



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Hersenvoer voor steden
City Mine(d) brengt sociale innovatie in ‘urban krax’
City Mine(d), misschien wel België’s meest innovatieve stadsbeweging, bestaat tien jaar. Al tien jaar experimenteert deze stadsbeweging vanuit Brussel, en meer recent vanuit Londen en Barcelona, op het raakvlak van stedelijkheid, kunst en politiek. Wars van prestigieuze stadsprojecten, grote cultuur en sportevenementen maar met een creatief en positief project werken zij aan de ‘algemene emancipatie’ van alle stadsbewoners.
City Mine(d) omschrijft zichzelf als een productiehuis voor stadsinterventies. Hun interventies richten zich op de herovering van publieke ruimtes, het ontwikkelen van nieuwe vormen van burgerschap en de creatie van kunst in publieke ruimtes. De organisatie werd in 1997 in Brussel opgericht. Het idee om een NGO te creëren die stedelijkheid, kunst en politiek combineert ontstond in 1995. Toen vonden allerlei artiesten, activisten, academici, sociale organisaties en politici elkaar in acties tegen de leegstand in en de verloedering van de Brusselse binnenstad, die zich concentreerde rond Hotel Central.
Schaalspringen
City Mine(d) beschouwt de stad als de natuurlijke habitat van de mens. De dichtheid en diversiteit van menselijk leven in de stad genereert een constante stroom van mensen, nieuwe ideeën en steeds wijzigende kansen. Tegelijkertijd maakt de sociale en economische achterstelling in steden het voor veel stadsbewoners niet mogelijk om op gelijke voet in de stad te participeren. Daar wil City Mine(d) verandering in brengen door ongewone coalities te smeden voor het realiseren van stadsinterventies. Ze brengen groepen en individuen samen die actief zijn op verschillende schalen: van erg lokaal tot regionaal, nationaal en internationaal. Op die manier worden lokale organisaties in staat gesteld problemen en pijnpunten in hun wijk aan te kaarten op een grotere schaal. De tegenstelling tussen lokale gemeenschappen en bovenlokale actoren en netwerken wordt zo overbrugd. De bedoeling is om lokale gemeenschappen de kans te geven om de instellingen en structurele relaties die hun stedelijke omgeving vormgeven beter te sturen en controleren. Op die manier experimenteren ze ook met postnationale vormen van burgerschap.
De acties rond het Luxemburgstation in december 2001 waren een voorbeeld van deze strategie van ‘schaalspringen’. De bezetting van het door de sloophamer bedreigde station tijdens de belangrijke Europese top die toen in Brussel (Laken) plaatsvond, maakte gebruik van de internationale politieke en media-aanwezigheid om lokale veranderingen in de Europese Leopoldwijk teweeg te brengen. De voorstelling van het Luxemburgstation als het symbool van het stedenbouwkundige wanbeleid in Brussel bepaalde op die manier mee de stadsregionale politieke agenda. Uit deze interventie ontstond de idee om als organisatie zelf te gaan schaalspringen en lokale organisaties op te zetten in Europa’s meest iconische steden. Er werd gekozen voor Barcelona, het toeristische utopia van zon, zee en cultuurstad, en Londen, de internationale hoofdstad van het financieel kapitalisme.
Urban Krax
Tussen 1997 en 2003 werkte City Mine(d) mee aan zestigtal interventies in Brusselse publieke ruimtes. De toenemende aanwezigheid van de Europese elite in Brussel en de herontdekking van de stad door nieuwe middenklassen leidde tot de gentrificatie van delen van de Brusselse binnenstad. Gentrificatie is het fenomeen waarbij verloederde en goedkope stadsbuurten gerenoveerd worden, er nieuwe en rijkere inwoners komen wonen en de stijgende huisprijzen de armere oorspronkelijke bewoners uit de buurt verdringen. De artistieke interventies van City Mine(d) dreigden in de strategie van de Brusselse overheid misbruikt te worden om via de beeldvorming van een creatieve, experimentele en bohémien stedelijke levensstijl stadsbuurten te gentrificeren. Een strategische herdenking drong zich op om het hoofd te bieden aan de nieuwe alliantie tussen de nieuwe middenklassen, de internationale elites in Brussel en delen van de Brusselse overheid. Het oprichten van City Mine(d) Londen en Barcelona was één manier om de afhankelijkheid en kwetsbaarheid tegenover de overheden in Brussel te verminderen.
