



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
De Scheppende Stad opgestropt. Het Cordon Sanitaire doorbroken in Gent.
Op de Gentse gemeenteraad werd maandag gestemd over een hoofddoekenverbod voor stadspersoneel. Het voorstel van ‘Open’ VLD werd, dankzij een wisselmeerderheid met de conservatieve CD&V en het extreemrechtse Vlaams Belang, met 26 stemmen voor, 23 stemmen tegen en één onthouding goedgekeurd. De stemming heeft een diepe kloof geslagen in de coalitie. Ondanks de met veel poeha afgekondigde Missie 2020 van het Stadsbestuur, waarin Gent onder de noemer van ‘Scheppende Stad’ alle “creatieve krachten in Gent wil bundelen om te streven naar een solidaire en open samenleving”, verzandt de stad nu in Antwerpse toestanden. Een verslag.
De gemeenteraadszitting van 26 november 2007 was even uniek als intriest.
De zitting begon met het burgerinitiatief van Gentse allochtone verenigingen. Het nieuwe gemeentedecreet bepaalt dat burgers het woord krijgen en een voorstel tot stemming kunnen voorleggen wanneer ze één procent van de stemmen van alle Gentenaars ouder dan zestien achter hun voorstel kunnen scharen. Abderrahim Lahlali van Divers en Actief las eloquent het burgermanifest voor, een pleidooi voor actief pluralisme gebaseerd op wederzijdse dialoog tussen de gemeenschappen. Verwijzend naar de beleidsgeschiedenis van Gent toonde hij met enkele voorbeelden, zoals de organisatie van het offerfeest en de oprichting van AGORA, aan dat de aanvaarding van diversiteit al langer een praktijk is van het Gentse stadsbestuur. Meer zelfs, andere steden nemen Gent als voorbeeld voor hun diversiteitbeleid. Ook Minister Keulen gaf Gent een pluim voor de oprichting van AGORA. Het burgermanifest lokte niet enkel een stemming uit over actief pluralisme, maar ook een tweede stemming tegen het verbod op religieuze kenmerken. Het eerste voorstel werd – logischerwijze - goedgekeurd met 41 stemmen, het voorstel tegen het hoofddoekenverbod haalde geen meerderheid. De toon van de avond werd daarmee gezet, de gevreesde uitkomst werd een stuk reëler.
Nadat het voorstel van Vlaams Belang voor een algemeen verbod op hoofddoeken werd weggestemd omdat het te eenzijdig één groep viseerde, kwam het voorstel van Open VLD om het dragen van religieuze, ideologische en levensbeschouwelijke symbolen door stadspersoneel te verbieden op tafel. Het verbod van VLD geldt voor alle ‘personeelsleden die rechtstreeks in contact staan met het publiek, met klanten en externe partners’. Open VLD-fractieleider Sami Souguir voerde het woord voor zijn partij. Hij verdedigde het liberale standpunt dat een scheiding van Kerk en Staat de beste garantie biedt voor diversiteit. ‘Alleen strikte spelregels maken een pluralistische samenleving mogelijk’.
Mathias De Clercq, hoofdelijk vrijdenker en notoir antifascist van de liberale fractie, bleef urenlang stilletjes staren naar het scherm waarop de stemmen verschenen. Het kwellende inzicht dat zijn partij het Cordon Sanitaire zou doorbreken en zo de emancipatie en vrijheid van kwetsbare groepen in de Gentse maatschappij in de kiem zou smoren, noopten de jonge liberaal blijkbaar tot stilzwijgen. Dat denken en handelen twee zijn, en dat zijn persoonlijke handeling (de stemming voor een verbod) consequenties heeft die het Vlaams Belang doen jubelen, tonen de absurditeit van zijn theoretische liberale leefwereld aan. Diversiteit wordt in Gent ‘natuurlijk’ nog wel aanvaard, alleen moet ze vanaf nu wel worden gemaskeerd. Diversiteit en pluralisme zijn met andere woorden het best gediend als we van onze persoonlijkheid een leeg blad maken. Omdat de Stad een voorbeeldfunctie heeft voor de arbeidsmarkt, kunnen de consequenties van deze beslissing op de private markt niet onderschat worden. Van De Clercq’s sociaalliberalisme dat strijd voor vrijheid en gelijkheid blijven na het verbod op die manier slechts flarden over. Zo is in één klap ook de paradox van het (waardevolle) Verlichtingsdenken ontsluierd.
Voor Filip Van Laecke, het lokale CD&V-opperhoofd, moet het hoofddoekenverbod beschouwd worden als een afspraak tussen werkgever en werknemer, zoals er in ziekenhuizen afspraken worden gemaakt over hygiëne en in fabrieken over veiligheid. Van Laecke sprak wel even kort over de’ interne dissidentie’ van Monica Van Kerrebroek en Anne Martens (die zich openlijk kantten tegen een verbod en daarmee ingingen tegen de partijlijn) en over de oorspronkelijk ‘naïeve’ opstelling van Paul Goossens (ook hij was tegen), maar stelde iedereen gerust: de rangen waren intussen gesloten. Zoals het een echte democratie betaamt, moet ook in de CD&V elk partijlid loyaliteit zweren aan de Tsjevenridder, en die had nu eenmaal besloten het opiniestuk van Karel van Keymeulen te volgen, de journalist van de Gentenaar die een technisch pleidooi neerpende voor een neutrale overheid. Of hoe ‘kleur bekennen’ plots als ‘kleurloosheid bekennen’ wordt omschreven.
Filip Watteeuw, fractieleider van Groen!, en Meryem Kaçar hielden een pleidooi voor actief pluralisme en voor empathie met de meest kwetsbaren. Ze sloten zich aan bij het burgerinitiatief. Watteeuw haalde ook scherp uit naar de socialistische burgemeester Daniël Termont, die voor één keer scheen uit te blinken in zelfbeheersing. “Normaal gezien kunt u het niet laten uw eigen opinie en overtuiging te laten doorschemeren, dat heb ik al aan den lijve mogen ondervinden. Dat u in deze discussie zo afstandelijk blijft, roept bij mij vragen op en teleurstelling. Dat u bovendien uw partijgenote Fatma Pehlivan op die manier dwingt om dit onmenselijke voorstel uit te voeren, is bedenkelijk.”
Burgemeester Termont had een opmerkelijke boodschap klaar om de discussie te beslechten: “Ik troost me met de gedachte dat, als iedereen vrij en naar eer en geweten zou kunnen stemmen, dit voorstel nooit zou worden goedgekeurd. Want als je het puur menselijk bekijkt, dan kan je niet anders dan tegen dit verbod zijn. Ik heb met veel mensen uit de verschillende partijen gesproken en ik weet dat ze er niet voor zijn. Mochten hier mensen spreken in plaats van partijdiscipline, dan was het verbod er niet gekomen.” De ironie dat juist hij als burgemeester dit voorstel buiten de paarse coalitie geplaatst heeft, waardoor het een ethische discussie werd die door iedereen kon worden opgeëist, laten bij Termont wellicht een wrange nasmaak na.
Ook SP.A-raadslid Freya Van den Bossche liet haar emoties spreken: “Het verbod doet me denken aan mijn dochter van twee. Als zij ergens bang voor is, slaat ze haar handjes voor haar ogen en dan denkt ze dat het er niet meer is. Maar ze heeft ongelijk. Datgene waar ze bang voor is, is er nog steeds. Ik zal haar dat nog moeten leren. Dit verbod is van dezelfde orde: je kunt de hoofddoek bannen, maar dan is de vrouw die er onderzit er nog steeds. Dit verbod gaat er wezenlijk om dat we diversiteit niet meer mogen zien, want dan kunnen we gerust zijn.”
Het hoofddoekenverbod is inderdaad een ‘blinde’ maatregel, gebaseerd op een strakke interpretatie van een theoretisch principe van neutraliteit. Zo waardevol dat principe is in theorie, zo onfunctioneel is het in de dagelijkse realiteit. Het is de typisch ‘ethische’ redenering van logebroeders, vrijdenkers, van partijen die zich achter abstracte neutraliteit en gedepolitiseerde morele principes schuilhouden. Omdat ze bezig zijn met ‘het Goede’ en met ‘Ethiek’ menen dergelijke partijen en actoren zich te kunnen onttrekken aan de gepolitiseerde dagelijkse realiteit, die getekend is door ongelijke posities en machtsverhoudingen en waarin allochtone groepen één van de meest kwetsbare zijn.
Bovendien zorgt het principiële neutraliteitsbeginsel er ook hier voor dat de partij allerminst verdacht kan worden van een ‘ideologie’. Dat is natuurlijk onzin. De extreemliberale ideologie komt daarmee op dezelfde lijn te staan als de aloude katholieke moraal die ze wil bestrijden. In de ethische strijd voor het Grote Principiële Gelijk moeten praktische tolerantie en actief ingebed pluralisme sneuvelen omdat ze te complex zijn om in abstracte fundamenten te kunnen gieten. Dat tolerantie en actief pluralisme gebaseerd op een wederzijdse dialoog tussen verschillende ideologieën nochtans de basis vormen voor een alledaags praktisch handelen, is een inzicht waar de liberalen van Open VLD blijkbaar nog niet toe zijn gekomen.
