



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Buurtwerk Nieuwe Stijl
Gelezen in De Morgen van 9 maart: “Pompen of verzuipen voor Gentse buurtcentra”. Na het debat van TiensTiens in het buurtcentrum van de Muide (zie elders in deze krant), veerden we uit bezorgdheid recht uit onze zetel. Buurtwerk is té belangrijk om het te laten verzuipen, dat mochten we daar aan den lijve ondervinden. Gelukkig troffen we, op een enkeling na misschien, geen drenkelingen aan… Een evaluatie van het Buurtwerk Nieuwe Stijl.
Waar het oude buurtwerk vooral ‘klachten’ opving, wil het Buurtwerk Nieuwe Stijl zich eerder laten leiden door ‘krachten’. Sociale cohesie is de nieuwe doelstelling van het buurtwerk. De kersverse missie, neergepend in de persmap die werd verspreid op de lancering van Buurtwerk Nieuwe Stijl, is gericht op “het versterken van de sociale cohesie in de Gentse aandachtswijken, om zo de levenskwaliteit van de bewoners te vergroten”. Het buurtwerk moet actief zoeken naar sterktes en talenten in en buiten de wijk die de sociale cohesie versterken. Er moet aandacht komen voor ‘projecten’ in de wijk die leiden tot de betrokkenheid van alle bewoners en er wordt gewerkt aan de uitbouw van een buurtvoorziening.
Buurtwerk Nieuwe Stijl is een buurtwerk dat in het teken staat van ‘verbondenheid’. Het stimuleert de positieve krachten in de wijk en beoogt ‘inclusiviteit’ via ‘participatie’. Voorwaar, een hele boterham!
Back to the streets….
Het Buurtwerk Nieuwe Stijl wil de volledige wijk bespelen. Nieuwe groepen in de wijken voelden zich door het ‘oude’ buurtwerk niet genoeg aangesproken, omdat het zich vooral richtte op de sociaal zwakkeren. Nu krijgen die nieuwe groepen ook een stem.
Maar niet alleen de uitbreiding van de doelgroep staat in de nieuwe visie centraal, ook de aanpak wordt herzien. Buurtbewoners hebben immers zélf de mogelijkheid en de kracht om initiatieven op te zetten. Schepen van Sociale Zaken Martine De Regge ziet het zo: “De laatste jaren is er een sterke instroom van nieuwe mensen in de negentiende-eeuwse gordel. In elke wijk zitten dus ‘potenties’ die we totnogtoe amper hebben aangesproken. We willen die sterke figuren mee in bad nemen om komaf te maken met dat negatief imago van de negentiende-eeuwse gordelwijken” (De Morgen, 20 november 2004).
Het Buurtwerk Nieuwe Stijl plaatst de mensen in de wijk meer in de kijker. Het luik ‘dienstverlening’ van het oude buurtwerk werd losgelaten en de verregaande administratieve taken van buurtwerkers zijn nu gecentraliseerd. Zo komt er meer tijd vrij voor de buurtbewoners, en is de buurtwerker niet langer een aan zijn bureautje gekluisterde stadsambtenaar: hij mag opnieuw de straat op! Toch lijkt de nieuwe aanpak, die nu op kruissnelheid is, sommige groepen in de wijk een beetje voorbij te snellen. Dat heeft te maken met de tweeledige sociale functie van het buurtwerk.
Tussen liefdadigheid en strijdvaardigheid
Het sociaal(-cultureel) werk schippert steeds tussen twee perspectieven.
Volgens Maria Bouvernie-de Bie, professor aan de Universiteit Gent, bevindt het welzijnswerk zich op de denkbeeldige as tussen twijfel over en geloof in de utopie van de moderne productieve samenleving. Het situeert zich tussen ‘diepmenselijke liefdadigheid’, die de problemen probeert op te vangen en te verzachten, en ‘heroïsche strijdvaardigheid’, die de oorzaken zélf probeert aan te duiden.
De kernvraag is natuurlijk naar welke kant de balans overslaat in het Buurtwerk Nieuwe Stijl.
