



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Toen de sterre bleef stille staan …
Er zijn geen zekerheden meer. Het is een pijnlijke vaststelling, maar goed, wat te denken van volgend krantenbericht: Jezus kwam niet ter wereld in een stal zoals werd aangenomen, maar wel in het gastenverblijf van een woonhuis.
Voor velen is dit een minder belangrijk nieuwtje in de ochtendkrant, maar ik verslikte me toch even in mijn vet schuimende cappuccino. Met een pennentrek wordt hier het kerstverhaal herschreven. Want wat blijkt: de nieuwste bevindingen in bijbelstudieland tonen een licht genuanceerd verhaal. Jozef en Maria werden niet uit de stad Betlehem gezonden met kwalijke bedoelingen. Neen hoor, door de nakende feestelijkheden rond het Joodse Chanoekah, zat alles in het centrum volgeboekt, waardoor ze zich verplicht zagen iets buiten de stad te gaan zoeken.
En nu komt de finesse: Daar belandden ze niet in een krakkemikkige stal, maar wel in de gastenkamer van een plattelandsfermetje. En in de realiteit van de tweekamerwoning staat deze synoniem met het iets minder luxueuze kamertje-voor-alles.
Goed, dat diende ook als onderkomen voor de dieren (denk os en ezel), maar dit had het bijkomstige voordeel van een gezellige warmte. Kort gezegd: de bijbelgeschiedenis wordt hier toch lichtelijk bijgestuurd.
Je hoeft me nu niet direct te associëren met wierook en zelfkastijding, gewoon omdat ik even een bijbelse toon aansla. Een lidkaart van Opus-Dei heb ik nooit gehad en de jaren van kerkbezoek en hostiehappen liggen onder decennia stof verborgen.
Dat ik een lichte onrust onder mijn leden voelde schuiven, heeft veeleer te maken met een aantal evidente associatieprocessen die deel uitmaken van mijn natuur. Zelfs nu nog, jaren na mijn zondeval in de poel van het atheïsme, onthoud ik een aantal sterke beelden uit mijn toenmalige katholieke opvoeding. Een ervan is het gevoel van plaatsvervangende schaamte dat mij overmeesterde bij het aanhoren van het wreedaardige “want in het nachtverblijf was voor hen geen plaats meer”.
Wat voor mensen waren het die een hoogzwangere vrouw zomaar de stad uitstuurden om in een schamel stalletje haar kind op de wereld te zetten? Rotzakken, ja. Zeker wanneer je verder in datzelfde boek leert hoe geciviliseerd dat volkje eigenlijk is. Reizigers worden de voeten gewassen en krijgen kosteloos maaltijd en slaapplaats aangeboden. Water wordt tot wijn gemaakt, een visje wordt gedeeld tot je er een kilometerslange grillspies mee kunt vullen.
Naastenliefde en gastvrijheid spatten er van elke bladzijde. En dan deze ontluistering. Geen weigering, noch de nagalm van de dichtgesmakte deur. De herberg zat écht wel vol, en daarom werd Jezus niet geboren in het Betlehem Hilton met uitzicht op de historische binnenstad, maar wel in het toenmalige equivalent van het hoevetoerisme in de groene rand.
Nuchter als ik ben, zie ik het ook niet als een toeval dat net nu die klemtoon verschuift. Het had eigenlijk wel iets: de hardvochtigen die de deur gesloten hielden, waar er zeker nog een warm plekje was om het nieuwe leven te ontvangen. En daarnaast, het armoedige maar o zo warme kribbetje temidden van de simpele goedmenende herdergemeenschap.
Menige metafoor werd uit deze historie geboren: van kansel tot hulpcomité deed het verhaal dienst om de vastgeroeste omstaander tot actieve betrokkenheid te dwingen. Een ware schop voor het geweten. En hier eindigt dit in de kille lucht van het ovenverse millennium.
Niet langer hoeven we ons te schamen om de armzalige kraamklinieken van de ander. Want alles is relatief. Niet dat we niet gastvrij en open zijn, maar de limiet is bereikt en we bieden je het beste alternatief. We sturen jullie wel drie wijzen met de nodige eerste hulp, noem ze misschien Melchior de blauwgehelmde, arts Balthazar de onbegrensde en naïeve Caspar de eenzame wereldbeteraar.
Die zullen de nood wel lenigen, wijl in de herberg onvermoeibaar verder wordt gefeest.
O ja, voor ik het vergeet, ergens in het verhaal wordt ook nog iets geschreven over de ruiters van de Apocalyps. Maar hoe dat juist eindigt, tsja …
DAVY
Davy, je bent je katholieke
Davy, je bent je katholieke opvoeding te boven gekomen, oef! Maar maak je je met een laatste opheldering er niet wat gemakkelijk van af? Wat voor een stal doorging was eigenlijk een gastenverblijf, hoe durven ze. Niet onbelangrijk detail: er was wel een os en een ezel, om de warmte weet-je-wel. En daar mocht de jonge moeder dus bevallen. Het moeten hippie's zijn die daar, vandaag, voordelen in zien. Let er op dat ik hier woorden -woordjes- gebruik om het allemaal wat knusser voor te stellen. Heel volks, allemaal, om een verhaal wat aan te dikken. De kitsch druipt er af. Maar 't punt is ook dat het door mensen van een -op dat moment- verdrukt volk geschreven werd, dat het over (goddelijke) gerechtigheid wou hebben. Zo'n honderd jaar later geschreven, nadat definitief gebleken was dat de Pax Romana en hun 'staatsburgerschap' geen goed gefundeerde rechtvaardigheid bracht, welintegendeel. De verwoesting van de tweede tempel in Jerusalem, dat was zoiets als democratie invoeren in Irak. Laat dat de echt belangrijke details zijn, als we het over de oorsprong en de geschiedenis van dat verhaal willen hebben. Dat zo'n literaire geschiedenis voor ons 'vervelende' details doet bovenkomen, kan ik me goed voorstellen. Maar of we er dan zo'n drama van hoeven te maken? Als van de asielzoekers die vandaag in kerken en bij een enkele partij bescherming genieten, iemand later een verhaal over de precaire omstandigheden zou schrijven, noemen we hem dan een nestbevuiler, of willen we de tragiek er dan (echt) van inzien?


Wel verwonderlijk die
Wel verwonderlijk die reactie : ik dacht dat onderhand iedereen wist dat de de 'artikelen des geloofs' grotendeels op vertaalfouten berusten. Zoals de maagdelijkheid van Maria, die tot stand gekomen is via de vertaling naar het Grieks parthenon en het Latijn virgo, waar een connotatie van maagdelijkheid aan kleeft die in het hebreeuwse origineel volledig ontbreekt (Joodse 'dienstmeisjes' waren per definitie getrouwd...)