De stemming heeft het debat allerminst beëindigd. Al meteen na de gemeenteraad begon de discussie over ‘hoe deze maatregel te implementeren’. Wie zijn precies de stadsambtenaren die rechtstreeks in contact komen met publiek, klanten of externen? Fatma Pehlivan poneerde meteen de stelling dat het voorstel vaag was, terwijl Christophe Peeters, na overleg met de vakbonden, het belang van een correcte toepassing benadrukte. De soap over het hoofddoekenverbod kent daarenboven nog een absurd staartje. Ook de Gentse OCMW-raad moet namelijk op 11 december nog stemmen over het dragen van religieuze kentekenen. Omdat Groen! en Spa-Spirit daar een meerderheid hebben, zal het dragen van een hoofddoek daar wellicht niet verboden worden – al moet de kwestie wel nog besproken worden met de vakbonden.. Het stadspersoneel zal dan geen, het OCMW-personeel wel een hoofddoek mogen dragen.
De uiteindelijke winnaar in dit debat is Vlaams Belang-Führer Van Den Eynde met zijn extreemrechtse troepen. De man zat gedurende de hele zitting te grijnzen en blaakte van trots bij het zien van de cameralichten. Het contrast met de allochtone vrouw zonder hoofddoek die huilend het Gemeentehuis verliet, was groot. Het leek wel alsof Gent, die Scheppende stad met haar bundeling van creatieve krachten, speciaal voor hem het Cordon Sanitaire had doorbroken! 26 november zal voortaan doorgaan als Stropkesdag; de dag dat de beruchte Gentse tolerantie en rebelsheid werden opgestropt aan de galg van het VB. Op die dag werd Gent eindelijk een neutrale stad.
TIENSTIENS
Geen hoofddoek bij OCMW Uit
Geen hoofddoek bij OCMW
Uit De Standaard, 26 januari 2008
GENT - Het personeel van het Gentse OCMW mag toch geen hoofddoek dragen.
Op 25 november keurde de Gentse gemeenteraad een voorstel van Open VLD goed dat het dragen van uiterlijke kenmerken van religieuze en politieke overtuiging voor het personeel van de stad Gent verbiedt. Dat gebeurde met een wisselmeerderheid van Open VLD, CD&V/N-VA en Vlaams Belang, wat tot wrevel leidde bij SP.A/Spirit.
Dirk Holemans, fractieleider van Groen! in de OCMW-raad, diende op zijn beurt een voorstel in dat het dragen van een hoofddoek voor OCMW-personeelsleden expliciet toeliet. Dat voorstel werd goedgekeurd, dit keer met een linkse wisselmeerderheid van Groen! en SP.A/Spirit.
Verschillende OCMW-leden dienden een klacht in bij de gouverneur omdat het raadsbesluit in strijd zou zijn met artikel 42 van het OCMW-decreet. Dat zegt dat het administratief en financieel statuut van het OCMW-personeel hetzelfde moet zijn als dat van het stadspersoneel.
Gouverneur Denys volgt de redenering van de klagers. 'Bovendien schendt de OCMW-beslissing de wet op het syndicaal statuut en de wet op de arbeidsreglementen, die zegt dat bij een wijziging van een statuut of arbeidsreglement voorafgaand moet worden overlegd met de personeelsbonden', zegt hij. Een klacht van Groen! tegen het hoofddoekenverbod in de gemeenteraad op basis van dezelfde bedenking, veegt Denys van tafel. 'De beslissing van de gemeenteraad is een principebeslissing en verandert op zich niets aan het arbeidsreglement', zegt hij. 'Alleen de concrete bepalingen die in het statuut en reglement worden opgenomen, moeten onderhandeld worden met de vakorganisaties.'
Een vreemde redenering, vindt Dirk Holemans. 'De beslissing van de gemeenteraad is dus een principebeslissing. Die van de OCMW-raad een daadwerkelijke aanpassing van het personeelsreglement. Een andere motivering van de gouverneur om ons voorstel te schorsen, is dat de zitting gesloten was. Maar dat klopt helemaal niet: de zitting was openbaar.'
Gert De Vos
een doekje voor het
een doekje voor het bloeden
de gentenaar is ontgoocheld in het bestuur van zijn stad, tenminste: dat is de teneur die uit allerhande commentaren her en der op te maken valt. vorige week werd, enigszins onverwacht, het verbod op het dragen van een hoofddoek door stadsambtenaren goedgekeurd. nochtans werd het voorstel van open vld niet gesteund door coalitiepartners groen! en spa.spirit - burgemeester termont vond deze kwestie zelfs geen discussie waard - en leek het dientengevolge af te stevenen op een njet bij gebrek aan meerderheid. verrassend genoeg kreeg open vld toch zijn gram door de meerderheid te zoeken bij de oppositie, zijnde cd&v en vlaams belang, en zo, aan de hand van wat men noemt een wisselmeerderheid, het pleit in hun voordeel te beslechten. een gevaarlijk manoeuver dat in sommige media als een splijtzwam binnen de gentse politiek werd beschreven. in ieder geval getuigt het van een onverdoken opportunisme als men een langdurig pact, het cordon sanitaire, moedwillig doorbreekt omdat dit nu net goed uitkomt.
maar de regel is er en die is een mildere versie van wat open vld eerst voor ogen had. het verbod behelst het dragen van uiterlijke kentekenen van religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische, ideologische aard door personeelsleden die de stad vertegenwoordigen ten aanzien van derden. dus enkel zij die in contact komen met burgers moeten neutraliteit uitstralen, op ieder ideologisch vlak. voordat hierover in het stadhuis van gent gestemd werd, was ik er principiëel van overtuigd dat de lekenstaat, onze geseculariseerde samenleving, de basis van ons politiek en maatschappelijk denkkader moest zijn. de neutraliteit van de staat moet overal gerespecteerd en getoond worden. het resultaat van de stemming veroorzaakte echter een wrang gevoel. dit voelde niet goed, dit was ongents. iets deed mijn idee wankelen, de verontwaardiging van anderen die ik respecteer, was te groot.
en toch: het feit dat we in een land leven waar een strikte scheiding tussen kerk en staat beoogd wordt, is een fundamentele pijler van ons belg-zijn. de verbrokkeling van de katholieke zuil, het losbreken uit een soort verstarring heeft ervoor gezorgd dat we een opener samenleving hebben gecreëerd. ik ben blij dat de kruisbeelden weg zijn uit de rechtszalen, ik juich het toe dat de dominantie van een godsdienst in vraag wordt gesteld. in gebouwen en instanties waar ideologieën samenstromen, mag er geen één overheersen. we laten het niet nog eens gebeuren. en om de onvermijdelijke grijszones zoveel mogelijk te ontwijken, verbieden we zonder onderscheid. alles met een zweem van levensbeschouwing moet verbannen worden uit openbare gebouwen. want als we een hoofddoek toelaten, dan kan een vlaamse leeuw hier en daar ook wel oogluikend toegestaan worden en dan stopt het maar bij de zaken die echt strafbaar zijn, waar een consensus over is. bovendien is het belangrijk dat mensen die zich trouw verklaren aan de neutraliteit van de staat en dit ook uiterlijk tonen. al is het slechts een geveinsde objectiviteit: de perceptie bij de man aan het loket is al voor een deel gezuiverd van potentiële vooroordelen over de manier waarop hij zal behandeld worden. en het opgelegde 'toneel' dwingt de staatsbeamte ertoe die rol zo goed mogelijk te spelen.
hier zit echter meteen het zwakste punt in mijn redenering. want wat is er anders aan mijn neutrale overheid als ik bediend wordt door iemand met een hoofddoek? ja, ik zal denken dat ik anders behandeld wordt door iemand met een hangertje in de vorm van een kruis of iemand met een fakkel op de rever van zijn vest en ik heb diep vanbinnen ook mijn voorkeur door wie ik geholpen zou willen worden. maar doet dat ertoe? ligt de fout dan niet eerder bij mij? moet ik niet aanvaarden dat mensen anders denken, anders zijn? ik vermoed dat velen voor een verbod zijn door de ingebakken angst voor de ander. meedeinend op de golven van het beeld dat een zeker continent voor waar de wereld instuurt. bang dat een minderheid te groot wordt, bang dat hun invloed op 'onze' samenleving te groot wordt. die mensen zijn er, wat er mede de oorzaak van is dat dit debat louter over hoofddoeken gaat en andere symbolen, religieuze en niet-religieuze, hier nauwelijks bij betrokken worden. dit is echter een angst die gebaseerd is op een foute perceptie en vooral een onbegrip tegenover een andere cultuur, waar godsdienst, in tegenstelling tot bij ons, nog altijd centraal staat en zorgt voor een onderlinge samenhang tussen een groep van mensen die door hun minderheidspositie nood hebben aan een eigen identiteit. een verbod wakkert op deze manier enkel maar de zoektocht naar een eigen identiteit meer aan, waardoor verschillen nog groter worden en fundamentalisme een voedingsbodem krijgt.
