



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
De nieuwe stroppendragers?
Dirk Holemans over de commercialisering van de publieke ruimte
Op de vooravond van de Gentse Feesten organiseerde vzw Radar een avond met als thema: 'Strijd om de straat, wat met onze publieke ruimte?'. Schepen voor Cultuur van Rouveroij en ikzelf kruisten er samen met anderen de degens over de toekomst van de straten en pleinen van Gent.
Een debat dat tijdens de nazomer nog altijd brandend actueel is. Weekend na weekend wordt de stad ingenomen door mega-evenementen. Zaterdag 16 september was het OdeGand en cultuurmarkt. Een week later is het Flikkendag. Op de website van Flikkendag maken ze duidelijk wat dit betekent voor de stad: "Geloof ons, Flikkendag 8 wordt onvergetelijk! De Gentse binnenstad wordt één grote festivalweide, ... Optredens, straatanimatie, demonstraties, avontuur ... noem maar op. Flikkendag heeft het!" Of elke stadsbewoner zo opgezet is met deze evenementen die telkens tienduizenden mensen naar de stad lokken, dat is de vraag. De stad als permanente festivalweide, is dit de toekomst?
Niet dat Gent geen bruisende stad mag zijn, integendeel! Maar een leefbare stad vraagt om evenementen die de draagkracht van de stad niet overstijgen. En enige dosering kan ook geen kwaad. Af en toe een kater is draaglijk, maar een stad met een zwaar hoofd kan pijnlijk worden.
Een interessant fenomeen hierbij is de aanwezigheid van publiciteit in het straatbeeld. Het is nog niet zo lang geleden dat er actie werd gevoerd tegen schreeuwerige reclameborden in de stad. Elke leegstaand pand werd toen 'verstopt' achter de fameuze 20-vierkante meter borden. Stedelijke actiegroepen protesteerden tegen de 'verlelijking' van het openbaar domein. Esthetisch een ramp vonden deze critici, een te sterke aanwezigheid van publiciteit past niet in het stadsbeeld. Een stelling die vrij snel werd overgenomen door de stedelijke besturen en hogere overheden. Wat mij betreft was het weghalen van deze borden een hele verademing, het verschaftte de stad letterlijk meer ruimte.
Dat hiermee publiciteit zou verdwijnen uit de publieke ruimte, is echter een andere zaak. De paradox is dat er nog nooit zoveel reclame in het straatbeeld aanwezig was als nu. Waarbij de evenementen de topdagen vormen van nieuwe vormen van commercialisering van de publieke ruimte. Wat er op OdeGand te zien was in dit verband, spreekt boekdelen.
Tijdens dit uitverkocht evenement kochten de 20.000 deelnemers geen ordinaire toegangspas. Neen, ze ontvingen allemaal een lanyard (nekhanger) van de firma Base. Toegang tot de verschillende activiteiten kreeg je door deze halsband zichtbaar te dragen rond de nek. Waardoor heel de stad gevuld was met burgers die 'vrijwillig' reclame maakten voor Base.
Helemaal ironisch wordt het als naast de merknaam Base ook de reclameslogan 'Freedom of Speech' prijkt. Is dit de nieuwe vorm van vrije meningsuiting van burgers in onze hyperconsumptiemaatschappij? Twintigduizend mensen die zonder morren betalen om reclame voor een bedrijf te mogen maken? De conclusie vanuit de Arteveldestad ligt dan ook voor de hand. Vijfhonderd jaar na datum zijn we opnieuw stroppendragers geworden. En in tegenstelling tot toen was hier geen wapengekletter voor nodig, de burgers deden het geheel vrijwillig. Misschien is het juist daarom terug de hoogste tijd voor wat rebelse geluiden vanuit Gent.
DIRK HOLEMANS
