



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
An apple a day is not enough!
Interview met kunstenares Els Dietvorst
Els Dietvorst maakt geëngageerde kunst en deed dat al vóór 0110. Maar ook na 0110 blijft haar positie op dit vlak eerder uitzonderlijk in de Vlaamse kunstwereld. Ik vroeg naar haar mening over het leven en de kunst in de stad. Een gesprek over verderf, idealisme en kunst.
In haar project ‘De terugkeer van de zwaluwen’ werkt Els Dietvorst samen met mensen uit de Brusselse Anneessenswijk, zowel vluchtelingen als oorspronkelijke Brusselaars. Ze is er al sinds 1999 mee bezig. Het resultaat van het project is voor de bezoeker ondertussen een hele boterham. Naast uren aan dvd’s en vijf magazines werd ter gelegenheid van het symposium ‘Making sense in the city’ vorige maand ook het nieuwste resultaat van de samenwerking getoond: ‘The Apple Eater’. In dit filmpje worden we meegenomen achter de sluier van ons alledaagse leven. We krijgen de reis van Afrikaanse vluchtelingen te zien in een klein bootje. Ze willen Europa binnen maar stoten op de bewakers van ‘Fort Europa’. De titel verwijst naar een scène in de film, waar een van de vluchtelingen volledig uitgeput een appel bovenhaalt die hij verborgen had voor zijn makkers. Een van hen wordt kwaad en probeert de appel te bemachtigen. In de ruzie belandt de appel in het water.
> ‘The Apple Eater’ is een duidelijke kritiek op ‘Fort Europa’. Ben je voorstander van open grenzen?
Migratie heeft altijd bestaan. Je zou zelf zeker ook migreren als je vervolgd werd door je regering of in andere schrijnende omstandigheden zou leven. Dat mensen migreren is dus zeker begrijpelijk. Het minste dat we kunnen doen is dan ook iedereen eten, drinken en onderdak geven. En dat is niet alleen een zaak van regeringen, maar van iedereen als individu: het is een menselijk plicht.
Op Lampedusa (Sicilië) heb ik echt schrijnende toestanden gezien. Vluchtelingen kwamen aan op de kust in kleine bootjes. Ze hadden op dat moment net de Middellandse Zee overgestoken en waren dus volledig uitgeput. Onmiddellijk werden die mensen uit de bootjes gesleurd en opgesloten in slechte omstandigheden. Zo snel mogelijk werden alle sporen op het strand uitgewist voor de toeristen. Dit is echt niet menselijk.
Aan de andere kant kunnen we ook niet zomaar honderdduizenden in één keer toelaten. Maar ik vraag me toch af of er geen middenweg bestaat tussen die uitersten. In ieder geval zal de migratie nog lang niet stoppen. We zullen op de duur wel verplicht worden om een menselijke oplossing te zoeken én om te leren samenleven.
> Wat is precies de relatie tussen de ‘The Apple Eater’ en stedelijkheid?
De mensen met wie ik samenwerk voor het project ‘De terugkeer van de zwaluwen’, wonen allemaal in Brussel en zijn voor een groot deel vluchtelingen. Ze zijn allen aanbelandt in Brussel, zoals ik.
> Hoe voel je je bij het stadsleven nu?
De stad is een oord van verderf, hé. We gaan enorm slecht om met de stad. Grootsteden zijn op dit moment sociale rampen. Ik weet dan ook niet of ik mijn hele leven in de stad zal blijven. Misschien trek ik ooit nog wel eens naar het platteland. De stad is natuurlijk wel de ideale broedplaats voor veranderingen, nieuwe evoluties. Maar daar zien we nu enkel de slechtste kant van, vrees ik.
> Wat doe je met die donkere kant in je kunst? Het werk van Orla Barry (die ook aan ‘De terugkeer van de zwaluwen’ meewerkt en samen met Els Dietvorst de vzw Firefly oprichtte) dat hier te zien is toont een rauwe en zelfs bittere kritiek op het stadsleven. Bij jou zie ik vooral idealisme en een zeer positieve sfeer.
Ja. Hoop en liefde zijn de ankers om me aan vast te houden. In een donkere tunnel kan ik niet werken. Vertrekkende van stedelijke problemen wil ik iets maken dat niet in die tunnel blijft hangen. Orla gaat op een andere manier om met die zaken. Zeer Iers, giftig en cynisch, zoals Samuel Beckett bijvoorbeeld. Ik werk dan weer in een Belgische traditie. Ik gebruik surrealisme en absurditeit om de dingen om te keren, met de positieve kant naar boven.
> Is je idealisme gestoeld op een geloof?
Nee, zeker niet. Ik geloof niet in een god. Het meest voel ik me nog verwant met het boeddhisme. Maar ik denk niet dat ik ooit een goede boeddhist zou zijn.