het is wel mijn overtuiging dat er geen kapotrelativering van andere ideologieën mag zijn: tolerantie wordt al te vaak verward met zondermeer, onkritisch aanvaarden. het moet mogelijk zijn om zaken aan te klagen en het is mensen toegestaan om ervoor te pleiten dat het dragen van een hoofddoek de vrouw onderdrukt. alleen is dit in dit debat geen argument, omdat het verbieden dit misbruik van een religieus symbool niet zal wegnemen. en er zijn genoeg meisjes die bewust beslissen een hoofddoek te dragen om zichzelf en hun oorsprong in de verf te zetten, terwijl zij even vrijgevochten zijn als de westerse vrouw. wat vrijgevochten dan ook mag zijn, want de suffragettes en dolle mina's liggen nu ook nog niet zó ver achter ons. alleen horen wij dat als beschaafd en ontwikkeld land gewoon niet graag.
de vraag blijft natuurlijk: wanneer kan een hoofddoek - laat ik het ook tot dit symbool beperken - wel en wanneer niet? sta mij toe mijn standpunt met een voorbeeld in te leiden: een stadsambtenaar aan het loket met hoofddoek kan wel, een gesluierde rechter gaat te ver. het verschil ligt in het feit dat een loketbediende een verdere afgeleide is van onze neutrale staat dan een rechter. iemand in de rechtzaal krijgt te maken met geschillen waar - vaak - een verschil in ideologie centraal staat - vanzelfsprekend tussen cliënten onderling, maar vooral tussen cliënt en rechter, want daar gaat het hier om - en waar een zo objectief mogelijke oordeel moet geveld worden. de stadsambtenaar krijgt ook te maken met andere ideologieën en moet al wat eigen is trachten los te laten tijdens het werk. alleen wordt de objectiviteit hier veeleer bewaard en bepaald door procedures en regels die opgelegd worden van hogerhand, zodanig dat de marges voor de invloed van eigen persoonlijke voorkeuren tot een absoluut minimum vernauwd worden. een rechter mag zich ook niet buiten een bepaald kader begeven, maar bezit toch een zekere vorm van autonomie als hij een oordeel velt. bij hem is het bijna een morele verplichting om op alle mogelijke manieren te tonen dat hij als een mens zonder vooroordelen de rechtszaal binnenstapt.
dit is waar deze discussie uiteindelijk moet over gaan: de machtspositie die iemand bekleedt in onze maatschappij. hoe hoger die is, hoe meer persoonlijke preferenties kunnen meespelen in het uitvoeren van een taak en hoe meer kans er is dat de neutraliteit van de staat op de helling staat. het al dan niet dragen van een uniform, is hier vaak een duidelijke maatschappelijke signaalfunctie. als we ons allemaal de vraag zouden stellen op welke manier de geloofsovertuiging van een loketbediende ons op een of andere manier schade zou kunnen berokkenen in het uitvoeren van de diensten die zij ons verschaffen, wat zouden we dan antwoorden? hebben zij de macht om dat te doen? natuurlijk is de gradatie van macht die een persoon bezit moeilijk te meten, waardoor een verbod omwille van een teveel aan macht niet op alle gebieden even te makkelijk zal bepalen zijn. er is dan tenminste een objectief criterium om een verbod te rechtvaardigen. en criteria zijn er nu te weinig, in overweging nemend dat dit debat her en der gevoerd wordt en nergens eensluidend is.
mijn enige vrees blijft het sneeuwbaleffect: als een hoofddoek kan, wat kan dan nog? het gaat immers over symbolen in het algemeen. ik ben niet bang dat er plots een maori in ontbloot bovenlijf aan de burgerlijke stand gaat zitten - laten we wel wezen een kromme vergelijking die vaak gemaakt wordt - omdat we er het bij extreme uiterlijke kenmerken duidelijk over eens zijn dat dit maatschappelijk niet kan. verwar dit niet met vastgeroeste traditie, een maatschappij is gebouwd op een aantal vaste basiswaarden -en normen. een badge met een swastika moet verboden zijn. punt. bij elke definiëring zijn het echter de grijszones die voor problemen zorgen. de hoofddoek is een grijszone, want puur als esthetisch element hoeft dit niemand te storen en toch is er een weerstand. een embleem van een vlaamse leeuw is het symbool van het grond- en taalgebied vlaanderen en een bevestiging van een identiteit. sommigen zijn echter vervuld van afschuw voor het fiere door door het separatistische gedachtegoed dat ze hiermee associëren, zelfs al zijn zij opgetrokken uit de vlaamse klei. symbolen met een dubbele betekenis vormen met andere woorden het tweede hoofdprobleem in deze discussie. meteen ook een tweede opdracht voor politici van overal: bepaal duidelijk waarom sommigen een symbool als aanstootgevend zien en vooral of dit relevant is, of het iets is waar we als maatschappij kunnen achterstaan. of als het iets is waar we nog moeten aan werken. het is een soort van paternalisme, soms kan het gewoon niet anders.
verdraagzaamheid vereist ook verandering, vergeet dat niet.
(artikel gepubliceerd op groepsblog - http://www.kritic-us.be/104/een-doekje-voor-het-bloeden/)
OCMW keurt hoofddoek goed.
OCMW keurt hoofddoek goed.
Met een wisselmeerderheid van Groen!, Spirit-SPa keurde het OCMW het hoofddoekenverbod af en staat de vrije keuze inzake ideologische, politieke en religieuze gezindheid nu centraal. De 5 OCMW-raadsleden van sp.a, het OCMW-raadslid van spirit Cédric Verschooten, en de 2 OCMW-raadsleden van Groen!, Paul Pataer en Dirk Holemans hebben met een meerderheid van 8 tegen 7 het Groen!-voorstel goedgekeurd dat “het dragen van uiterlijke kentekenen van religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische of ideologische aard met een passief karakter niet opgevat wordt als het voeren van politieke, ideologische of filosofische propaganda”.
Geert Versnick van de VLD, de partij die door het doorbreken van het Cordon Sanitaire de stemming voor een hoofddoekenverbod won met steun van Het Vlaams Belang en de CD&V, gaat nu naar de gouverneur een nietigverklaring vragen. Vreemd hoe democratie en vrije mening bij Versnick functioneren.
Stemming in het OCMW: The
Stemming in het OCMW: The Soap must go on!
Zoals we al aangaven is deze Hoofddoekenshow nog niet afgelopen. De stemming in over het hoofddoekenverbod ligt nu ook voor in het OCMW. SP.A/Spirit en Groen! hebben in de OCMW-raad een meerderheid van acht tegen zeven zetels voor Open VLD, CD&V, N-VA en Vlaams Belang. De OCMW-raad is niet verplicht de Gemeenteraad te volgen, zoals omgekeerd ook werd aangegeven op de Gemeenteraad die zich onbevoegd verklaarde voor de regelgeving in de OCMW-raad die hiervoor autonoom kan stemmen.
Groen! heeft gisteren een voorstel van raadsbesluit ingediend dat vraagt het principe goed te keuren waarbij het dragen van uiterlijke tekenen van religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische of ideologische aard met een passief karakter door personeelsleden van het OCMW niet kan worden opgevat als het voeren van politieke, ideologische of filosofische propaganda. Want dat is verboden door het personeelsreglement. Groen! stelt dat de arbeidsreglementen al een neutrale en gelijke dienstverlening garanderen.
SP.A-fractieleider Guy Reynebeau zegt dat de SP.A-leden de motie volgende dinsdag zullen goedkeuren, al blijft de stemming vrij." De SP.A dient zelf geen motie in, maar je kunt moeilijk verwachten dat we anders zullen stemmen dan onze collega's in de gemeenteraad. We hebben de Groen!-motie aandachtig gelezen en ons standpunt loopt gelijk. Toen de Open VLD haar motie in de gemeenteraad indiende, zijn we ook niet geraadpleegd.
De reactie van Versnick is sportief als altijd....OCMW-voorzitter Geert Versnick (Open VLD) zal namelijk naar de gouverneur stappen als Groen! en SP.A een meerderheid vormen tegen een hoofddoekverbod. OCMW-voorzitter Geert Versnick zegt dat hij dinsdag iedereen zal afraden die motie te stemmen, omdat ze toch onwettig is. 'Ze is in strijd met artikel42 van de OCMW-wet die stelt dat het administratief en financieel statuut van het OCMW-personeel identiek is aan dat van het stadspersoneel. Het OCMW kan wel eigen regels definiëren voor functies die niet in de stad aanwezig zijn, zoals het personeel van rusthuizen.
Gebruikte informatie komt uit het artikel van Karel Van Keymeulen (Uit de Standaard van 5 november 2007)
Hoe een hoofddoek het falen
Hoe een hoofddoek het falen van onze democratie duidelijk maakt!
