



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Wijkgezondheidscentra ontzuren de buurt
De bewoners van de Bloemekeswijk kunnen sinds kort voor hun kwaaltjes terecht in het gloednieuwe wijkgezondheidscentrum De Kaai. De Sleep, De Brugse Poort en De Botermarkt zijn al jaren een vaste waarde in andere Gentse wijken. Wijkgezondheidscentra bieden een laagdrempelige gezondheidszorg aan met een team van artsen, verplegers, kinesisten en gezondheidspromotors. Ze zijn met andere woorden ‘multidisciplinair’. Maar ze zijn meer dan dat…
Els Nolf schreef haar thesis over zorg in de grootstad. “Wijkgezondheidscentra enten zich in stadsbuurten omdat de noden van de bewoners er een bredere kijk op gezondheidszorg vragen. Dat is zeker het geval voor de meest kwetsbare stadsbewoners, hoewel de wijkgezondheidscentra werken voor iedereen uit de buurt: ze bereiken zowel autochtone als allochtone buurtbewoners, zowel hoog –als laaggeschoolden. Ze proberen sociaal, financieel, cultureel en administratief zo toegankelijk mogelijk zijn. De centra zijn bovendien pluralistisch: ze zijn met geen enkele zuil of politieke partij verbonden.”
Zorg en preventie
De komst van wijkgezondheidscentra heeft onder meer te maken met evoluties binnen het huisartsenberoep. Els Nolf: “Veel huisartsen in deze wijk zijn 50-plussers. We merken dat er weinig instroom is van jonge artsen. Groene woonwijken zijn voor hen aantrekkelijker om zich te vestigen. Het dreigende tekort aan huisartsen geldt in heel Vlaanderen, maar is des te prangender in de 19de-eeuwse arbeiderswijken. De wijkgezondheidscentra zijn in die buurten dus een goede aanvulling op de reguliere huisartsengeneeskunde. Er zijn bovendien steeds minder jonge afgestudeerden die het nog zien zitten om op hun ééntje een praktijk te beginnen. Werken in een groepspraktijk, zoals dat in wijkgezondheidscentra het geval is, biedt het voordeel dat gezin en werk veel beter te combineren zijn.”
Een groepspraktijk heeft volgens Nolf nog een ander belangrijk pluspunt: “Niet op alle hulpvragen bestaat een rechtlijnig antwoord. Dan is het interessant om met een team van zorgverstrekkers te kunnen overleggen en verschillende vormen van verzorging te combineren. Je kunt een totaalbegeleiding aanbieden aan de patiënten.”
Een wijkgezondheidscentrum is dus méér dan een groep van huisartsen onder één dak. Even belangrijk als zorg is preventie. Sommige wijkgezondheidscentra beschikken over een ‘gezondheidspromotor’. Dat is een vormingswerker die in samenwerking met andere wijkgezondheidscentra en de organisaties en scholen in de wijk projecten op het getouw zet, bijvoorbeeld over tandzorg of luizen. Veel gezondheidsproblemen kunnen worden voorkomen door een aanpassing van de levensstijl. Daaraan willen de wijkgezondheidscentra dan ook extra aandacht besteden, zonder daarom belerend te zijn.
Experiment
De wijkgezondheidscentra experimenteren ook met nieuwe vormen van zorg en ontmoeting.
Els Nolf: “Door de toenemende individualisering zijn nieuwe experimenten rond zorg noodzakelijk. Vroeger zorgden familieleden en buren voor elkaar. Die banden zijn vooral bij de autochtone bevolkingsgroepen verloren gegaan. Hoewel voor elkaar zorgen noodzakelijk blijft, kunnen we niet terugkeren naar vroeger. Het is belangrijk een kader te bieden dat zorg mogelijk maakt zonder dat je een familielid, buur of vriend van de patiënt hoeft te zijn. Een wijkgezondheidscentrum is één mogelijk spoor om aan die behoefte te voldoen.
In het wijkgezondheidscentrum in Leuven is bijvoorbeeld een pedicuregroep actief. Die groep bestaat uit vrijwilligers en stagiaires die op geregelde tijdstippen de voeten van de bewoners verzorgen. Daar spelen zich niet alleen zorg- maar ook ontmoetingstaferelen af. Het is trouwens opvallend dat de vrijwilligers op wie die centra kunnen steunen vaak bruggepensioneerden zijn, mensen die tijd hebben.”
De strijd tegen verzuring en het versterken van de sociale cohesie zou volgens Nolf positieve effecten kunnen hebben op basisbehoeften als gezondheid en zorg. “Sociale relaties zijn ongelooflijk belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van mensen, zowel geestelijk als lichamelijk. Mensen met weinig sociale contacten en dus minder ondersteuning ervaren meer stress. Ze kunnen vaak bij niemand terecht. Er is een sterk verband tussen armoede en depressie, maar de drempel om naar een centrum voor geestelijke gezondheidszorg te stappen is vaak te hoog. In de wijk zijn er zijn weinig plaatsen waar verschillende groepen elkaar kunnen ontmoeten. Maar in de wachtzaal van het wijkgezondheidscentrum kom je in aanraking met een heel divers publiek. Het is verbazend hoeveel gesprekken en ontmoetingen in deze halfpublieke ruimte ontstaan. We mogen het belang van die kortstondige sociale relaties niet onderschatten.”
MARLIES CASIER