Het persbericht naar aanleiding van de aftrap van het Buurtwerk Nieuwe Stijl vermeldt dat “de stad kiest voor gerichte investeringen in de wijk”. Grootschalige stadsvernieuwingsprojecten moeten de uitstraling van de verschillende wijken verhogen door er een soort ‘merk’ in te planten. Ter illustratie wordt verwezen naar het gerechtsgebouw aan het Rabot, het Voorhavenproject in de Muide en het stadsarchief op Trefil Noord in Gentbrugge. Schepen De Regge: “Alle wijken hebben sterke punten waar de bewoners trots op zijn. Denk maar aan het toekomstige justitiepaleis aan het Rabot of het Voorhavenproject aan de Muide. We moeten die sterke kanten ook gebruiken om niet-bewoners en zelfs toeristen naar die wijken te lokken” (De Morgen, 20 november 2004).
Door de buurt als ‘merk’ te promoten bij niet-bewoners en toeristen, gaat het al snel om een investering die enkel de mooie plaatjes laat zien. Ook Dirk Holemans stelt zich vragen bij deze tendens van ‘vermerking’: “Kritische vragen over wat deze evolutie betekent voor inwoners en gasten komen zelden aan de orde. En zeker de volgende niet: welke kracht geeft een dergelijke stad aan mensen zonder koopkracht?” (VMT, 2004, nr. 3). Het is alleszins twijfelachtig of de visie van de stad op de wijk de nieuwe kerntaak van het buurtwerk - het bevorderen van de sociale cohesie - wel gunstig zal beïnvloeden. Het Buurtwerk Nieuwe Stijl moet dan ook voorzichtig zijn zich achter deze visie te scharen, wil het niet een deel van zijn ‘strijdvaardigheid’ verliezen. Gevolgen als sociale verdringing (gentrification) in de buurt zijn immers niet ondenkbaar.
Buurtwerk Nieuwe Stijl Anders
Het buurtwerk zou ook andere visies sterker kunnen integreren. Het zou bijvoorbeeld kunnen kiezen voor een project waarin een sterkere ‘politieke’ participatie voorop staat. Bewoners kunnen mondige burgers zijn, die vanuit een geïnformeerde achtergrond een mening mogen ontwikkelen en het recht krijgen die te verdedigen, ook tegen diegenen die hén voortdurend definiëren. Zoals we mochten meemaken op het door RADAR georganiseerde stadsdebat in het buurtcentrum van de Muide, zijn de bewoners zéér sterk betrokken bij hun buurt, en hebben zij hierover waardevolle dingen te zeggen. Een veelheid aan perspectieven openen op de nieuwe ontwikkelingen in de buurt is dan ook noodzakelijk. Daar kan het buurtwerk een belangrijke bijdrage toe leveren.
De wijk is, net als de stad, een kruispunt van betekenissen. Die verschillende betekenissen kunnen maar aan de oppervlakte komen wanneer er ‘praatbarakken’ worden voorzien, en wanneer het spreken ook werkelijke effecten heeft. Dat is de participatieve ‘stadsontwikkeling’, in plaats van de ‘stadsvernieuwing’ waar nu vooral inspanningen voor worden geleverd. ‘Stadsontwikkeling’ geeft bewoners een stem waardoor ze van bij het begin betrokken worden bij de projecten in hun buurt. De huidige evolutie in het buurtwerk om de stem uit te breiden naar alle groepen in de wijk, kan dit zeker versterken.
De eerste leefbaarheidsenquête die de stad liet uitvoeren (De Morgen, 9 mei 2003) liet zien dat bewoners zich weinig betrokken voelen bij het beleid. Het is dan ook goed dat de stad meer aandacht gaat besteden aan het buurtwerk. Een aantal elementen in het Buurtwerk Nieuwe Stijl zijn zonder meer positief, alleen hopen we dat het buurtwerk genoeg bewegingsruimte krijgt om haar laagdrempelige rol ook in de toekomst te kunnen blijven spelen.
PASCAL DEBRUYNE