In Gent werd vorige week het verbod op het dragen van een hoofddoek in een publieke functie nipt goedgekeurd. Dit Verbod kwam er dank zij een wisselmeerderheid van de liberalen, de christen democraten en het Vlaams Belang. Nochtans bleek dat drie ‘volksvertegenwoordigers’ van de CD&V problemen hadden met het verbod. Dit waren de gemeenteraadsleden Anne Martens, Paul Goossens en Monica van Kerrebroeck. In de krant De Morgen van zaterdag 1 december verscheen een dubbelinterview met schepen Fatma Pehlivan en Monica van Kerrebroeck. Mijn verbazing steeg met de minuut wanneer ik het interview las. Eerst en vooral verwoordde van Kerrebroeck de tegenvallende uitslag van de gemeenteraadsverkiezing als volgt: “Ik verwerk dat op mijn manier, maar Anne Martens was er gewoon ziek van. Het feit dat het kon, dat vrouwen vandaag rechten ontzegd worden”. (De Morgen 01/12/07)
Onvoorstelbaar! Het is inderdaad ironisch dat een “Westers” gemeentebestuur de rechten van moslimvrouwen gaat ondermijnen. We zijn anders nooit te verlegen om hun cultuur aan te wijzen als grote onderdrukker van de rechten van de vrouw. Maar eveneens het feit dat het kan, dat politici ziek zijn van een decreet dat ze zelf hebben ondersteund! Het feit dat het kan in België. Ik ben wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Studie van de Derde Wereld in Gent. Ik bestudeer autoritaire regimes in het Midden Oosten en daar kan dat inderdaad. In die landen hebben politici vaak de vrijheid niet om in eer en geweten op te komen voor een vrije mening. Hier in België zou dat in theorie anders moeten zijn. We leven in een vrij land waar iedereen recht heeft op een eigen mening, alleen geldt dat niet voor onze eigen vertegenwoordigers. Zij moeten zich houden aan de discipline van de partij waarvoor ze uitkomen. In principe is dit een verklaarbaar fenomeen. Vanuit strategisch oogpunt mochten deze drie dissidenten de CD&V niet in verlegenheid brengen. Stel je eens voor hoe de pers zou gereageerd hebben indien drie christen democraten aan de basis lagen voor het kelderen van een voorstel dat de provinciale partijtop zelf ondersteund heeft. Zeker met de huidige nationale crisis zou dit de reputatie van de partij niet ten goede komen. Niettemin is het onvoorstelbaar dat de media zich niet kritisch meer kan uitspreken over de autoritaire partijdiscipline. Het is een fabeltje dat ‘de kiezer’ zijn wil oplegt aan de politiek. Denk maar aan de absolute dooddoeners: de kiezer beslist, de kiezer schudt de kaarten, de mensen hebben altijd gelijk. Stop met deze populistische volksverlakkerij! Stop met te verwijzen naar volksvertegenwoordigers wanneer het slechts gaat over partijvertegenwoordigers. Die burgers die niet wensen te kiezen voor een bepaalde politieke partij maar in plaats daarvan voor een specifieke kandidaat kiezen, komen op die manier bedrogen uit. De pers (massamedia) mag hier wel wat aandacht voor hebben. Dit is een klassiek voorbeeld van een democratisch deficit. Monica van Kerrebroeck is de enige van de drie CD&V-politici die zich onthouden heeft bij de stemming. Volgens eigen zeggen heeft ze daarmee een duidelijk signaal gegeven. Ze was verontwaardigd over het feit dat CD&V een voorstel samen met het Vlaams Belang mee ondersteunde. “Ik wil net anderen in die partij [CD&V] erop wijzen dat zo’n houding niet kan.” (De Morgen 01/12/07) Dan vraag ik me ten zeerste toch af waarom ze niet TEGEN heeft gestemd? Opnieuw, onvoorstelbaar dat zoiets in de pers wordt getolereerd. Monica van Kerrebroeck redt haar reputatie zonder de partij tegen de schenen te schoppen. Ze is geen haar beter dan de rest. Alle drie blijven ze trouw aan de partij en ze verzaken hun democratische verantwoordelijkheid als vertegenwoordiger van diegenen die op hen gekozen hebben.
Ik hoop dat sommige bewoners van Vlaanderen genoeg hebben van dat populistische discours waarin we keer op keer bedrogen worden door onze eigen verkozenen. Wat kunnen we als individuele burger hiertegen doen? Sinds het einde van de jaren ’90 heeft de nieuwe politieke cultuur haar intrede gedaan. Weg met het middenveld en de zuilen was het nieuwe devies. Het ontnam de burger zijn eigen mening. Er moest een directe relatie tussen de burger en de politiek gecreëerd worden want de kloof (nog zo’n dooddoener!) was te diep geworden. De individuele burger werd geresponsabiliseerd en verlost van dat beklijvende middenveld. Hij kon nu zelf opkomen voor zijn eigen belang. Niets is minder waar uiteraard! Het individu verloor de steun van een georganiseerd middenveld dat zijn belangen verdedigde en zijn eisen kracht bijzette. Die ‘burger’ werd gedegradeerd tot slechts één individu tussen de vele anonieme anderen. Te pas en te onpas werd naar hem verwezen als DE Vlaming of DE mensen. Iedereen had ineens één en dezelfde mening. De massamedia bepalen hoe langer hoe meer de thema’s waarover DE Vlaming een mening heeft. Die thema’s worden hoofdzakelijk aangebracht uit één bepaalde hoek: namelijk de extreem-rechtse reactie op onze de maatschappelijke problemen. Thema’s als Veiligheid, migratie en onze zogenaamde existentiële verschillen met de Walen zijn niet meer uit het nieuws weg te slaan. Zelfs non-debatten zoals het verbieden van de hoofddoek in openbare gebouwen, waar vroeger nooit een wezenlijk probleem van werd gemaakt, staan opeens hoog op de agenda van de gemeenteraden in Antwerpen en Gent. In Gent heeft dit rechtstreekse gevolgen voor niet meer dan een handvol werknemers maar als politiek signaal kan dit tellen. De politiek wordt gedomineerd door de populisten. Of neen, sorry, het ging over de neutraliteit van de staat. Een verbod TEGEN iets is niet echt neutraal als je het mij vraagt. Een verbod op religieuze symbolen getuigt van de hegemonie van de liberale visie op publieke ordening en de dominante laïcisering van onze publieke ruimte. Op zich geen slechte zaak maar kom er dan ook voor uit! Dit heeft allerminst met de bescherming te maken van een hol begrip als de “neutraliteit”. En wat met de echte problemen? Wat met de toenemende neoliberalisering van onze maatschappij? Wat met de druk van internationale bedrijven om de verworven arbeidsrechten terug af te bouwen? Wat met de idee om essentiële publieke sectoren over te laten aan de privé en de druk om onze sociale zekerheid beetje bij beetje af te bouwen en over te laten aan privé-verzekeraars? Wordt daar nog over bericht op een serieuze manier? Of is dit enkel de schuld van een zogenaamde onbeheersbare globalisering? De fundamenten van het hegemonische neoliberale systeem staan niet meer ter discussie in ons maatschappelijk debat.
Maar sommige Vlamingen hebben er genoeg van om over éénzelfde populistische kam gescheerd te worden. DE Vlaming bestaat niet. DE mensen evenmin. Goed bestuur willen we uiteraard allemaal. Maar goed bestuur houdt in dat onze vertegenwoordigers debatteren over de inhoud en die inhoud voorleggen aan diegenen die hen dit mandaat leveren. Onze vertegenwoordigers moeten immers onthouden dat hun macht hen verleent is door hun maatschappelijke basis. Dat is democratie! Dit geldt ook voor het nationale niveau. Met punten, komma’s en Joel Milquet als zwarte piet als uitleg voor het falen van de laatste formatieronde nemen niet alle Vlamingen genoegen. (Ter Zake Zaterdag, VRT) Net zomin zoals sommige Vlamingen geen genoegen nemen met alleen maar partijvertegenwoordigers. Beste politici, stop met uw bevolking als één subject te zien en vertegenwoordig eindelijk eens de verschillende maatschappelijke en ideologische visies die een bevolking diversifieert. Zodat we over ernstige problemen kunnen spreken. Velen van ons hebben genoeg van het hedendaagse populistisch discours.
Koen Bogaert
Universiteit Gent
(02/12/07)
http://site.kifkif.be/kifkif/nieuws.php?nws_id=1328&open_menu_id=4
lezersreactie via
lezersreactie via mail:
Inzake het hoofddoekenverbod zou ik het stadsbestuur van Gent graag op twee artikels uit de grondrechten van de Europese Unie wijzen met name artikel 22 inzake culturele, godsdienstige en taalkundige verscheidenheid en artikel 10 inzake de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Artikel 10 stelt:”Eenieder heeft het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé, zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en geschriften. Het artikel 22 luidt als volgt:”De Europese Unie eerbiedigt de culturele, godsdienstige en taalkundige verscheidenheid.” Deze artikels omvatten grondrechten van de Europese Unie ook goedgekeurd door ons land. Conclusie: het hoofddoekenverbod in Gent is eigenlijk illegaal. De selectieve naastenliefde die in Gent gepredikt wordt, heeft niks te maken met de scheiding tussen kerk en staat, maar een achternalopen van het Vlaams Belang die kost wat kost haar zondebokpolitiek over andere partijen importeert. Deze overheidsinmenging in een privé aangelegenheid gaat volgens mij te ver. Wie het bewuste hoofddoekenverbod in Gent wil aanvechten, kan dat volgens mij zonder veel problemen.
