Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Het zal je job maar wezen: begeleidster in een asielcentrum

Asielzoekers hebben recht op eten en een bed in een open asielcentrum. Het Rode Kruis beheert in Vlaanderen verschillende zulke centra. We interviewden iemand die een tijd lang als hulpverlener werkte in het asielcentrum van Deinze. 'Je zit in een moeilijke situatie. Eigenlijk ben je er voor hen, maar toch zien ze je soms als iemand voor wie ze dingen moeten achterhouden.'

 

In welk centrum heb je gewerkt en wat was er jouw job ?

Ik werkte in het open opvangcentrum van het Rode Kruis in Deinze. Daar worden ongeveer negen niet-begeleide minderjarigen, dertien mannen en zeven families opgevangen.

Als individueel begeleidster kreeg ik er één familie en één man toegewezen. Een begeleidster moet instaan voor het respecteren van het huishoudelijk reglement en voor het goede verloop van het dagelijks leven in het centrum. Daarnaast was ik verantwoordelijk voor de kinderactiviteiten en de shop met tweedehandskledij.

De begeleiding van een persoon of familie verliep soms moeizaam. Veel hing natuurlijk af van de mensen in kwestie. De ene heeft meer ondersteuning nodig dan de andere.

Sommigen komen recht uit een conflictsituatie en hebben persoonlijke steun nodig. Anderen schenden voortdurend het huishoudelijk reglement en moeten meer daarin begeleid worden.

 

Waarom heb je voor die job gekozen?

Ik werkte voordien 5 jaar als vrijwilliger in het opvangcentrum van Brugge. Eerste twijfelde ik nog of ik het ook als job wou doen. Ik heb het geprobeerd, maar voor mij was het geen meevaller.

 

Wat was er frustrerend aan de job?

We organiseerden activiteiten maar het enthousiasme daarvoor was vaak beneden peil. Het was ook niet makkelijk om een divers en goed aanbod aan activiteiten te bieden. We konden bijvoorbeeld moeilijk iets buiten het centrum organiseren, omdat het budget tekort schoot.

 

Hoe leven de kinderen in zo'n centrum?

Er is een aanbod van activiteiten voor hen. Maar het is er niet simpel voor een kind. Vaak krijgen ze tegenstrijdige signalen. De ouders keuren bijvoorbeeld stout gedrag af terwijl andere bewoners dat gedrag net aanmoedigen omdat het animo brengt.

 

Neemt het Rode Kruis en haar medewerkers stelling in over het asielbeleid?

Het Rode Kruis is een neutrale organisatie en kiest daarom nooit partij in politieke debatten. Door deze positie kan het zich ook in conflictgebieden met humanitaire hulp bezighouden. In België betekent dit dat het Rode Kruis opvang organiseert voor asielzoekers zonder zich te mengen in het debat. Je kan je de vraag stellen of dat op zich al niet partij kiezen is, maar ik vraag me af hoe het anders kan. Ik heb me tijdens mijn job veel vragen gesteld bij het opvangsysteem, maar het Rode Kruis moet werken met de middelen dat het heeft.

Dit betekent natuurlijk niet dat elke werknemer met dit asielbeleid akkoord gaat. