Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

"De stad moet de lat hoger leggen"

Herman Peeters (ACW) over tewerkstelling in Gent

 

vakbond kezue 1 (freddy ).JPG

Herman Peters over de communicatie van de stad Gent: “Soms heb ik het gevoel dat ze eerder verdoezelen wat er allemaal fout gaat in de stad, dan waarheidsgetrouw weer te geven wat er hier allemaal leeft en gebeurt.”

 

Ook al is onze oude industriestad geëvolueerd naar een pool van kennis en cultuur en hebben de biefstuksocialisten nu een hart voor Gent, het werkvolk is gebleven. En ze hebben het lang niet allemaal zo gezellig als de citymarketeers beweren. 12% van hen zit zonder werk, bijna de helft meer dan het Vlaamse gemiddelde van 7%. Vooral jongeren en kansengroepen hebben daar onder te lijden. Met de vraag hoe dat komt, legden we ons oor te luisteren bij Herman Peeters, ACW-secretaris voor Gent-Eeklo. Zijn antwoord is simpel: “De stad genereert werkloosheid.” En daarmee basta? Natuurlijk niet, de rest vertelt hij u graag zelf.

 

 

Herman Peeters is al meer dan tien jaar actief in de stadswerking van de koepel van de christelijke arbeidersbeweging. Op het vlak van tewerkstelling kent hij Gent als geen ander. Zijn oordeel is dan ook streng maar rechtvaardig, en komt kort samengevat hierop neer. “Op het vlak van werkgelegenheid presteert de stad best goed, tenminste binnen de marges die ze heeft. Voor de meest kwetsbare groepen is er echter nog veel werk aan de winkel.”

Historisch centrum of hardnekkige kern?

vakbond keuze 2 (freddy).JPG

Herman Peeters: “De meeste steden genereren een hogere werkloosheid omdat ze vaak een hardnekkige kern van kansarmoede kennen. Dit heeft te maken met verschillende factoren: het verouderde woningenbestand, de anonimiteit, het treffen met lotgenoten, de aanwezigheid van welzijnsvoorzieningen en dergelijke. Deze groep is bijzonder moeilijk aan het werk te helpen omdat velen balanceren tussen zorg en het normale economische circuit.”

Hoewel het stadsbestuur het soms anders laat uitschijnen, wijst Peeters erop dat dit factoren zijn waaraan ook Gent niet ontsnapt. “De communicatie van het stadsbestuur lijkt soms teveel een goednieuwsshow tegenwoordig. Het is waar dat een goede communicatie nodig is, maar soms zijn de strategieën al te doorzichtig. Zo kwam er net voor de gemeenteraadsverkiezingen plots de mededeling dat de jeugdwerkloosheidscijfers voor juni spectaculair gedaald waren. We zijn dat toen nagegaan en dat klopte. Het bleek echter een jaarlijks fenomeen in juni te zijn, dat zich de maand nadien vanzelf weer ongedaan maakt. Alleen jaargemiddelden zijn echt betrouwbaar. Als middenveld is het belangrijk de vinger goed aan de pols te houden om dit soort zaken tegen te gaan.”

Ook via kanalen als het stadsmagazine en de stadstelevisie merkt de ACW-secretaris een te eenzijdig positieve communicatie vanuit het stadsbestuur op. “Elke maand worden nog altijd massaal veel voedselpakketten uitgedeeld. Het is nog steeds een strijd om de gaten in het sociale vangnet dicht te rijden. Maar over dergelijke zaken komt er nu eens nooit informatie vanwege het stadsbestuur. Je zal me als ACW’er horen afkomen, maar spijtig genoeg vormt caritas, naastenliefde, nog steeds een extra en broodnodig vangnet onder het OCMW. Denk maar aan de mensen zonder papieren.”

Hoewel meestal de aangename kanten van Gent in de verf gezet worden, bezit de stad nog vele andere gezichten die buitenstaanders vaak niet bekend zijn, maar wel een essentieel deel van de stad vormen.“Eigenlijk begint het echte Gent aan de Rabottorens. Nergens is het contrast tussen de idyllische oude stad en de sociale realiteit zo groot”, aldus Peeters.

 

Kansengroepen aan de kant

Toch gaat het volgens Peeters de laatste jaren opnieuw de goede kant uit. Als cruciaal punt haalt hij de oprichting van “Gent, stad in werking” (GSIW) in 1998 aan. Een initiatief waarbinnen zowel de Gentse sociale partners als de stad zelf actief zijn. “Op die manier kan GSIW initiatieven van de verschillende actoren stroomlijnen en hen tegelijkertijd nieuwe impulsen geven.” Dit wil echter niet zeggen dat GSIW een wondermiddel tegen werkloosheid is. Peeters merkt op dat het aanvankelijke enthousiasme en de dynamiek binnen het platform de laatste tijd een beetje zijn teruggelopen. “Men botst stilaan tegen zijn grenzen. Een lokaal bestuur heeft weinig greep op de conjunctuur of op de mentaliteit van werkgevers.”