Andy Vermaut
Belhuttebaan 102a
8680 Koekelare
gsm 0499/35 74 95
BAAS OVER EIGEN
BAAS OVER EIGEN HOOFD:(REACTIE)
[Opinie] Stad Gent stemt voor een hoofddoekenverbod
Na Antwerpen neemt ook de Gentse gemeenteraad de beslissing om uiterlijke symbolen van religieuze, levensbeschouwelijke, politieke of andere overtuiging te verbieden voor stadspersoneel dat rechtstreeks in contact komt met klanten. Wij zijn diep teleurgesteld, maar vooral diep verontwaardigd. We zagen Gent als modelstad, de stad die bewees dat het allemaal kon zonder problemen. Nu creëert men juist problemen waar er geen zijn.
In de praktijk heeft dit vooral kwalijke gevolgen voor moslimvrouwen die nu of in de toekomst voor de stad (zullen) werken en een hoofddoek dragen. Stad Gent geeft hiermee een dubbel signaal: enerzijds wil men diversiteit binnen het personeelsbestand stimuleren, anderzijds moet die diversiteit zo weinig mogelijk zichtbaar zijn. Vrouwen met een hoofddoek worden onder het mom van emancipatie in feite gediscrimineerd. Wat zal er gebeuren met de vrouwen die al jaren op dezelfde plek en met dezelfde collega’s werken?
De hoofddoek is een praktijk die voortkomt uit een religieuze overtuiging. Moslima’s de vrijheid ontnemen de hoofddoek te dragen, raakt zowel aan het recht op godsdienstvrijheid als aan de zelfbeschikking en emancipatie van vrouwen. Daarom is het platform Baas over Eigen hoofd! zowel tegen het verbieden als tegen het verplichten van een hoofddoek.
Het verbod zorgt voor een beknotting van het recht op arbeid van moslimvrouwen. Meer en meer bedrijven en scholen nemen dit verbod over. Moslimvrouwen die een hoofddoek dragen kunnen op alsmaar minder werk- en stageplaatsen terecht en worden zo gemakkelijk afhankelijk van het inkomen van een partner, of belanden in laagbetaalde en minderwaardige jobs en opleidingen. Het Gents stadsbestuur wil al jaren werk maken van een divers personeelsbeleid. We lezen ook dat het stadsbestuur drempels wil wegwerken om te garanderen dat diverse groepen kansen krijgen. Via een hoofddoekverbod doet men net het tegenovergestelde.
Wij kiezen voor inclusieve neutraliteit. Dat wil zeggen dat men neutraal moet zijn in de uitvoering van de functie, niet op het vlak van het uiterlijk. Een hoofddoek staat de professionele en correcte dienstverlening door een loketbediende niet in de weg. Integendeel: een werkneemster die zich gewaardeerd voelt op de werkplek, oefent haar job met meer plezier uit.
Het (ongewilde) gevolg van deze maatregel is dat hij Gentse burgers leert discrimineren in plaats van samen te leven met andersdenkenden en andersgelovigen. Een dergelijke houding leidt onvermijdelijk tot uitsluiting en intolerantie.
BOEH! wil dat vrouwen zelf kunnen beslissen om een hoofddoek te dragen of niet, zonder bemoeienis van de overheid of wie dan ook. We willen dat het stadsbestuur het samenleven en samenwerken met mensen van alle religies en levensbeschouwingen erkent. We streven naar een inclusieve neutraliteit, wat inhoudt dat er ruimte is voor al deze mensen op voet van gelijkheid.
BOEH! (ofwel Baas over eigen hoofd!) is een actiegroep van diverse allochtone en autochtone vrouwenorganisaties (Het platform Blijf van mijn hoofddoek! maakt actief deel uit van BOEH!). Die ontstond in januari 2007 uit protest tegen een beslissing van het nieuwe Antwerpse stadsbestuur. Deze beslissing heeft ondermeer als gevolg dat stadspersoneel in publieke functies geen hoofddoek meer mag dragen.
WEBSITE: http://www.baasovereigenhoofd.be/
De overduidelijke motivatie
De overduidelijke motivatie om de hooddoek te dragen wordt hier niet vermeld: de patriarchale macho-cultuur die bevestigd wordt door de dogmatische godsdienst die de Islam is, en waarbij de mannelijke lusten (mannen, die bij een onbedekt lichaam ongetwijfeld de vrouw zouden bespringen, een primitieve opvatting over sex uit de Bedoïenenmaatschappij van de zevende eeuw) moeten geremd worden door het slachtoffer preventief te bedekken.
Men kan hier repliceren dat dit 'niet op wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd' en zich zoals bij de 'progressieve' religie-verdedigers tegenwoordig gebruikelijk is, in duizend apologetisch-retorische bochten wringen om het evidente te ontkennen.
Het is toch bijzonder vreemd dat uitgerekend feministes, die al decennialang erop wijzen dat 'het persoonlijke politiek is', dat dominante patriarchale regels en sociale druk ook door de vrouwen zelf geïnternaliseerd worden (hun zogenaamde 'vrije keuze' als in de slogan 'de vrouw beslist' van het platform BOEH, met de medeplichtigheid van Vlaamse feministes), nu plotseling al die inzichten gaan ontkennen en doen alsof toegeven aan middeleeuwse kledingvoorschriften een daad van maatschappelijke emancipatie is...
Het postmoderne cultuurrelativisme dat verworvenheden als de scheiding tussen kerk (religie) en staat op de helling wil zetten, brengt geen zoden aan de dijk.
Uw commentaar toont dat u
Uw commentaar toont dat u alvast geen pap lust van postmoderne denkinvloeden. Uw commentaar is noch complex, gedifferentieerd noch laat het ruimte voor openheid en multi-perspectiviteit. Uw commentaar is héél modern! Het zit gevangen in pure pro versus contra, in zij tegen wij (zonder die wij en zij in vraag te stellen). Het lijkt een soort dichotomisch denkpatroon eigen aan het religieuze denken! Het Verlichte Denken Vs. de Donkere Middeleeuwen....
U bent een mooi voorbeeld van de analyse in het artikel bovenaan. De nieuwe moraalridders die zich opwerpen als de reddingsboeien van de Islamitische vrouw zijn even besmet aan een eng dichotomisch denken als de Katholieke kerk vroeger (en nu nog steeds). BOEH heeft gelijk de diverse redenen aan te geven waarom meisjes en vrouwen een hoofddoek dragen, alsook de nagatieve dominante beeldvorming te bekritiseren.
Zijn er dan geen problemen bij Moslimgemeenschappen (als u ze dan toch over dezelfde kam scheert) ? Jawel! (Anders komt vast en zeker het "ongelooflijk goed onderbouwde argument" mijn kant op van "een linkse kerk" of van "politieke correctheid"?) Vele auteurs zoals BOEH en zoals EVA Brems, Sami Zemni, Nadia Fadil en Sarah Bracke proberen zowel die problemen als de complexiteit binnen de politieke realiteit van onze maatschappij te analyseren. Laat ons voorbij uw dichotome analyse proberen te geraken...op weg naar meer Verlichting alvast!
Beste Pascal, In uw
Beste Pascal,
In uw multiperspectivistisch spel van glijdende betekenaars danst u op een complexe wijze om al mijn argumenten heen. U kunt zoveel binaire tegenstellingen deconstrueren als u wil, maar al die discursieve spelletjes, noch die van Fadil of Bracke, hebben nog nooit voor een reële emancipatie gezorgd. Je kan er hoogstens een slecht doctoraat mee scoren. Geen wonder dat het Blok-discours zoveel meer mensen aanspreekt dan u als linkse intellectueel, vox clamans in deserto... Mijn benadering is inderdaad complexloos modernistisch. Geen identity-politics graag, maar reële sociale, economische en politieke bevrijding. Het probleem van 'de moslims' in de wereld is in de eerste plaats een klassenprobleem, een probleem van imperialisme op wereldvlak en van proletarisering in landen waar ze naartoe migreren. Derrida zaliger zou dat trouwens zelf ook toegegeven hebben, want als het er echt op aankwam was hij heel wat verstandiger dan al zijn epigonen.
We denken trouwens vanaf onze cognitieve ontwikkeling als kinderen fundamenteel in dichotomieën, en het is een illusie die echt te kunnen overstijgen. Ik kan - als vrijblijvend tijdverdrijf, op zoek naar academische distinctie, of nog om erkend te worden door mijn eventuele peer group in de multiculturele sector - ook snel even een deconstructieve lezing geven van het antwoord dat u net gepost hebt, of van de zeer zwakke tekst van Fadil en Bracke (waarbij de vele absenties sprekender zijn dan de presenties!). De manier waarop u de 'openheid' in uw eigen 'kamp' situeert bijvoorbeeld, spreekt boekdelen.