Een andere manier om hun structurele autonomie te vergroten was het actieterrein te verschuiven van publieke ruimtes naar ‘krax’ of stedelijke breuklijnen. Dat zijn de ruimtelijke uitingen van de steeds veranderende dynamiek van kapitalistische steden (deïndustrialisatie, grondspeculatie, infrastructuurwerken, diensteneconomie, sociale polarisering, immigratie, stadsvlucht en gentrificatie, …). Verschillende overheden en beheerslogica’s komen er met elkaar in conflict, waardoor deze ruimtes minder of niet gereguleerd en gecontroleerd worden. Deze tussenruimtes of achtergelaten, lege ruimtes worden tijdelijk niet geclaimd en kunnen dan ook ingenomen worden door diverse lokale groepen om er autonoom hun eigen project te ontwikkelen en zo hun capaciteit om de stedelijke omgeving te controleren, te vergroten. Er worden nieuwe, meer inclusieve en emancipatorische relaties gekweekt (‘sociale innovatie’). De verschillende lokale afdelingen van City Mine(d) werken elk op hun eigen manier aan sociale innovatie in dergelijke stedelijke ‘krax’.
City Mine(d) Brussel
City Mine(d) Brussel richt zich vooral op de economische paradox van Brussel. Brussel is één van de rijkste regio’s in Europa en genereert jaar na jaar een sterke internationale economische groei en jobcreatie. Anderzijds kent Brussel, zelfs in verhouding tot andere grote steden, extreme vormen van armoede en uitsluiting, gebrekkige huisvesting en werkloosheid. City Mine(d) Brussel ging op zoek naar de ruimtelijke uitingen van die paradox en ontwikkelt in die ‘krax’ micro-economische interventies. Een van de duidelijkste krax in Brussel ligt aan het Noordstation. De aanleg van de Noord-Zuidverbinding sloeg daar een immense kloof in het stedelijke weefsel en beide kanten ontwikkelden zich sindsdien onafhankelijk van elkaar. Aan de ene kant werd een internationale kantoorwijk uitgebouwd (de Noordwijk met de WTC-torens), terwijl de andere kant werd ingenomen door een dikwijls kansarme bevolking van prostituees en (voornamelijk) Turkse migranten (de wijk rond de Brabantstraat).
Op de breuklijn tussen deze twee buurten bevroeg City Mine(d) de forenzen in de kantoorwijk over die tegengestelde economische realiteiten en zocht ze naar micro-economische interventies (Micronomics) om een deel van de rijkdom uit de kantoorwijk te laten aftappen door bewoners van de andere kant. Voor dit Micronomics-programma, dat ook uitgetest wordt in andere ‘krax’ in Brussel, hielp City Mine(d) de vzw ‘De Overmolen’ een experimentele markt op te starten. De Overmolen helpt nieuwkomers om zich in te schakelen in de Brusselse economie. Veel migranten hebben vanuit hun land van herkomst een sterke ervaring met handel drijven, maar kunnen die capaciteiten hier dikwijls moeilijk benutten omwille van de uitgebreide administratieve en institutionele omkadering van deze activiteiten (leurderskaart, boekhouding, verzekeringen, papieren…). De boundary market van ‘De Overmolen’ en City Mine(d) is een experimentele markt waar nieuwkomers, maar ook mensen die zich nu in een grijze of informele economische zone bevinden, veilig hun capaciteiten en projecten kunnen uittesten en uitbouwen. Op die manier willen ze de drempel tot de toetreding tot de formele economie verlagen en een meer inclusieve lokale economische ontwikkelingsdynamiek op gang brengen.