> Aan de figuur van Rousseau ben je wel gelinkt. In hoeverre ga je akkoord met zijn ideeën?
Ik ben akkoord met zijn ideeën over bezit. Ik denk dat de wereld er beter zou uitzien als er niet ooit iemand had gezegd: “Dit is van mij.” Dat de mens van nature goed is, geloof ik ook. Maar doordat we met zoveel mensen moeten samenleven, komt niet altijd het beste in ons naar boven. Ons leven wordt ook veel te veel beheerst door geld.
> Je kunst is sociaal geëngageerd, maar je huivert van de term ‘sociaal-artistiek’ om je werk mee te typeren. Hoe onderscheid je jezelf van sociaal-artistieke projecten?
Ik vind ‘symbolisch realisme’ een betere term. Die komt van Eisenstein. Mijn werk bevat ook veel elementen van het nieuw realisme. Ook ‘humane kunst’ vind ik beter om mijn werk te typeren. Ik werk met mensen, maar dat maakt het nog niet sociaal-artistiek. Ik stel me in mijn kunstwerken de vraag of je sociaal en artistiek tegelijk kunt werken. Ik ben dus een kunstenares die het sociale als werkmateriaal gebruikt.
> De term ‘conceptuele kunst’ gebruik je niet. Is die niet geschikt?
Zeker niet. Conceptueel betekent dat een werk ontstaat vanuit een idee. Dat is bij mij nooit het geval. Ik vertrek van een situatie en vanuit een energie en ik werk zeer intuïtief. Ik denk dat mijn werk eerder iets nieuws is in Vlaanderen. We hebben hier geen traditie in geëngageerde kunst.
> Welke maatstaven gebruik je om naar te werken?
Ik heb vooral heel veel vrijheid en chaos nodig. Kunst is een levenservaring. Kunst en leven moeten door elkaar lopen. Wat ik het publiek uiteindelijk wil meegeven is een ervaring.
En er zijn drie dingen die in mijn werk nooit mogen ontbreken. Ten eerste moet het esthetisch zijn. Voor mij is dat heel belangrijk. Daarnaast moet de communicatie werken. Mijn kunst draait rond communicatie. En ten slotte is het experimentele ook enorm belangrijk. Als kunstenares moet je blijven zoeken.
> Heb je iets geleerd uit je opleidingen aan het Sint-Lucas van Antwerpen en van Brussel?
Ja. Vooral uit de theorie eigenlijk. De theorieën waren toen heel strak en kregen ook een heel belangrijke plaats in de kunst. En wat heel belangrijk is: voor de theoretische vakken had ik ook heel begeesterde leraars. Ik heb er dus zeker bijgeleerd. Zo’n school is een goeie plaats om nieuwe dingen in jezelf te zoeken. Je laat er ideeën achter en ontwikkelt er nieuwe in de plaats.
> Je zegt zelf dat je graag de tijd en de ruimte hebt om te werken. Heb je die mogelijkheden altijd gehad?
Nee, ik neem gewoon de tijd en de ruimte die ik nodig heb. Ik laat me niet beperken door geld of andere obstakels. Als je met mensen samenwerkt, moet je trouwens ook rekening houden met hun agenda. Het werktempo hangt dan niet alleen van jezelf af.
> Ben je nog bezig met beeldhouwen?
Ja hoor. De ‘Skull’ die daar staat is van mij. Ik doe het nog altijd graag en ik besef nu ook dat het veel gemakkelijker is dan films maken. Het gaat enorm veel sneller. Maar aan de andere kant is het wel eenzamer. Je maakt je beeld alleen in je atelier en laat het dan achter in een expositie. Dat is een groot verschil met de films.
> Rik Pinxten zei in een interview dat hij voor ‘Making sense in the city’ ook kunstenaars uitgenodigd had omdat die altijd voorlopen op de wetenschappen. (De Morgen, 18 dec. 2006) Ben je akkoord?
Zeker en vast. Wij werken enorm intuïtief en dat heeft het grote voordeel dat wij breuklijnen aanvoelen wanneer er nog geen theorieën over bestaan. In de ontwikkeling van een theorie kruipt enorm veel tijd, terwijl kunstenaars door hun impulsieve manier van werken veel sneller gaan.
De rol van kunstenaars in de maatschappij wordt trouwens fel onderschat. Jan Hoet zei eens dat er naast elke manager een kunstenaar zou moeten staan. De nar speelt een belangrijke rol aan het hof. Kunstenaars zijn getraind om dingen omgekeerd te zien. Dat kan enorm productief zijn om problemen op te lossen, waar je op het eerste gezicht kop noch staart aan krijgt.
> Leve John Cleese!
Inderdaad.
AäRON WILLEM

Boeiend artikel!
Boeiend artikel!