



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Mi casa es tu casa
'Gastvrijheid?' 'Ja', zegt iedereen waarschijnlijk onmiddellijk kwestie van dat mens zijn in deze onmenselijkheid. Ook ik zeg daar 'ja' tegen, al is het maar dat een 'ja' positiever klinkt dan een 'nee'. Wel heb ik wat gastvrijheid betreft beperkingen ingelast in mijn niet-zijn. Slechte ervaringen liggen aan de oorsprong daarvan. Soms dienen toegevingen te worden gesnoeid. Daarbij denk ik aan de verhouding hand en arm, en wat je geeft, en wat men je soms afsnoept.
Maar algemeen gezien dus: gastvrijheid : JA!
- Is er bezoek, terwijl ik bezig ben ... geen probleem.
- Een vriend die een nacht geen thuis heeft ... kom maar binnen.
- Slechts 1 pintje in de frigo ... tuurlijk dat ik het presenteer.
Wat langere periodes betreft, of gevoeliger zaken, ligt het anders.
Tot vier maal toe heb ik diverse vrienden een jaarlang gratis en voor niks tussen de muren van dat kot van me laten vertoeven, en dat ik daar uiteindelijk de dupe van werd, moet men mij niet trachten te betwisten. De keuze van gasten had er natuurlijk grotendeels mee te maken. Een verslaafde blijft een verslaafde, en een lul is een lul. Maar het ligt ook een beetje aan mezelf. Ik ben een zaad bestaande uit een portie eenzaat. Ik ben graag alleen. Meer zelfs : ik MOET alleen zijn.
Wat mij betreft is eenzaamheid geen lelijk woord maar een zegen. Ik ga zelfs zover dat ik van oordeel ben dat wie niet alleen kan zijn een sukkel is.
Maar bon, terug naar gastvrijheid.
Ooit nam ik een Duitser in huis die op doorreis was, en me wijsmaakte dat ze hem bestolen hadden.
Ik liet hem op mijn kosten leven, en we hadden genoeg lol, dat ik alle argwaan liet varen. De vijfde dag bleek bij het opstaan de logeerkamerdeur open, het bed ongevuld, en wat spullen waren verdwenen, waaronder een uurwerk van duizend euro. Het betrof een erfstuk van mijn pa, en 'k had die kerel verteld hoezeer dat uurwerk aan mijn hart lag. Het was zelfs geen dief met klasse. Hoe gangster je ook bent, je hebt principes.
De tekenen waren nochtans duidelijk geweest. Bij het binnenkomen de eerste nacht viel hij prompt in het keldergat, en toen vond ik het nog een geluk dat hij zijn nek niet had gebroken...
Wil ik zeggen dit, en laten we elkaar niet verkeerd begrijpen: ik zit zonder vooroordelen, ik ben niet verbitterd, ik koester geen wraakgevoelens, enzomeer, en iedereen is welkom. Maar iedereen is iedereen, en dus toch maar niet iedereen. Voor de rest geen probleem. Ook al is het een Duitser.
Daarbij denk ik aan mijn grootvader die met zijn gasvrijheid mijn overgrootvader de dood had ingestuurd. Mijn grootvader was SS-er, en mijn overgrootvader zat in Bergen-Belsen.
Ook hem had ik vergeven. En wat kan een mens anders ?!
Maar bon da's een ander verhaal...
FRANCOIS SEMAY

