



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Mijn man, de stad
Ziehier het eerste Gentse stadsgedicht van dit jaar.
In de ijdele hoop Erwin Mortier voor te zijn, en hem ver achter ons te laten...
Mijn man, de stad
Amai amai
Beste stad
Lieve schat
Mij zo verwennen!
Is dat nog normaal
Hoe gij mij in de watten legt?
Ge zijt plots zo gezellig
Da'k u haast niet zou herkennen
(al schrik ik wel hoe snel
Ik aan de nieuwe luxe hecht).
Uw grote schoonmaakwoede
Woedt steeds feller door de straten
Ge duldt geen oude huizen meer
Laat staan een leegstaand pand
Ge liet u door de buren zelfs
Een jachthaven aanpraten
Voor mijn part niet gelaten
Maar waarom ineens geen strand?
Allez allez
Geen gezwans
G’hebt gij chance
Zeggen de mensen
Dat Gent na al die tijd
Nog steeds vooruit wil in het leven
Maar ook al weet ik best
Dat ik geen beter vent kan wensen
Ik vraag me soms toch af
Waar uw ruw kantje is gebleven.
Ik zag u liever met een baard
Dan fris en gladgeschoren
En niet aan aftershave maar zweet
Heb ik mijn hart verloren.
Vergeet toch niet vanwaar ge komt
Blijf trots op uw verleden
En wordt niet zonder meer
De nieuwe man onder de steden.
Moraal:
Textielgehucht in zondagspak
Ik heb voor u nog steeds een zwak
En ‘k wil een breuk vermijden
Maar zie ‘k u ooit met nagellak
Direct laat ik mij scheiden.
SARAH KEYMEULEN