Ook wat die negatieve beeldvorming betreft. Is het voor postmodernisten onmogelijk om nog eens na te denken over de relatie tussen discours en realiteit in plaats van zich te masturberen boven een ketting van betekenaars? De stukken die regelmatig op kifkif verschijnen, van die Ico Maly en andere 'mediawatchers' bijvoorbeeld, hebben ook de neiging alle reële problemen op te lossen in de ideologiekritiek, en zo aan de feiten voorbij te gaan. Moslimmannen zijn agressief tegen mannelijke gynaecologen? Geen probleem, analyseer gewoon de stereotypen in de pers en doe dan alsof dit probleem niet bestaat... Het zijn toch maar discursieve constructies, net zoals die 'jongeren' in Molenbeek die criminelen bescheremen als ze terecht worden opgepakt door de flikken. De beste was een kritiek op Mia Doornaert's afwijzing van het begrip 'islamofobie'. Hoe langer ik die tekst las, hoe meer mijn sympathie voor barones Doornaert groeide, hoewel ik normaal gezien het schijt krijg van haar analyses... Zur Kritik der kritischen Kritik zouden we eens alle presupposities uit de media-analyses van die post-linkse intello's moeten halen... Waar links zich echt zou mee moeten bezig houden is met de sociale en politieke strijd, niet met de huldiging van een relativistische 'multiculturaliteit' die zoals Zizek aantoont in feite een neoliberale ideologie is.
Tot slot: de Verlichting is inderdaad een dialectisch proces - u kent ongetwijfeld uw klassiekers - maar de manier waarop die door de 'politiek correcten' (bemerk mijn postmodern-ironisch gebruik van deze geladen populistische term die daarom toch niet ontdaan is van enige validiteit) tegenwoordig in de prullenmand geworpen wordt, is choquerend. Al die pseudo-argumenten kunnen immers een nuchter denkend mens niet van het volgende overtuigen: de hoofddoek als teken - symbolisch of indexicaal, - is fundamenteel onderdrukkend en verwijst naar een patriarchale sexuele ideologie. En ja, de 'westerse cultuur' (foei wat een homogenisering!) heeft deze Verlichting voortgebracht, net zoals het socialisme, het feminisme, de sexuele bevrijding, het kritisch-rationeel denken etc. Mag ik dat nog 'superieur' vinden aan sommige elementen uit bepaalde pre-industriële maatschappijvormen, die in wisselwerking met dogmatische godsdiensten praktijken zoals vrouwenbesnijdenis, eremoorden, terechtstellingen van holebi's en dergelijke goedkeuren?
U kunt nu alvast uw ongetwijfeld zeer intellectuele tegenzet posten, maar stel dat we deze discussie in mensentaal zouden voeren aan de toog van om het even welk Gents café, of in de kantine van de Volvo, wie zou het dan op zijn kousenvoeten halen, denkt u? DAT is het probleem van links.
Dit artikel sluit mijns
Dit artikel sluit mijns inziens aan bij uw visie. Zelf heb ik het moeilijk om me een sluitende mening te vormen, daar er voor beide visies argumenten voor en tegen te bedenken zijn.
Beste, Dank voor je
Beste,
Dank voor je inhoudelijke reactie. Toch even een korte reactie waar ik probeer in te gaan op uw argumenten.
Mijn zogezegde multiperspectivistisch spel van glijdende betekenaars
-of hoe u sociaal constructivisme ook noemt op een wat flauwe retorische manier- laat me inderdaad toe zaken soms iets flexibiler te interpreteren als u blijkbaar doet. Deze discussie gaat daar niet over, noch over discursieve spelletjes. Zoals u terecht aangeeft gaat het over emancipatie; zoals u wel weet een modern begrip. Ik heb noch problemen met Verlichting, noch met de moderniteit. Het ontdekken van processen van vooruitgang zijn voor mij even belangrijk als voor u.
Het gaat me ook niet over de tegenstelling postmoderne identiteitspolitiek versus de economistische paradigma's gebaseerd op natuurlijke wetten. Het probleem gaat erover, en u geeft dit terecht aan met Slavoj Zizek, dat identity-politics en multiculturalistisch denken niet verder gaan dan sociale cohesie-discours en dan enkel diversiteit proclameren... Ik ben het daar 500% eens met U. De postmoderne positie die u me vrijelijk toedicht, is in die zin nogal incorrect...
Dat dominante neoliberale paradigma's en discours de sociale strijd herleiden tot sociale cohesie en pure identiteitsstrijd, EN DAAR HEBT U GELIJK VOLGENS MIJ- kan een mens alleen maar diep doen zuchten. In die zin is het eenzijdige multiculturele paradigma waar een deel van het middenveld zich in laat duwen, "on"-bewust medeplichtig aan het medefunctioneren in het neoliberalisme zoals Zizek maar ook Alain Badiou terecht aangeven...Ik deel deze bezorgdheid! Een deel van het middenveld laat zich hierin loeren door bezig te zijn met uitsluitend cultuur en sociale cohesie en identiteit. Nochtans, zoals Bernstein zei, "culture cannot compensate for society". Naast die diversiteit van cultuur zijn onze wijken inderdaad ook getekend door een harde diversiteit inzake sociaal-economische status. De stad is in die zin een gefragmenteerde (fysieke) ruimte geworden van sociaal-economische ongelijkheid. Een deel van het middenveld moet dit dringend eens gaan beseffen... Dat echter alles tot economistische wetten te herleiden is, daar verliest u mij... Ook economie is (deels) gebaseerd op geconstrueerde economische wetten (die politiek genaturaliseerd worden)...
Ik heb geen probleem dus met het verschil tussen discours en realiteit, al is die denk ik soms een stuk complexer dan u ze doet uitschijnen. (Het zal mijn naïeve sociaal-constructivisme zijn!). Dat alles discours zou zijn, zoals u me zo mooi toedicht, is kort door de bocht... Dat alles in vaste wetten te gieten is die tot natuurlijke vanzelfsprekendheden herleid kunnen worden, is echter nog een stuk bedenkelijker.
Ik heb daarenboven op geen enkele manier de Verlichting aangevallen as such, nog de ratio, noch het moderne denken. Ik geef kritiek op de dominante discours (alvast weer eens een fout woordgebruik) en sociale machtsconfiguraties die ze misbruikt tegen minderheden of groepen die een stuk kwetsbaarder zijn. Van mij mag u superieur vinden wat u wil. Ik zie het niet als mijn taak de superioriteit als eindpunt te zien. Veeleer geef ik een bezorgdheid aan van dominante groepen, zoals ook enkele liberalen doen, die het Verlichtingsdiscours en het gebruik ervan te weerhouden tot hun eigenste kringen (Diegenen die denken dat ze altijd en overal gelijk hebben omdat ze zich o zo superieur achten. ) In Gent is dit hoofddoekenverbod in die context gestemd volgens mij, en heeft dit niks te zien met emancipatie of verlichting. Dit is pure machtspolitiek op de rug van allochtone vrouwen!
Ik heb geen probleem om toe te geven dat onderdrukking verwerpelijk is en non-emancipatoir. Als een moslimman dat doet met een moslimvrouw, vind ik dat as such verwerpelijk. Ik weet niet waarom ik onderdrukking zou goedpraten... (als u dat zou impliceren, met excuses als u dat niet doet!) Dat ik echter een pleidooi zou moeten houden iemand zijn religie de grond in te stampen wegens "intrinsiek" onderdrukkend, ontgaat me volledig. Ik weiger uitspraken die een hele groep over de hekel halen vanwege hun zogezegde "gedeelde symbolen". Als u dat wil postmodern noemen, no probs! Al was ik trouwens zelf zo atheïstisch als de pest (en de kans is zéér groot dat dat zo is), dan nog zou ik vanuit een formeel (dus niet inhoudelijk!) standpunt iemands rechten verdedigen wanneer die door een dominante groep wordt onderdrukt...
Godsdienstkritiek lijkt me een verworven recht, geen probleem daarmee. Dat de meeste religies 'an sich' dogma's volgen waar ik geen fan van ben, weerhoudt me niet van kritiek. Ik vraag me gewoon af wanneer iets godsdienstkritiek is en wanneer een hele groep over de hekel wordt gehaald wegens andere (meer populistische) redenen. Het is niet omdat ik katholieke instellingen dogma's toedicht en daar geen voorstander van ben, dat ik moet vinden dat alle religie maar moet gebannen worden uit de publieke ruimte of dat ik alle katholieken ga evalueren op basis van de stellingen van hun instituties...Bovendien is het maar de vraag of we met een dogmatisch statisch perspectief de complexiteit van religie in al zijn geledingen (voorbij de instituties) kunnen vatten. Naast die religieuze instellingen is er ook zoiets als een sociologie van religie. Ik heb geen zin Vermeersch te volgen in zijn absolutistische redeneringen over religie (al denkt de man altijd gewoon maar "dé waarheid" te spreken). Die soort van absolutistische vrijdenkersideologie houdt zijn eigen dogma's voor zoals ik schreef en draagt niks bij tot de discussie over verschil (wat u postmodern noemt waarschijnlijk!) in de samenleving. Als je werkelijk gelooft dat de mens beter een blank slate is (een onbeschreven blad) dan bent u morgen nog niet thuis om een adequaat antwoord te geven op wat (radicale) democratie dan nog betekent?
