



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Fanfaredag
Begin september doorkruisten vier fanfares de Brugse Poort langs vier verschillende routes. Aan de Bargiekaai nodigde een vijfde fanfare de hele dag ten dans uit en vond het slotspektakel plaats. De Brugse Poort heeft de laatste jaren vele veranderingen ondergaan. De ‘oude’ bewoners kijken nostalgisch terug naar hoe het was. De fanfaredag wilde het heden en het verleden opnieuw met elkaar verbinden: de rijke textielgeschiedenis met de buitengewone diversiteit van vandaag. De routes vormden hierbij een rode draad. Ze trokken naar restanten van het verleden, naar vzw’s en naar winkels van allerlei slag. Het concept werkte: alle lagen van de bevolking namen deel, actief of passief. Ook die bevolkingsgroepen voor wie een theaterzaal toch nog een te hoge drempel heeft. Muziek bleek eens te meer een taal die iedereen verstaat.
Het is 7 september, één van de eerste zonnige dagen na een maand vol water. Drie mannen staan met open mond aan de kant van een beluik. Op de grasvlakte voor de huisjes liggen twee halfnaakte vrouwen met bont fruit op lijf en leden. Een even halfnaakte man wordt kundig geklopt door een bijna vierkante masseur. Wat verder zitten twee mannequins wat verloren in een pashokje op een reusachtige blauwe praalwagen. De straten zijn te smal, de mobiele catwalk moet noodgedwongen op elke straathoek wachten.
Milou roept onverstoord hoe hij 30 jaar geleden de liefde bedreef in de transportkarretjes van de Grote Lys. Eerst met Olga en daarna met Odette. Een Gentse ‘Histoire d’O’. Zeventig mensen beklimmen met zwaar en licht gerief een ondergekotste trap tot op de tiende verdieping van een sociale woonblok tussen de Groene Vallei en de Brugse Poort.
Dan is er de muziek. Golvend over de muren van de gevangenis, naar de torens en nog veel verder. Botsend tegen gevels en muren van de smalle straten. Wringend doorheen deuren en vensters. Uit metaal of hout, geblazen, getokkeld, geslagen.
Wat brengt iemand op het idee om vijf fanfares door een wijk te sturen en de rest van wereld te inviteren?“This will be nice”, zegt Gladys. “Wel zeker driehonderd man en vrouw. En veel kind”. Ze zit wijdbeens achter haar kookpotten, onder de tent aan de Bargiekaai. “I make for youthe best African food you have ever tasted.”
Alle werelden komen af. De eerste, tweede, derde en vierde. De autochtonen zonder auto, de niet-autochtonen met auto en vice versa.
De autochtone eerste en tweede wereld loopt mee met de fanfares en de gidsen, ze wil weten wat er te weten valt. Hoe zwart paardenworst kan zijn. Waarom Abraham in de Sparrestraat woont. Of een echt mes diep snijdt bij het scheren. De risico’s van een stoombad bij een slager. Waarom Mohammed koekjes van eigen deeg stapelt. Het verband tussen anarchisme en kookkunst. Hoe je warm wordt van Pools bier.
Anderen blijven eerst in hun eigen biotoop, wachten af. Witte, bruine en zwarte hoofden achter ramen van vzw’s, kroegen, winkels en kappers. Dan steken de hoofden uit hun deuren. Kortstondig. Het muzikale geweld dwingt, dringt in de biotopen, annexeert Vrolijk Gent.
Het sleurt iedereen naar binnen en dan naar buiten, de straat op, de wereld in. Vrouwen en mannen met grote bruine herbruikbare bigshoppers. Met hoofddoek of mis-en-plis. Met prei van de Turk. Met selderij van bij John. En vlees van de Tunesiër.
En tussen al die werelden huppelen de kinderen. De kasseien van het straatbeeld. Zwermen doorheen straten, parken en pleinen, praten hun eigen taal wars van kleur en nummer. Net als de muzikanten spelen ze voorbij alle grenzen.
Tegen de avond staat Dirk dolgelukkig achter de toog in de Gouden Leeuw. Het is zo schoon geweest vandaag. Zijn vrouw mocht voor één dag de kliniek uit. Het is allemaal gelijk vroeger, of toch bijna. “Jullie zijn mijn goden” roept hij tegen alle fanfaristen die zich doorheen de drukte naar het toilet wurmen. Hij ziet al lang niet meer of ze proper zijn.
Heeft deze dag de wereld veranderd? “Jaja, fanfaredag” zegt kapper Hussein een week nadien, “veel muziek, goed goed”. Zijn gouden tand blinkt in de nog steeds schijnende zon. De zon is amper weggebleven sindsdien.
Al wie iets wilde en kon schrijven, schreef iets. Dat het goed was en nog van dat graag. Volgend jaar en dan ieder jaar tot het einde der tijden.
En zelfs de Vieze Gasten kijken sindsdien al bijlange zo vies niet meer.
PATRICE DE MEYER
