Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Dag Sinterklaas

TT04_p24_sinterklaas.jpg
(foto: carmendevos)

Met een plof zette Mam de boodschappentas neer. Ze haalde er de blikken bonen en erwtjes uit, de bokaal met appelmoes, wat tomaten en een paar diepgevroren zakken en doosjes. Daarin zaten frieten, ijsharde gehaktballen en één dikke kip die wel op de Noordpool leek verpakt. Alles samen niet zoveel dus, maar dat was het nu eenmaal voor deze week.

De blikken zette ze op het rekje boven de afwasbak. De rest ging de koelkast in.

 

Terwijl ze zich naar de cassettespeler draaide, besloot ik het nog een keer te vragen. Wie weet had ze daarnet in de winkel niet opgelet en per ongeluk verkeerd geantwoord? Gewoon een foutje, afgeleid door een overdaad aan nieuwe niet in de ogen prikkende shampoos. Of een grapje? Ze drukte op play. Met wat geruis zette het bekende muziekje in.

‘Mam?’, vroeg ik haar. ‘Bestaat Sinterklaas dan niet echt?’

‘Neen Clint’, antwoordde ze. En ze keek een beetje alsof het haar speet.

‘Dan was het geen echte Sinterklaas in de winkel?’

‘Neen Clintje.’ Ondertussen begon André, mams favoriet, te zingen. ‘Ik heb het je al

uitgelegd. Het was gewoon een meneer van de winkel die deed alsof.’

‘Maar waarom deed die meneer alsof, mama?’

Ik wist wel wat er ging komen, maar ik vond het beter alles nog eens met haar te overlopen.

‘Die meneer van de winkel speelde Sinterklaas zodat de winkel meer cadeautjes zou verkopen, Clintje. Ik weet dat het niet leuk is om te horen, maar Sinterklaas bestaat niet echt. Het zijn de mama’s en de papa’s zelf die speelgoed voor de kindjes kopen.’

‘Koop jij me dan cadeautjes als de Sint het niet doet, mama?’

Nu kwam de klap op de vuurpijl. Sinterklaas mocht dan misschien niet bestaan, maar ik hoopte dat Mam tenminste op dit punt nog van mening zou veranderen.

‘Clint…’, zei ze. Ze hield haar hoofd wat scheef, zoals wanneer ze op straat naar zo’ n klein ingepakt hondje zou staan kijken. ‘Mama heeft daar geen centen voor. Ook niet om cadeautjes voor zichzelf te kopen trouwens. Maar ik beloof je dat je heel veel snoep krijgt voor Sinterklaas. En chocolade.’ Ze deed haar ogen blinken.

Ik begreep het niet. Geen Sint is geen feestje en geen feestje is geen snoep. Logisch toch? Ik sloeg haar voorstel dan ook ruiterlijk af.

‘Als de Sint niet bestaat dan moeten we toch geen feestje vieren met snoepen en zo?’

‘Dan krijg je ze zo wel, Clintje.’

Dat vond ik wel oké. Er viel een kleine stilte, even, dan zwol er een Hollands refrein aan. Het perfecte moment om een mooi gezicht op te zetten en de toegift meteen te proberen verzilveren.

‘Nu dan? Mam? Mag ik bij de bakker zo een chocoladen Sint gaan halen?’

 

* * * *

 

Mijn slaapkamer was niet al te groot. Ik had een bed en een klein nachtkastje met één van die wekkers die ook voor nachtlamp en radio spelen. Voor de rest was er enkel een houten rekje met een paar strips en op de middelste plank wat kaften van school. Het straatlicht zorgde ervoor dat ik het rek altijd kon zien. In plaats van schaapjes telde ik dan de bruine vlekken in het hout. Het waren er 67 deze avond. Na twee keer natellen toch.

 

Ik was net goed op weg naar dromenland, toen ik een eerste voorzichtige tik op de ruit hoorde. Ik spitste mijn oren. Er volgden nog eens twee tikken. Steentjes, dacht ik. Of een specht die gaten in bomen pikt. Spechten, pikken, bomen, ramen… ik droomde weer weg. Er werd drie keer op het glas getikt, en harder deze keer. Achter het gordijn zag ik een schaduw. Ik sprong mijn bed uit en holde Mams kamer in. Ze moest me vertellen dat het allemaal ingebeeld was, me terugsturen, dan toch meekomen en me tonen dat er helemaal niemand aan het raam stond. Maar dat deed ze niet. Ze sliep. Haar hoofd was zelfs helemaal verstopt onder een tweede kussen. Ik besloot haar niet wakker te maken.

Voorzichtig sloop ik de gang door, terug naar mijn kamer. Aan de deur bleef ik staan. Ik was te bang om zomaar in bed te kruipen. Er bleef dus maar één mogelijkheid over…

Met een klein hartje sloop ik op handen en knieën de kamer binnen. Achter het gordijn was nog steeds die schaduw. Snel dook ik naar het houten rek. In een papieren zakje tussen een schoolmap zat iets dat van pas kon komen.

Vanmiddag had ik van Kenny zijn snoepoverschotjes gekregen. Wanneer hij buikpijn kreeg, gaf hij me die wel vaker. Ikzelf was er gelukkig spaarzamer mee. Zo stil mogelijk opende ik de map en viste een vampiertand uit het zakje. Die schoof ik in mijn mond, tussen mijn bovenlip en mijn tanden. Zelf een monster te zijn, gaf alleszins meer zelfvertrouwen. Zonder nog veel na te denken kroop ik naar het raam. Bij de volgende tik vloog ik recht, mijn gezicht in de meest monsterlijke grimas verwrongen die ik kon bedenken. Snel sleurde ik het gordijn open en maakte een lawaai tussen grommen – om de schaduw bang te maken – en piepen - zodat Mam toch zeker niet wakker zou worden.

Daar stond Sinterklaas. Ik moet zeggen, een klein beetje verrast. Hij stak zijn witgeklede hand op en lachte eens heel vriendelijk.

 

NATAN