is geleden van op de speelplaats dat iemand je met dit stekende gevoel opzadelde. ’s Middags in de werfkeet gaan blote vrouwen van papier van hand tot hand en ze vragen aan de “kleine”, want er is altijd een kleine bij, of hij dat al eens in zijn handen heeft gehad, zo een boezem? Het joch kijkt verlegen in zijn brooddoos. “Kijk nu toch eens hier kleine, ze zijn verdorie bijna groter dan uw hoofd. Jongen toch, mocht je daar met je neus tussen geraken je zou versmachten.” Ze lachen zo hard dat ze er van beginnen te vloeken. Godverdomme toch. Geen tien seconden later is het stil en staren ze voor zich uit. Minuten lang, geen mens die weet wat op hun schouders weegt maar het is iets triestig en het weegt als beton. Dan is de pauze voorbij en zuchtend staan ze recht om er terug aan te beginnen. De slijpschijven jagen het stof tot in hun ondergoed en als de zon niet genadeloos brandt, regent het en verdragen ze gebukt dat ze langzaam nat gepist worden vanuit de hemel. Want het is een klotejob, altijd buiten, en het enige wat de baas goed kan is commanderen en rondrijden in zijn auto. Ze mikken hun venijnige slijm, die mix van stof en regen en nicotine, op het trottoir. Ze gorgelen lang en rochelen luid. Ze halen het van zo diep op dat het zorgen zouden kunnen zijn die recht uit hun hart komen. In aloude werkmanstraditie worden de fluimen hooghartig vermorzeld door een met stalen zolen gepantserde voet. Brandende sigaretten worden zo genadeloos niet gedoofd.
De vuile broek van Gent
Het gebeurde hoogst zelden dat we op familiebezoek gingen bij onze Tante Gaby die in Jette resideerde. Het was niet zozeer de lange autorit vanuit het diepe West-Vlaanderen die ons tegenstond - in de late jaren zestig waren files op de autostrade nog een zeldzaamheid - het was het naakte feit dat Jette tot het grondgebied Brussel behoorde dat de lage frequentie van onze bezoekjes verklaarde.
Mijn vader was een flamingant van de harde lijn, het francofone Brussel beschouwde hij als vijandig gebied. Zijn oplossing voor de Brusselse kwestie was even simpel als rechtlijnig: platbombarderen en er een reusachtige parking van maken. Het was dan ook met tegenzin dat hij één keer per jaar achter het stuur van onze Simca kroop voor het obligate nieuwjaarsbezoek op volksvreemd terrein.
Gent-Istanbul
Tussen colère en weemoed
“Hoelang nog ga ik je zoeken van huis tot huis, van deur tot deur?
Hoelang nog van hoek tot hoek, van straat tot straat?”
Mevlâna
Vroeger op school dacht ik dat mijn eenzaamheid een tijdelijke situatie was. Pas jaren later, wanneer ik in het duister van de nacht spoorloos door de lege, desolate straten van Gent dwaalde wanneer mijn zelfhaat en onrust onhoudbaar werden, dat wil zeggen wanneer ik ongelukkig was, heb ik de eenzaamheid als mijn lot aanvaard.
Spiders on the wall
Er staat een klein Indisch meisje in het West-Vlaams tegen mij te roepen dat ze wc-papier nodig heeft. Dat kan wel zijn, maar ik ben alleen maar de dj, zeg ik tegen haar. 'Ken je mij dan niet meer?', tiert ze. 'Ik ben Ingeborg en we hebben hier vorig jaar gespeeld met de Pikdersers.'
GENT - DAMASCUS
Rond het jaar 1100 staken horden wilde godsdienstfanatici de Bosporus over. Barbaarse bendes waren het, pionnen in een geopolitiek spel om winstgevende handelsroutes te controleren en heilige plaatsen te vuur en te zwaard te veroveren.
Rebel met een kopje koffie
Ne smos, ne martino en ene met kip curry en ananas. Mijn collega's bestellen hun broodjes; een ritueel dat zich elke werkdag opnieuw herhaalt. De zomer is voorbij. We verliezen opnieuw ons recht om te klagen over een zon die er niet is. Vanavond ligt de worst weer in de pan en niet op de barbecue. We korten onze dagen in. En ook onze wegen. Het klokje tikt weer vaker thuis. De datums op de festivalfolders zijn verstreken en het nieuwe televisieseizoen is begonnen. Wat voor een distributieloze ziel als mezelf geen goede zaak is. Het aantal onderwerpen waarover ik tijdens lunchpauzes kan meepraten, slinkt zienderogen. Gelukkig worden er ook nog recensies geschreven over spraakmakende programma's.
Destination Dennisland
Die triomfantelijke grijns op het gezicht van mijn buurman Gustaaf, het leek wel Keizer Karel in eigen persoon nadat die er na veel zwoegen en zweten in geslaagd was om de fiere stad Gent aan zijn imperiale gezag te onderwerpen.
'Manneke, manneke', riep hij, 'ge gaat mij niet geloven.'
Het partijblad (deel II)
Een heel mooi, stichtend en leerrijk artikel in het INFORMATIEBLAD van de partij waarvan we ons de naam nog steeds niet kunnen herinneren (maar ’t heeft in feite weinig belang) gaat over de adoptie van een lesbische pinguïn door Casa Rosa. Casa Rosa is een Gentse homotent. Kwestie voor de schrijvelaar van deze primeur is eigenlijk dat Casa Rosa subsidies krijgt van de stad Gent en de provincie Oost-Vlaanderen. Dit betekent dus, zo weet detective Van Zwambiet, na een diepgravende enquête omtrent de feitelijkheden, te concluderen dat die lesbische pinguïn eigenlijk dus logischerwijze geadopteerd wordt met gemeenschapsgelden.
Het partijblad (deel I)
Onderstaande tekst is de neerslag van een toespraak van Dirk Liefooghe, die hij op 11 april 2007 hield in de Coffee Lounge ter gelegenheid van het verschijnen van ‘Solo’, het nieuwste boek van Bavo Dhooge.
Thema's en artikeltypes
Thema's en artikeltypes met meer artikels worden groter weergegeven, thema's en artikeltypes met minder artikels kleiner.
