



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Oude verhalen, jonge dromen
De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging verzamelde de afgelopen twee jaar getuigenissen van Katholieke en Vrijzinnige senioren over het dagelijkse leven in het Gentse uit de tijd van voor de ontkerkelijking en de culturele omwentelingen van de jaren zestig. Deze verhalen uit het van onwankelbare zekerheden vergeven Vlaanderen van de jaren veertig en vijftig werden aangevuld met levensbeschouwelijke bedenkingen en commentaren van hedendaagse jongeren en samengebracht in een bundel “Oude verhalen en jonge dromen”.
Wat er opvalt aan de verhalen van de senioren is dat de kloof tussen vrijzinnigen en katholieken eerder een onoverbrugbare grand canyon was. Van enige dialoog of zelfs maar contact tussen beide groepen was geen sprake. Integendeel zelfs; contact werd gemeden en zelfs actief tegengewerkt. Een van de vrijzinnige senioren getuigt hoe een priester het nodig vond de ouders van haar vrienden die naar een katholieke school gingen te waarschuwen voor deze “slechte omgang”... In de jaren vijftig was de verzuiling op haar hoogtepunt en iedereen leefde “van de wieg tot het graf” binnen de eigen zuil. Men ging bij voorkeur winkelen bij winkeliers met dezelfde overtuiging; men deed aan ontspanning in eigen kring; trouwde binnen de eigen kring en werd ook begraven binnen eigen kring. Een strenge sociale controle voorkwam dat mensen buiten de lijntjes kleurden. Wie dat wel waagde moest dat bekopen met sociale uitsluiting. Ouders verboden hun kinderen om te gaan met kinderen van buiten de eigen kring en de kinderen zélf aarzelden niet elkaar met modder en stenen te bekogelen.
De jaren vijftig waren de tijd waarin de levensbeschouwelijke tegenstellingen culmineerden in de koningskwestie en de schoolstrijd, waarbij de katholieke zuil haar privileges bedreigd zag door de eerste “paarse” regering die ons land gekend heeft (1954-58). En “strijd” mag hier nogal letterlijk opgevat worden: het kwam regelmatig tot straatgevechten en de nieuwe, door onderwijsminister Collard opgerichte rijksscholen werden weleens gebarricadeerd door verdedigers van het vrij (katholiek) onderwijs die de “schone kinderziel” in gevaar achtten. Deze schoolstrijd kwam in 1958 met het schoolpact ten einde. Niettemin zouden rijksscholen vooral in la flandre profonde nog decennia moeten opboksen tegen het imago “crapuulscholen” te zijn.
Die gesloten, autoritaire en door wantrouwen en de zekerheid van het Eigen Gelijk gekenmerkte cultuur zoals de ouderen die schetsen kwam vervolgens door de emancipatie- en contestatiegolf van de jaren zestig onder vuur te liggen. In de plaats kwam een cultuur die meer ruimte liet voor individuele vrijheid en zelfontplooiing en meer waarde hechtte aan inspraak, kritische zin en tolerantie en eerder wantrouwig stond tegenover paternalisme, gezag en autoriteit.
Voor de jongeren -tieners en twintigers- die aan het project hebben meegewerkt moeten de verhalen van de senioren behoorlijk exotisch klinken; alsof ze eerder uit de middeleeuwen dan van maar vijftig jaar geleden stammen. Jongeren lopen vandaag de dag ook geen collegetrauma’s meer op, wat blijkens de onmiskenbare bitterheid die uit sommige van de getuigenissen van de senioren spreekt vroeger wel vaker gebeurde. De jonge verhalen lopen dan ook over van goede wil, verdraagzaamheid en bereidheid tot dialoog. Je zou kunnen zeggen: ze hebben makkelijk praten. En het lijkt ook allemaal nogal vrijblijvend. Maar toch klinkt er ook ongerustheid door over de minder coulante denkwijzen die de laatste tijd weer opgang maken. Daarbij wordt vooral verwezen naar de comeback van het creationisme, de opkomst van extreem rechts en naar het islamitisch fundamentalisme. Ook het vaticaan wordt door de jongeren niet meteen als een baken van openheid en verdraagzaamheid aangezien.
Volgens Peter Algoet, de coördinator van het project, was het de bedoeling duidelijk te maken dat “het streven naar secularisering en het voeren van een open dialoog met andersdenkenden voorwaarden zijn om een samenleving op te bouwen van verdraagzame en vredelievende mensen waarin iedereen, gelovig of niet, zich kan vinden en ontplooien.” Dat is voorwaar een nobel streven maar het veronderstelt wel dat mensen in staat zijn hun eigen opvattingen te relativeren én de opvattingen van anderen naar waarde te schatten. Het valt te vrezen dat dit een gave is die niet overal even sterk gewaardeerd wordt en de laatste tijd zelfs minder en minder.
De net zoals God zelve de alomtegenwoordige Rik Torfs beweert -en m.i. terecht: wat wij hier nog aan godsdienst kennen eigenlijk een sterk verwaterde versie van het katholicisme is. Je zou dus kunnen zeggen dat de lange strijd voor meer openheid, verdraagzaamheid en secularisering succesvol is gebleken.
Voorlopig toch nog. Want het wil ook zeggen dat wij niet (meer) weten hoe om te gaan met mensen die géén water bij hun wijn wensen.
KOEN DE STOOP
