Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Freinet- en methodescholen

TT09_p30_trappenschool_1_hendrik_braet

Het Trappenhuis in de Lucas Munichstraat. Vorige lente haalde de school het journaal toen een tiental ouders vier dagen lang voor de poorten van de school kampeerden. De verklaring? Er waren slechts enkele vrije plaatsen voor vele gegadigden. Het Trappenhuis is een populaire Freinetschool, en ze is lang niet alleen: ook bij de Spiegel, de Wingerd, de Harp en andere methodescholen is het dringen voor een plaats op de schoolbanken.

 

Veel stedelijke basisscholen schakelden in de voorbije vijftien jaar over van klassiek onderwijs naar het gebruik van Freinetmethodieken. In Gent staat de teller momenteel op tien scholen of 1500 kinderen. De omschakeling gebeurde onder impuls van een aantal idealistische pedagogen die zochten naar een manier om de achterstand van arbeidskinderen in het onderwijs weg te werken door het onderwijs op een totaal andere manier aan te pakken. Maar werden de verwachtingen wel ingelost? Is het Freinetonderwijs nog steeds emanciperend? De ouders die voor de poort van het Trappenhuis kamperen zijn immers geen laaggeschoolde arbeiders, maar hoger opgeleide mensen die heel bewust op zoek gaan naar die vorm van onderwijs die het meest aansluit bij wat zij zelf in de opvoeding van hun kind centraal willen stellen. (Al slaagde Het Trappenhuis er wel in om ook een aantal buurtbewoners te laten aanschuiven, red.)

“De meeste mensen die zich inschrijven zijn heel kritisch, en sommigen zijn het oneens met de manier waarop er in het klassiek onderwijs gewerkt wordt”, vertelt Semra, brugfiguur van het Trappenhuis. “Het succes van onze school ligt ook in de ademruimte die kinderen hier krijgen. Het is hier gemoedelijk. Kinderen kunnen op een leuke manier school lopen.” Het is in het Trappenhuis, net als in andere Freinetscholen, in de eerste plaats belangrijk dat kinderen zich ‘lekker voelen’ op school.

Jean-Pierre, coördinator van de secundaire Freinetschool de Wingerd, is optimistischer over de ouders die kiezen voor het Freinetonderwijs: “Twintig jaar geleden waren bijna alle ouders mensen die heel bewust kozen voor dit soort onderwijs. Nu is het aan tij het keren. We zien nu mensen uit alle milieus, en in tegenstelling tot op andere scholen komen alle ouders naar de oudercontacten. De betrokkenheid van ouders bij de opvoeding en het onderwijs is bij ons heel belangrijk.”

 

TT09_p31_trappenschool_2_hendrik_braet

 

Toch zijn de Freinetscholen in Gent in grote mate ‘witte’ scholen. Schooltjes die vroeger concentratiescholen waren, tellen vandaag nog slechts een minderheid ‘allochtone’ leerlingen. Nochtans staan de Freinetscholen open voor iedereen. De toeloop van autochtone ouders is echter zo groot dat de allochtone ouders vaak te laat komen om hun kind nog te kunnen inschrijven. In het Trappenhuis is ongeveer 25% van de kinderen allochtoon en/of kansarm, 75% van de kinderen behoort tot de autochtone middenklasse. “Ik moet er als brugfiguur op letten dat deze school geen eliteschool wordt”, stelt Semra, “ik waak erover dat de minderheid niet buitengesloten wordt.” Brugfiguren, die een deel van de zorgtaken binnen een school dragen en de contacten tussen thuis en school ondersteunen, treffen we doorgaans enkel aan in concentratiescholen. Nu het Trappenhuis geen concentratieschool meer is, wordt Semra’s functie van hogerhand in vraag gesteld. “Maar de verwachtingen die hier aan mij worden gesteld, zijn eigenlijk nog groter dan die in andere scholen waar ik gewerkt heb. We willen dezelfde kwaliteit van onderwijs aanbieden aan allochtone kinderen, maar ze hebben ook meer zorg nodig. De taalachterstand bij kinderen is nog steeds een groot probleem. Bovendien wordt er ook van de ouders verwacht dat zij betrokken zijn bij het schoolgebeuren, maar vaak lukt dat niet. We doen veel inspanningen om de drempel voor ouders te verlagen. Nederlands blijft echter vaak nog een probleem. Veel mensen huwen met iemand die in Turkije is opgegroeid en vaak zijn beide ouders laaggeschoold. Sommige van die ouders kunnen hun kind tijdens zijn schoolloopbaan niet dezelfde ondersteuning bieden als andere ouders.” Er is bovendien een cultuurverschil tussen de laaggeschoolde en de hooggeschoolde ouders. Zo kennen laaggeschoolde ouders de vergadercultuur van de hooggeschoolde ouders niet of gaat het inhoudelijk hun petje te boven. De ouders verschillen qua sociale levenssfeer, taal, mobiliteit,… Dat maakt het organiseren van overlegmomenten tot een hele uitdaging.

Freinetonderwijs beantwoordt aan het postmaterialistische individualisme van vele ouders. Het kind en de persoonlijkheid die het kind ontwikkelt, staan daarbij centraal. “Er worden hoge eisen gesteld aan omkadering en zorg voor ieder kind. We proberen ook bij kinderen die het minder doen het onderste uit de kan te halen. We geven zoveel mogelijk positieve bevestiging”, licht Semra toe. “We detecteren heel snel als er iets minder goed gaat in het leerproces van het kind. In samenspraak met de ouders wordt dan gezocht naar oplossingen. Al vanaf de kleuterklas heeft elk kind zijn ‘dossier’; zo kunnen we de kinderen en hun ontwikkeling heel goed opvolgen.” “In sommige scholen is er teveel druk om te presteren”, merkt Jean-Pierre op. “Wij pakken het anders aan. Van buitenaf zien ze dat soms als ‘spelen’, maar dat is het niet. Zowel in de basisscholen als in het secundaire onderwijs volgen wij het leerplan en er zijn bij ons ook regels, alleen hoeven we die niet altijd op papier te zetten. Het is een kwestie van gedeelde verantwoordelijkheid.”

MARLIES CASIER

 

Freinet voor beginners


In het Freinetonderwijs staan de persoonlijke motivatie en verantwoordelijkheid van het kind centraal. Kinderen leren door zelf te ontdekken en te experimenteren, vanuit hun eigen ervaringswereld. Er is daarom veel meer ruimte voor zelfstandig werk en groepswerk. De klassen en scholen zijn doorgaans kleiner dan in het traditionele onderwijs. Van de leerkrachten wordt verwacht dat ze ruimte scheppen voor de kinderen om zelf initiatieven te kunnen ontplooien. Kinderen en volwassenen zijn gelijkwaardig. De leerkracht of ouder legt zo weinig mogelijk eenzijdige verboden op en maakt afspraken in overleg. De leerkracht moet, wanneer hij het gedrag van een kind op school probeert te verklaren, rekening houden met alle facetten en dus niet alleen zijn intellectuele mogelijkheden. Ouders zijn in het Freinetonderwijs collega-opvoeders van de leerkracht.