City Mine(d) Londen
City Mine(d) Londen werkt vooral rond wat zij de politieke paradox van Londen noemen. Londen heeft enerzijds een lange traditie van lokale democratie en politieke participatie en ligt in het hart van het Britse politieke besluitvormingsproces, maar ziet zich anderzijds geconfronteerd met een groeiende politieke apathie tegenover de formele politieke structuren. In 2004 ging slechts 34% van de bevolking stemmen in de verkiezingen voor de London Assembly. City Mine(d) Londen werkt vooral met publieke interventies door artiesten, die zelf dikwijls gedesillusioneerd zijn in de overheden. Zo installeerden ze een drie kilometer lange pijp tussen verschillende gemeenschapscentra in Brent Borough Council, de regio met het grootste aantal niet in Groot-Brittannië geboren inwoners. Doorheen deze pijp konden de mensen in de gemeenschapscentra pingpongballetjes met berichten naar elkaar afvuren. Deze berichten werden nadien bezorgd aan de lokale overheid. De bedoeling was om nieuwe relaties tot stand te brengen binnen de wijk en andere dan representatieve vormen van democratie te ontwikkelen.
City Mine(d) Barcelona
City Mine(d) Barcelona werkt rond de culturele paradox van Barcelona. Barcelona mobiliseert diversiteit en creativiteit, publieke ruimtes en nieuwe technologieën om stedelijke economische ontwikkeling te stimuleren. Tegelijkertijd treedt Barcelona repressief op tegen allerlei artistieke en creatieve initiatieven van onderuit die niet passen binnen het door het stadsbestuur uitgedragen verhaal van stadsontwikkeling. Een nieuwe wet op het gebruik van publieke ruimtes, die sinds december 2005 van kracht is, laat de politie veel ruimte om mensen die zich niet volgens ‘de geëigende culturele normen van publiek gedrag’ gedragen uit de publieke ruimtes te verwijderen. Op die manier kunnen straatprostituees, rondhangende jongeren, zwervers en activiteiten die niet in toeristisch plaatje van het stadsbestuur passen verwijderd worden. Er wordt zelf gefluisterd dat het ’s avonds massaal natspuiten van de straten, dat als officiële doelstelling heeft de grond te kuisen en af te koelen, maar evengoed op koelere dagen en in propere straten gebeurt, als eigenlijke bedoeling heeft te vermijden dat mensen ’s avonds op straat zitten en rondhangen.
Ondanks de sterke greep van het stadsbestuur van Barcelona op de beeldvorming, economische ontwikkeling en publieke ruimtes in de stad zijn er toch ook krax te detecteren. De transformatie van deze oude, volkse en industriële stad in een trekpleister voor toeristen, culturele industrieën en hoogtechnologische bedrijven gebeurt niet zonder het ontstaan van tijdelijke lege en ongereguleerde ruimtes en verzet van lokale bevolkingen. City Mine(d) grijpt deze stedelijke conflicten aan om sociale creativiteit en innovatie te stimuleren en alternatieve trajecten van stedelijke ontwikkeling vorm te geven. De laatste jaren zijn ze vooral actief in Poble Nou, een oude industriële buurt die het stadsbestuur wil omvormen tot ‘The City of Knowledge and New Technology’, een lokale versie van Silicon Valley. De ‘vernieuwing’ van Poble Nou werd onder meer verpakt in het culturele evenement Forum of Cultures 2004, dat gepatroneerd werd door Unesco. Voor dit evenement werd een nieuwe stadswijk gebouwd, die als motor voor de gentrificatie van het stadsdeel moest dienen. City Mine(d) Barcelona gebruikt de krax die ontstaan zijn in dit gebied om sociale creativiteit en nieuwe relaties tussen en met de bewoners te stimuleren. In het project ParcCentralPark namen wijkbewoners, artiesten en stadsactivisten een braakliggend en achtergelaten stuk grond in waarvan de stad al jaren beloofde er een park te maken en richtten er een gemeenschapspark in. Als tegenzet nam het stadsbestuur de Franse architect Jean Nouvel onder de arm om een nieuw park in te richten.
Het verzet tegen de door de stad opgelegde vernieuwing van Poble Nou kristalliseerde zich rond de strijd tegen de afbraak van de oude fabriek Can Ricart. Onder druk van het protest veranderde het gemeentebestuur van tactiek en lanceerde een campagne voor het behoud van de Can Ricart-fabriek als cultureel erfgoed en de ombouwing tot een nieuwe culturele instelling met de naam ‘Het Huis van de Stemmen’. Daarmee vernietigt ze op slag de bestaande culturele en ambachtelijke praktijken die al twintig jaar in de verlaten fabriek een onderkomen gevonden had.
STIJN OOSTERLINCK
Meer weten?
