Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Kinderen zonder papieren: overleven in Fort Europa

“Er zijn geen onwettige mensen, alleen onmenselijke wetten”. Chris Bens houdt niet van de term ‘illegaal’ waarmee vluchtelingen bij ons worden bestempeld. “Hun verblijf hier mag dan misschien wel illegaal zijn, daarom zijn ze nog altijd geen misdadigers”, zegt ze. Maar de term verraadt wel veel over de manier waarop wij de sans-papiers en hun kinderen ontvangen.

 

Vandaag wordt Amadu 18 jaar. In de onthaalklas is het feest: ze zingen Happy Birthday en eten cake. Maar eigenlijk heeft Amadu niet veel reden tot vieren. Voortaan moet hij uit de handen van de politie zien te blijven. Minderjarige vluchtelingen die zonder de nodige papieren in België verblijven, worden immers niet uitgewezen, volwassenen wel.

Amadu volgt les bij Chris Bens in de Toren van Babel, een school die onthaalklassen organiseert voor anderstalige vluchtelingenkinderen in Gent. “De bedoeling is om de kinderen gedurende één jaar onder te dompelen in een taalbad, zodat zij daarna kunnen aansluiten bij hun leeftijdsgenoten in het normale onderwijscircuit.”

Chris houdt van haar job en doet al het mogelijke om de kinderen uit haar klas te helpen, maar dat is niet altijd even gemakkelijk.

 

Land van melk en honing

De kleine vluchtelingen die bij Chris in de klas zitten, hebben al veel meer meegemaakt dan hun Belgische leeftijdsgenoten - zoveel dat het ongetwijfeld littekens en trauma’s nalaat. Alles wat hun lief en vertrouwd was, grootouders, neefjes en nichtjes, schoolvriendjes, … hebben ze achter zich moeten laten. Sommige leerlingen, zoals Amadu, werden weggestuurd door hun ouders. Zelf konden die het zich niet veroorloven om te vluchten, maar om hun zoon een betere toekomst te bieden waren ze bereid hun laatste spaarcenten te betalen aan een mensensmokkelaar. Die beloofde hen dat hun zoon in het land van melk en honing zou terechtkomen.

Europa staat helaas niet te springen om vluchtelingen op te vangen. “Integendeel, eenmaal men hier is, wordt het knokken om te overleven. Rik Pinxten zei ooit in Het Vrije Woord dat een maatschappij die de mensen geen menswaardig leven kan bieden, de naam menselijk niet waardig is. Onze maatschappij die de vluchtelingen verplicht een leven te lijden in armoede, een leven dat eigenlijk geen leven is, maar overleven, is dus ronduit onmenselijk”, vindt Chris. “Hier leven de kinderen en hun ouders in de slechtste huizen die er zijn, vaak kraakpanden. Niet alleen de huisvesting, maar ook levensmiddelen zijn een probleem. Af en toe worden er wel voedselpakketten uitgedeeld, maar dat zijn dan ook maar overschotten: eens een kilo rijst of deegwaren, maar zeker niet genoeg voor een gevarieerde maaltijd, zoals het hoort.”

 

Hand-in-hand

“Kinderen worden ook vaak van school gehouden om te gaan bedelen, en zo in het levensonderhoud van de familie te voorzien. Of ze moeten bij mij komen bedelen, om geld voor een nieuwe boekentas bijvoorbeeld. Welke indruk denk je dat dat op die kinderen maakt?” Chris tracht er dan ook zo goed en zo kwaad als het kan voor te zorgen dat alle kinderen naar school komen. Desnoods gaat ze naar de ouders toe om hen uit te leggen hoe belangrijk die kans op onderwijs voor hun zoon of dochter is.

“Ik denk dat onderwijs de enige manier is voor die kinderen om uit de vicieuze cirkel van het overleven te geraken. Wanneer ze hun opleiding kunnen afmaken, hebben ze tenminste een kans op de arbeidsmarkt.” Anderzijds zorgt een opleiding er ook voor dat de machtsverhoudingen binnen het gezin in de war geraken. “Zodra blijkt dat de dertienjarige dochter al beter Nederlands spreekt dan haar ouders, rust op haar schouders een hoop meer verantwoordelijkheid. Zij zal nu moeten instaan voor alle contact met de officiële instanties. En wanneer er iets misgaat, zal zij het moeten ontgelden.”

Maar Chris tracht niet alleen de kinderen te helpen. Samen met een handvol anderen maakt zij deel uit van Hand-in-Hand Heirnis, een vrijwilligersorganisatie die de belangen van vluchtelingen verdedigt. “Heirnis is een oude, industriële wijk in Gent waar veel vluchtelingen en mensen zonder papieren wonen. We trachten er in de eerste plaats de lokale vluchtelingen zoveel mogelijk te helpen. We gaan met hen naar de dokter, kopen medicijnen voor ze, helpen de huur te betalen… En natuurlijk volgen we zoveel mogelijk hun dossier op, hun aanvraag tot regularisatie. Het is immers het beste als we die aanvraag van bij het begin mee volgen. Vaak komen ook vluchtelingen naar ons toe wanneer ze al uitgeprocedeerd zijn. We trachten die natuurlijk ook te helpen, maar dan is dat al veel moeilijker.”

 

Solidariteit

Terugkeren naar het land van oorsprong is voor de meesten écht geen optie. “Beeld je maar eens in: om ergens weg te vluchten moet je toch wel een heel goede reden hebben. Wie doet dat anders?” Het gaat er voor die vluchtelingen dus vaak om, uit de handen van de politie te blijven. “Zelfs de kinderen moeten uiterst waakzaam zijn. We raden ze bijvoorbeeld aan om altijd een ticket te kopen voor het openbaar vervoer. Een tram of bus spring je snel op, maar de gevolgen van een controle zijn voor hen erger dan voor andere kinderen. Heel het gezin riskeert opgepakt en opgesloten te worden.”

De school is voor veel van die kinderen dan ook een soort veilige haven, een plaats waar ze rustig en ‘normaal’ kunnen zijn. “Maar zelfs op school zou de politie kinderen komen halen, alleen is dat nu verboden sinds de circulaire van minister Duquesne.” Amadu was er op een dag getuige van hoe de politie aan de schoolpoort stond om twee van zijn vrienden op te pakken. Hun vader was blijkbaar de nacht ervoor aangehouden wegens openbare dronkenschap. Daardoor was de politie het hele gezin op het spoor gekomen. Toen ze de kinderen echter niet thuis vonden, kwamen ze hen op school zoeken om mee te nemen. Gelukkig liet de directrice dat niet toe en moest de politie afdruipen. “Maar de volgende ochtend stond het hele verhaal wel wijd verspreid in alle kranten”, zucht Chris. “Hoe denk je dat die kinderen zich moeten hebben gevoeld?”

“In België zijn de katten en de honden beter verzorgd dan de mensen zonder papieren”, merkte Amadu eens op in de klas. “Hij heeft gelijk,” zucht Chris, “maar wat wil je, als zelfs ministers hier verkondigen dat vluchtelingen als meeuwen zijn die te lui zijn om thuis te vissen en dus maar hier op het stort komen zitten?” Nochtans noemen wij Belgen ons graag solidair, zeker na al dat geld dat we inzamelden voor de slachtoffers van de ramp in Zuid-Oost-Azië. “Maar mensen van hier die solidair zijn met de vluchtelingen hier, die ze aan eten en onderdak helpen en ze bovendien nog steunen bij hun asielaanvraag, worden als staatsgevaarlijk bestempeld.”

 

KELLY GEVAERT