



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Belgium meets Bolivia
‘Ola, que tal’ is zowat de meest gestelde vraag, die we gedurende drie weken in augustus hebben gehoord. Gentse en Boliviaanse jongeren kleurden drie volle weken de wijkschool De Buurt, het Buurtcentrum Nieuwland en de werking van Victoria Deluxe. Tien Boliviaanse jongeren, afkomstig uit El Alto, een annexstad van de Boliviaanse hoofdstad La Paz, kwamen drie weken samenwerken met Gentse jongeren.
Een groep geëngageerde leerkrachten en vrijwilligers, verbonden aan de wijkschool De Buurt uit de Kartuizerlaan draaide de voorbije jaren mee als vrijwilliger bij Teatro Trono in het verre Bolivië.Algauw werden plannen gesmeed om een uitwisselingsproject met Gent op te zetten. In november van 2006 hadden we het geluk dat Ivan Nogales, de stichter en grote bezieler van Teatro Trono in Europa was. We nodigden hem uit om zijn werking te komen voorstellen tijdens een colloquium rond de sociaal-artistieke praktijk. Met zachte stem en in voorzichtige bewoordingen gaf hij toen een schets van het soort werk dat Teatro Trono ontwikkelt. .
Teatro Trono is in 1989 gestart als een werking die in de eerste plaats aan de slag wou gaan met straatkinderen uit El Alto. Het besef dat velen onder hen vaak van dag tot dag moeten vechten om te overleven, bracht Ivan Nogales en enkele kompanen ertoe te zoeken naar een plek die deze straatkinderen tot ‘leven’ kon brengen. Met bijeengesprokkelde stenen, balken, vensters en een grote groep vrijwilligers bouwden ze eigenhandig een casa cultural (cultuurcentrum). Al gauw ontstond er een bruisende plek waar jongeren er op diverse manieren aan de slag kunnen: theaterworkshops, audio-visuele initiatie, groepswerk rond maatschappelijk relevante thema’s,…Zo veel jaren later is Teatro Trono nog steeds een kloppend hart in El Alto. Ze toeren rond met een theatercamion, hebben al enkele tournees in Europa achter de rug en trachten nieuwe jongeren een plaats te geven.
Op 6 augustus arriveerden de Bolivianen in de wijkschool De Buurt. Opzet was om drie weken lang te werken rond drie thema’s: processie, feest en manifestatie. Vooraf was het ook duidelijk dat we in die drie weken niet in een schoon en proper theaterzaaltje wilden werken, maar zo veel als mogelijk met de stad Gent en haar bewoners. In die drie weken, werkten we in de Machariuskerk, met de bewoners van de sociale woonwijk in de Desiré. Fieviéstraat en met de bewoners van de Ham.
Het viel ons op dat de theatertaal van Teatro Trono heel sterk politiek gekleurd is.
Terwijl het vormingstheater hier heel sterk is afgekalfd en vaak met dédain en misprijzen wordt bekeken kiest Teatro Trono er heel bewust voor om voorstellingen te maken die de historische en maatschappelijke realiteit verwerken. In een toonmoment zagen we hoe de kolonisatie werd uitgebeeld. Meer dan eens sprak Ivan over het belang van het ‘dekoloniseren van het lichaam’. In mensentaal bedoelt hij hiermee dat het belangrijk is dat de indigenas een bevrijdende lichaamstaal trachten te ontwikkelen. Hij verwijst naar hoe veel van de indigenas vaak met hun hoofd naar de grond lopen, zich heel nederig en dankbaar opstellen en dat deze lichaamstaal de houding was die de kolonisator (de Spanjaarden en later andere ‘blanken’) van hen verwachtten.
De slagzin: ‘El pueblo unido, jamas sera vencido’ (het verenigd volk zal nooit worden overwonnen) is in het spel van de jongeren vaak te horen. Naar ons aanvoelen worden de jongeren door Teatro Trono via een integer werk- en overlegmodel gevormd: via groeps- en evaluatiegesprekken gaan ze op zoek naar inhoud en betekenis en naar een taal waarmee ze zich kunnen uitdrukken. Naast woorden gebruiken ze veel mime, maskers, kostuums die zowel naar de mythologie, de voorvaderen als de actualiteit kunnen verwijzen. In hun werkmodel is er nog voluit de wil en het geloof dat jonge mensen kunnen worden gevormd. Nooit hadden we het gevoel dat dit op een drammerige of manipulerende manier gebeurt, maar via vraag en antwoord, overleg en consensus.
De Gentse jongeren waren even gedreven en geëngageerd, maar op een andere manier. Eigenlijk zijn de Gentse en Boliviaanse jongeren gewoonweg jongeren met dezelfde levendigheid, frisheid en geloof in de toekomst. Alleen de context is verschillend. Wij hebben hier genoeg welvaart om horden kunstenaars te subsidiëren, die dag in dag uit kunnen zoeken, experimenteren en een abstracte vormtaal ontwikkelen. Hun theater is een soort theater van de noodzaak die eerder leidt tot een hecht en sterk levensmodel dan naar kunst. Wij of zij zijn niet beter, meer of minder, gewoonweg anders.
DOMINIQUE WILLAERT