‘City Mine(d) Generalized empowerment. Uneven development and urban interventions.’ Download op: http://www.generalizedempowerment.org/conference.html
Kunst in tijdelijke ruimtes
Precare is een project van City Mine(d) Brussel waarbij tijdelijk leegstaande gebouwen beschikbaar gemaakt worden voor beginnende culturele organisaties en andere jonge groepen uit het informele circuit. City Mine(d) zoekt ruimtes of gebouwen die tijdelijk leeg staan omdat ze wachten op een nieuwe bestemming of een verbouwingsvergunning. Ze onderhandelen met de eigenaar om de gebouwen tijdelijk gratis ter beschikking te stellen. Ze proberen de eigenaars ervan te overtuigen dat de ruimtes een artistiek of ander project kunnen helpen mogelijk maken of als ontmoetings- of expositieruimte kunnen fungeren. Daarna gaat City Mine(d) op zoek naar geïnteresseerde gebruikers. City Mine(d) sluit zowel met als tussen de tijdelijke gebruikers en met de eigenaar een contract af en zorgt voor de verzekeringen. Door allerlei creatieve organisaties samen te huisvesten worden nieuwe netwerken van samenwerking en uitwisseling gevormd, die op hun beurt een gunstige voedingsbodem vormen voor een creatieve stadsdynamiek.
Samen met vzw NUCLEO in Gent en NICC in Antwerpen organiseerde City Mine(d) onlangs een peiling naar het profiel, de omvang en de specifieke behoeftes van individuen en initiatieven op zoek naar ruimte. De mogelijkheden voor een uitbreiding van de praktijk van tijdelijk ruimtegebruik naar Gent en Antwerpen worden onderzocht.
http://www.precare.org/
http://www.nucleo.be/
Projectbureau Optrek is een tijdelijke organisatie van kunstenaars die aan een gelijkaardig project van tijdelijk ruimtegebruik werkt. Sinds een aantal jaren wonen de artiesten in door bewoners verlaten huizen in de multiculturele wijk Transvaal. Transvaal wordt over een periode van twaalf jaar volledig afgebroken en heropgebouwd. De sociale structuur van de wijk veranderde op korte termijn ingrijpend door het wegtrekken van oude bewoners en het aankomen van nieuwe bewoners. De kunstenaars willen dit sociale en ruimtelijke veranderingsproces onderzoeken en zichtbaar maken voor een groot publiek. Door de veranderingsprocessen wordt een deel van de regelgeving losgelaten en komt er veel creativiteit vrij. In deze deels ongereguleerde ruimtes worden activiteiten gedoogd die elders niet kunnen - zoals onaangekondigd exposeren in publieke ruimtes, allerlei zaken bevestigen aan gevels, enzovoort. De artiesten proberen die vrijheid te koesteren om ze ook na de overgang te laten behouden.
Een bijzonder innovatief project van Optrek is het opstarten van Hotel Transvaal. Het hotel is gespreid over de hele wijk en gebruikt de tussenruimtes die ontstaan zijn door de herontwikkeling van de wijk. Nog niet verkochte nieuwe woningen, leegstaande winkelpanden en ongebruikte ruimtes bij bewoners thuis worden door lokale winkeliers en kunstenaars getransformeerd in gasten- en hotelkamers. Iedereen is welkom om er tegen betaling een kamer te huren. Niemand wordt geweigerd en doelgroepen worden niet afgezonderd. Centraal in de wijk komt een receptie met een aantal voorzieningen. Voor de meeste voorzieningen worden de gasten echter met een plattegrond de buurt ingestuurd (bakkers, cafés, restaurants, wasserettes, badhuizen, kappers, enzovoort). Op die manier wordt de hele wijk een hotel. Het project start deze zomer in pilootversie en richt zich onder meer op mensen uit de sociaal-culturele sector, zakenlieden op doorreis, ex-bewoners die nog eens willen terugkeren en mensen die een tijdelijk onderkomen zoeken (bijvoorbeeld door een echtscheiding). Projectbureau Optrek wil met Hotel Transvaal gettovorming tegengaan. Transvaal is een migrantenwijk waar niet-bewoners zelden komen en door het hotelproject wil men bruggen slaan met de wijk. De sociale structuur wordt verstrekt en een nieuwe publieke ruimte wordt gecreëerd.
http://www.optrektransvaal.nl/