Op andere vlakken vindt de ACW-secretaris dan weer dat de stad meer inspanningen moet leveren. “Als ze een inhaalbeweging wil doen, mag de stad zich niet beperken tot het inzetten van middelen van de hogere overheid. De eigen middelen in het jeugdwerkloosheidsplan bijvoorbeeld beperken zich tot 110 euro per werkloze jongere per jaar. Dit is niet veel als je weet dat er meer dan 3000 jongeren werkloos zijn, en dat de jeugdwerkloosheid de voorbije vijf jaar met meer dan 25% is gestegen. Als een stad met een dergelijk probleem opgezadeld zit, dan moet ze de dialoog durven aan te gaan met de bevolking en desnoods middelen vrijmaken via de opcentiemen (het deel van de personenbelasting dat toekomt aan de gemeenten, TT). Op deze manier kan men zelf laaggeschoolde jongeren tewerkstellen in een soort van dienstenonderneming. Er zijn mogelijkheden genoeg. Ik denk bijvoorbeeld aan het ecologisch onderhoud van grasbermen, dienstverlening aan bejaarden, een mobiele winkel en zo meer.”

vakbond keuze 3 (freddy).JPG

Peeters wijst verder op de voorbeeldfunctie die de stad hier te vervullen heeft. “Het aantal allochtonen in dienst van de stad blijft nog steeds laag. De stad moet voor zichzelf de lat hoger leggen dan wat van hogerhand wordt opgelegd. De vier à vijf procent allochtonen die men vandaag tewerkstelt, zijn niet representatief voor het geheel van de Gentse bevolking. Een diversiteitbeleid mag geen oplapbeleid zijn. Het moet ver genoeg gaan om een goed resultaat te boeken en het moet worden geïntegreerd in elk beleidsdomein.”

Als voorbeeld haalt hij de poging van de politie aan om meer allochtonen in dienst te nemen. Behoorlijk wat allochtonen namen deel aan dat politie-examen, maar toen puntje bij paaltje kwam, bleek de overgrote meerderheid niet geslaagd te zijn. “De vraag is waaraan dat ligt. Als je het mij vraagt niet zozeer aan die jonge mensen zelf, maar in de eerste plaats aan het feit dat ze van jongs af aan in het onderwijs niet de specifieke aandacht hebben gekregen die nodig was. Bij de tewerkstelling van vrouwen stellen we bij het ACW een gelijkaardig probleem vast”, zegt Peeters. “Het probleem vertaalt zich daar eerder in de lage tewerkstellingsgraad van vrouwen in hoge functies bij de stad. Het OCMW is hierin de uitzondering.”

 

Middenveld blaft maar bijt niet

Middenveldorganisaties als het ACW hebben een dubbele, soms tegenstrijdige functie. Enerzijds moeten ze samen met het stadsbestuur het beleid uitstippelen. Anderzijds fungeren ze als waakhond ten aanzien van datzelfde stadsbestuur en moeten ze af en toe hun kritische stem verheffen. “Net daar knelt het schoentje wel eens in Gent”, weet Peeters. “Dat kan gaan van boze telefoons tot het steeds terugkerende verhaal dat ‘kritiek enkel de negatieve stemmen voedt’. Op die manier wring je natuurlijk elk debat op voorhand de nek om. Al moet ik wel zeggen dat het soms van departement tot departement afhangt. Zo hebben we voor het cultuurbeleid positief kunnen samenwerken met Sas Van Rouveroij. Nadat we de eerste versie van zijn cultuurbeleidsplan - ‘Cultuur als dwarsligger’ - onder ogen kregen, hadden we met enkele organisaties opgemerkt dat men was voorbijgegaan aan de specifieke rol van het socio-culturele middenveld. De schepen heeft oor gehad naar die kritiek en zijn beleidsplan daar ook aan aangepast. Spijtig genoeg hebben we met andere departementen, zoals Sociale Zaken van Martine De Regge, minder goede ervaringen. Misschien dat het in de toekomst zal verbeteren nu daarvoor een nieuwe schepen is aangeduid.”Financiële onafhankelijkheid is een andere factor die de kritische stem het zwijgen kan opleggen. Een fenomeen waarvan Peeters meent dat vooral kleinere organisaties er last van hebben. “Daar waar er door financiering te grote afhankelijkheid ontstaat, wordt men doorgaans opvallend veel braver.” Het ACW kan dit naar eigen zeggen vermijden door haar grote financiële zekerheid. “Mede door die geprivilegieerde positie hebben we volgens mij een grote verantwoordelijkheid ten aanzien van kleinere organisaties. Zo kunnen we trachten om hen zo goed als kan uit te wind te zetten en hun interne kritieken door te geven zodat deze toch voelbaar worden. Verder proberen we actief netwerken te organiseren en hun standpunten kracht bij te zetten door te fungeren als luidspreker naar het beleid toe.”

 

BERBER VERPOEST EN NATAN HERTOGEN