Ten laatste: Ik ga zeer graag op cafe, maar ik ben blij dat politiek soms meer om het lijf heeft dan cafépraat. Meer zelf: de hedendaagse discussiecultuur komt niet boven het caféniveau. Debatten zijn zo gepolariseerd tegenwoordig dat meer etiketten rond vliegen dan argumenten. Tot zover uw bezorgdheid voor Verlichting...Als u echter "links" associeert met cafepraat, geen probleem.
Op de juiste plaats, manier en tegen mensen die dit willen doen...Ik doe mee op café/ Laat ons echter geen pleidooi houden voor veralgemeende cafépraat, toch?
OPINIE van Sarah Bracke en
OPINIE van Sarah Bracke en Nadia Fadil op opiniestuk van Herman Jacobs in de Standaard. Dit stuk heeft tenminste een complexere politieke kijk op de hele zaak over hoofddoeken.
[Opinie] Hoofddoekenverbod als ‘positieve discriminatie’? (INDYMEDIA.be)
Vreemd toch, hoe het journalistieke maxime van nauwkeurigheid, feitelijkheid en grondigheid plots niet langer lijkt te gelden wanneer het over de hoofddoek – of ruimer: de islam – gaat. In De Standaard van 27 november beweert journalist Herman Jacobs dat de hoofddoek een ‘religieus en politiek propagandamiddel’ is, en beschouwt hij diegene die deze stelling niet delen als ‘imbecielen’, of naïevelingen die de waarheid niet recht onder ogen durven aankijken.
Waarop deze journalist zich baseert om dergelijke ernstige beweringen te staven zal ons een raadsel zijn. Indien wetenschappelijk onderzoek over Moslims in België (en Europa) het over iets eens is, dan is het juist dat de hoofddoek om duizend-en-één verschillende redenen gedragen kan worden. Dit kan gaan van een behoefte religie volgens dominante voorschiften op een correcte wijze te beleven, tot een zoektocht naar identiteit, een manier om niet achter te blijven bij de generatiegenoten (ook jonge Islamitische dames zijn niet ongevoelig aan modetrends bij hun peers), een teken van politiek verzet tegen verbodsbepalingen, etc… Beweren dat de hoofddoek een ‘religieus en politiek propagandamiddel’ is, gaat dus niet alleen voorbij aan de veelzijdigheid van de motivaties die achter het dragen van een hoofddoek schuilgaan; het komt bovendien absoluut niet overeen met de heersende wetenschappelijke vaststellingen die de hoofddoek vooral in de ruimere zoektocht naar identiteit van tweede-generatie moslimjongeren kaderen.
Herman Jacobs’ artikel is echter ook om een andere belangrijke reden problematisch. Sinds een aantal jaren is het ‘bon-ton’ geworden om te pas en te onpas slecht onderbouwde feitelijkheden over de Islam en Moslims de wereld in te sturen. Of ze nu blijken te kloppen of niet lijkt secundair te zijn; zolang ze maar de stelling ondersteunen dat de Islam die zich bij de tweede-generatie jongeren ontwikkelt gevaarlijk, reactionair en conservatief is. Deze stelling komt uiteraard niet uit de lucht vallen, en is in het bijzonder populair geworden sinds 9/11 en de ‘botsende beschavingen’ these die hiermee gepaard gaat. Over heel Europa zien we pseudo-experts en journalisten opduiken die menen te weten hoe de vork ‘echt’ in de steel zit op het gebied van islambeleving, maar die niets meer te bieden hebben dan een persoonlijke opinie ingegeven door angst of afkeer. Het is pas een week geleden dat het ENAR (European Network Against Racism) haar ‘Shadow Report on racism in Europe’ publiek maakte. Het rapport maakt duidelijk dat racisme aan een opmars bezig in verschillende Europese landen, en dat dit groeiende racisme hoe langer hoe meer de vorm van islamofobie aanneemt. Een verontrustende situatie die ons allen tot enige verantwoordelijkheidszin aanmaant, te beginnen bij de media die dergelijke fulminerende bijdragen publiceren. Hierdoor wordt het voor de lezer steeds moeilijker een onderscheid te maken tussen opinies vol onjuistheden en degelijke kennis die op systematische en onderbouwde wijze tot stand komt.
Want de kwestie waar het om draait, is de volgende. Hoe kan onze samenleving materiele en symbolische ruimte bieden aan iedereen die er deel van uit maakt? Een overheid die de hoofddoek verbiedt neemt, ironisch genoeg, dezelfde ‘tirannieke’ rol op als ‘rechtzinnige ouders’ die Jacobs aanklaagt. Een hoofddoek verbieden of een hoofddoek opleggen berust immers op hetzelfde principe, nl. dwang. De overheid, of de ouders, eigenen zich in beide gevallen het recht toe om te bepalen hoe de Islamitische dames erbij moeten rondlopen. En in tegenstelling tot wat Jacobs beweert, wordt de hoofddoek verbieden in vele gevallen als even pijnlijk ervaren als een hoofddoek opleggen. De menige Islamitische vrouwen die we in het kader van meer dan 10 jaar onderzoek hebben gesproken, getuigen van het lijden van een identiteit te moeten achterlaten om volwaardig te kunnen deelnemen aan een samenleving die hen echter op verschillende manieren toch blijft discrimineren. Een hoofddoek is dus inderdaad niet vergelijkbaar met een ‘handtas’ of een ‘rugzak’, zoals Jacobs stelt. Maar juist omdat het voor vele Islamitische vrouwen een onlosmakelijk onderdeel vormt van hun zijn en hun identiteit. Door hen de hoofddoek te ontnemen wordt hen hetzelfde geweld aangedaan als door aan andere vrouwen de hoofddoek op te leggen.
Moeten we met de hoofddoek dan een vorm van ‘positieve discriminatie’ toelaten die voor velen onaanvaardbaar is? Jacobs heeft daarover een duidelijke mening. Net zoals hij zijn atheïstische ‘propaganda’ niet achter een overheidsloket zou mogen bepleiten, mag dit ook niet het geval zijn voor moslimvrouwen die een hoofddoek dragen. De recente beslissingen van het Gents stadsbestuur, en voordien Antwerpen, om de hoofddoek uit zichtbare publieke functies te bannen lijken hem in deze te volgen. Maar dit punt berust op een schromelijke misvatting. Vele Islamitische vrouwen dragen immers de hoofddoek in eerste instantie niet om een bepaalde ‘boodschap’ de wereld in te sturen, maar omdat ze dit als een onderdeel zien van hun geloofspraktijk. Bovendien belet niemand een atheïst vrij zijn of haar overtuiging te praktiseren tijdens de werkuren. Hetzelfde geldt echter niet voor Islamitische vrouwen die telkens opnieuw hun hoofddoek moeten afzetten eens ze aan hun dagtaak beginnen. Ten slotte kan een seculiere moslima haar overtuiging vrijuit tijdens de werkuren beleven. Immers, geen hoofddoek dragen kan ook een uitdrukking zijn van een religieuze praktijk of politieke overtuiging. Sommige seculiere moslima’s die we spraken droegen bewust geen hoofddoek omdat ze Islam op een andere manier wilden beleven; of hiermee een politiek signaal de wereld wilden insturen. Geen hoofddoek dragen is dus niet per definitie een ‘neutrale’ praktijk.
Dit brengt ons tot één van de basisbeginselen van onze publieke ruimte: neutraliteit. In tegenstelling tot Frankrijk, steunt België niet op een principe van laïcité maar wordt het neutraliteitsbeginsel gehanteerd om de verhouding tussen staat en religie te reguleren. Dit betekent dat de overheid zich niet bezighoudt met de concrete organisatie van de erkende erediensten. Maar het betekent dus ook dat overheid niet sanctionerend optreedt ten aanzien van religieuze uitdrukkingen, maar juist hun vrije toepassing garandeert. De beslissing van Gent en Antwerpen, die vooral Islamitische vrouwen treft, vormt volgens ons geen uitdrukking van het neutraliteitsprincipe dat in de Belgische publieke ruimte verankerd is. Wel integendeel. Men zorgt er juist voor dat atheïstische en seculiere overtuiging het voorrecht krijgen hun levensbeschouwelijke praktijk vrijuit te beleven, terwijl andere praktijken uit het publiek zicht worden geweerd. Bovendien kan volgens ons geen neutraliteit worden bereikt door bepaalde uiterlijkheden te bannen. Neutraliteit wordt bereikt wanneer alle levensbeschouwelijke uitdrukkingen op dezelfde voet worden behandeld, en ambtenaren op basis van hun job-uitvoering worden geëvalueerd en niet op basis van hun uiterlijkheden. Vandaag worden atheïstische of seculiere praktijken echter wél vrije kaart gegeven; terwijl (bepaalde) religieuze praktijken worden ingeperkt. Over ‘positieve discriminatie’ gesproken...
