Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Schemerzones

TT05_p23 schemerzones carmendevos.jpg
(foto: carmendevos)

Vrijdagavond 6 januari. Het schemert. In de tuin van een gekraakt terrein net buiten de ring, staat een caravan. Zíjn huis. Petje, (nep)diamant in het linkeroor, hiphop vest, sportschoenen. Geen kousen. Hij rilt van de winterkou, lacht om de winterkou. Een jaar terug leefde hij op straat. Hij was achttien geworden, dus moest hij weg uit de Limburgse instelling voor ouderloze, minderjarige sans-papiers. Hij kwam in Brussel terecht. Iedere avond ging hij op zoek naar een slaapplaats, naar warmte. De noodopvang voor daklozen was enkel om de andere nacht een mogelijkheid. Hij kon er terecht als hij er de avond ervoor níet geweest was. Dus moest hij soms op straat blijven. Dan overnachtte hij in het station Brussel-Centraal. Zijn schoenen werden er eens gepikt terwijl hij sliep. Hij zag er veel, dacht er veel en op een dag werd het hem te veel. In zijn jeugdig enthousiasme vertelde hij luid aan wie het horen wou: ‘ik ga eronder door!’. Iemand nam hem mee naar Gent, een ander zorgde voor de caravan.

 

***

 

Het Rommellandje aan de Bevrijdingslaan is niet meer. Verschillende versies over het failliet van de bizarre zaak die handelde in oude stereo’s en fietsen, rugzakken en kinderwagens, doen de ronde. Nu voor de deur: een container. De inboedel van het Rommellandje op een hoop. En erbovenop, als woelratten, mannen in leren jassen. Op schattenjacht. De elektrotoestellen monsterend. Ze hopen op een interessant exemplaar dat over het hoofd is gezien door de vorige lading containerbezoekers. Het is een vreemd zicht: silhouetten in alle houdingen gekromd over een hoop oud ijzer.

 

***

 

Iets verder, langs de Coupure, staat een oude dame bij een vuilnisbak. Zestig jaar, onopvallend gekleed, met een plastic zak in haar hand. In het donker doet ze haar werk. Geduldig duwt ze afval de openbare vuilnisbak in. Het ijzeren plaatje in het midden van de gleuf zorgt ervoor dat ze met kleine hoeveelheden moet werken. Ze is geconcentreerd.  Ze voedert de vuilbakken langs het kanaal.

 

***

 

Een verkrotte woning vóór renovatie in Ledeberg. Op één verdieping wonen ze met achten. Een tijdelijk onderkomen. Ze werden uit hun huis gezet. Dat huis is nog te bezichtigen. Vanbuiten toch. Het staat aan de Rooiegemlaan. Stalen platen voor deuren en ramen op de benedenverdieping, open ramen op de andere etages. Al drie maand is het gezin op zoek naar een nieuwe woonst, terwijl hun oud huis gebarricadeerd verkrot. Het is niet eenvoudig om iets betaalbaars te vinden voor een man, zijn vrouw met dochter, en hun vijf kinderen. Zeker niet wanneer je geen officieel werk, geen uitkering, geen kindergeld of een andere inkomstenbron hebt. Op tafel gooien ze de biljetten samen. Verdiend met zwartwerk in de bouw aan vijf euro per uur en met kranten bedelen. Ze komen aan 190 euro. Te weinig voor het goedkoopste appartement dat op ‘de markt’ te vinden is.

 

***

 

Ze leven in de stad, in deze stad. De Angolese kindsoldaat in een pand dat hij bezit noch huurt, de Albanezen die vroegtijdig ijzer recycleren, de Belgische vrouw met haar illegale afvaltransporten en de Roma zigeuners in een onbewoonbaar huis.

Ze leven in onzekerheid, creatief en inventief, schichtig en fier. Als vluchtelingen.

Is hun gedrag storend, zijn hun kleine wetsovertredingen ongehoord? Is er geen wet te bedenken die de gevolgen van hun armoede onzichtbaar maakt?

 

MATHIAS BIENSTMAN