Nadia Fadil is verbonden aan de faculteit sociale wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven, en doet onderzoek naar de religiebeleving van tweede-generatie Belgische-Maghrebijnen.
Sarah Brackeis verbonden aan de afdeling vrouwenstudies van de Universiteit Utrecht; en doet onderzoek naar vrouwen en religie.
Prachtig en duidelijk
Prachtig en duidelijk verslag. Goed beargumenteert. Veel om over na te denken .
IN DE STANDAARD: interview
IN DE STANDAARD: interview met Etienne Vermeersch=
1. Dit is het soort van principiële reacties die bedoeld wordt in het verslag. Het is de redeneertrant van een type moraalfilosofen die, ondanks alles- zelfs wanneer de gegeven maatschappij genegeerd moet worden en de bestaande ongelijke macht en ongelijkheden, gewoon "de bestaande" maatschappij gewoon opzij plaatsen: (VANDAAG IN DE STANDAARD)
Etienne Vermeersch heeft wel begrip voor de tegenstanders van een verbod, zoals de socialisten, die staan te roepen dat het een schande is. 'De moslims behoren niet meteen tot de topgroep in onze maatschappij, en worden vaak gediscrimineerd. Maar ik ben altijd principieel geweest', zegt hij. 'Twintig jaar geleden betoogde ik ook al in een scherp artikel voor een verbod van kruistekens in de rechtbanken, om het vermoeden van onpartijdigheid te bewaren.'
2. Gevolgd door een soort van exegetische "literalistische" opmerkingen over "geloof en geloofspraktijk" die maatschappelijke dynamieken in zowel het geloof compleet negeren:
'Etienne Vermeersch': "Het kan best pijnlijk zijn voor vrouwen dat ze nu hun hoofddoek niet meer mogen dragen aan het loket, maar men voert een achterhaald gevecht', aldus Vermeersch. 'Ik hoop dat men de discussie over kledijvoorschriften uit de zevende eeuw eindelijk laat vallen en sereen nadenkt over wat een moderne islam in onze huidige samenleving kan betekenen."
3; Heel goeie illustratie dus bij dit verslag en de kritieken/bedenkingen rechtstreeks uit de STANDAARD van vandaag. De man kan zich getroosten dat hij consequent en rechtlijnig is. Het siert hem dat te zijn in een maatschappij waar geen rechte lijn meer te trekken is, waar consequenties afhankelijk zijn van de handelingen van machtscoalities en waar redeneren en principes meer te maken hebben met macht, machtsongelijkheid en politiek dan met rechtlijnige ethiek!
Het strafste in dat
Het strafste in dat Standaardinterview vond ik de volgende passage :
"Het is zelfs nog erger als die moslima's met een hoofddoek hun werk goed doen, stelt Vermeersch. 'Stel, als burger vang je bij de openbare diensten constant bot, tot iemand met een hoofddoek je wél helpt. Dan ben je geneigd een positieve associatie te maken tussen die persoon en de islam. Op die manier wordt godsdienst vanuit een publieke functie verspreid. Dus : hoe beter de moslima's met hoofddoek hun werk doen, hoe gevaarlijker."

[OpinieSTUK HOLEMANS EN
[OpinieSTUK HOLEMANS EN WATTEEUW] VLD brengt Vlaams Belang terug op het politieke voorplan. Rechts aan zet in ethische dossiers.
Het hoofddoekendebat gaat om meer dan op het eerste zicht lijkt. Door een duidelijke koerswijziging bij Open VLD is conservatief rechts voor het eerst terug aan zet in ethische dossiers. Bovendien laten de liberalen extreemrechts toe politiek opnieuw recht te krabbelen.
Op 28 januari, de dag dat Lier de hoofddoek voor loketpersoneel verbood, was het exact vijf jaar geleden dat in het homohuwelijk werd gestemd in België. Uiteraard is dit toeval. Het maakt wel duidelijk hoe vijf jaar in de Belgische politiek een ‘eeuwigheid geleden’ kan lijken. Het contrast tussen beide dossiers toont vooral hoe hard (en verhard) samenleving en politiek de laatste jaren zijn gewijzigd.
In beide gevallen gaat het om ethische dossiers. Tot voor het hoofddoekendebat werd de term ‘ethisch dossier’ meestal gebruikt om de ontplooiing en keuzevrijheid van burgers te vergroten of om discriminaties weg te werken. Paarsgroen maakte werk van de ethische dossiers, die veel te lang aansleepten tijdens veertig jaar christendemocratie. Naast het homohuwelijk kwamen er ook wetten op de euthanasie, op de palliatieve zorg en op de rechten van de patiënt.
Deze ‘ethische bevrijding’ was mogelijk omdat de liberale partij de conservatieve PVV-lijn verlaten had en zich als VLD openlijk manifesteerde als progressieve partij. Dat hiermee in contrast de christen-democraten zich erg conservatief positioneerden, was mooi meegenomen. Het vergroten van de persoonlijke keuzevrijheid in deze ethische dossiers van paarsgroen spoort inderdaad met de liberale focus op het individu en zijn zelfbeschikkingsrecht.
Maar blijkbaar vinden de liberalen zelfbeschikking niet voor alle burgers even belangrijk. Zodra het een ‘gekleurd’ thema betreft, krijgt de reflex van de bange, blauwe man (of vrouw, zoals nu in Lier) de bovenhand. De VLD ontzegt nu de facto een deel van de moslimvrouwen de mogelijkheid om zich te ontplooien. De liberalen hebben keuzevrijheid en ontplooiing als leidende principes vervangen door neutraliteit en scheiding van kerk en staat. Nu willen liberalen, dat mensen zich voegen naar de norm, waar het voorheen voor hen ook ging om expressie- en ontplooiingskansen van mensen, in al hun diversiteit, te vergroten.
Het is opvallend hoe het hoofddoekendossier het eerste ethische dossier is sinds jaren dat niet van links, maar van rechts komt. Na de totaal ondoordachte voorzet door Patrick Janssens (sp.a), werd het initiatief immers onmiskenbaar overgenomen door het Vlaams Belang.
Dat dit rechts ethisch dossier er ook door komt geeft duidelijk aan, dat conservatief rechts nu aan zet is in Vlaanderen. Het hoofddoekendossier is een eerste voorbeeld waar mogelijkheden en kansen van mensen worden teruggeschroefd. Niet toevallig gaat het om moslims. Het belang van deze radicale koerswijziging inzake ethische dossiers kan niet onderschat worden. De liberalen dragen hierbij een historische verantwoordelijkheid. Ze laten zich niet alleen opjagen door extreemrechts, ze vormen nu zelfs bewust wisselmeerderheden met mensen die ze zelf nog niet zo lang geleden als ‘mestkevers’ omschreven. Op welke grond de liberale voorzitter zijn partij nog als ‘progressief’ durft te omschrijven, wordt behalve om marketingredenen meer en meer onduidelijk.
Naast het gegeven dat rechts nu aan zet is in ethische dossiers, blijft een tweede element onderbelicht in de discussie over de hoofddoeken. De liberalen laten extreemrechts toe politiek opnieuw recht te krabbelen. Dit is een strategische blunder van formaat. Met de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 kreeg het Vlaams Belang een eerste serieuze knauw. Het Schoon Verdiep in Antwerpen kon niet worden veroverd, in Gent was er zelfs twee zetels verlies in de gemeenteraad. De verkiezingen in 2007 bevestigden deze trend. De sky was niet langer the limit voor extreem-rechts. Met de opkomst van Lijst Dedecker dreigde zelfs de terugval. In combinatie met intern gekibbel, zorgde het voor een steeds zwakker wordende extreemrechtse partij. In Gent was gewoon voelbaar hoe het Vlaams Belang zwijmelend in de touwen hing.
En kijk, wat gebeurt er nu? In plaats van elk initiatief van het Vlaams Belang te laten voor wat het is en hen zo in deze situatie vast te zetten, voelen de liberalen zich geroepen extreemrechts ter hulp te komen. Achttien jaar paarse cohesie in de Arteveldestad wordt opgeofferd voor een aantal vierkante centimeter textiel. Het is totaal onbegrijpelijk dat iemand als VLD-schepen Mathias Declercq, die niet nalaat zich te profileren als sociaal en progressief, zonder gêne terug de hoofdrol aanbiedt aan extreem rechts. Het laat de vrees ontstaan dat, bij de VLD maar evenzeer bij de CD&V, de rechterzijde de touwtjes volledig in handen heeft. Veel meer heeft links niet nodig om zich collectief te bezinnen over de toekomst van progressief Vlaanderen.
Dirk Holemans is fractievoorzitter voor Groen! in de Gentse OCMW-raad
Filip Watteeuw is fractievoorzitter voor Groen! in de Gentse gemeenteraad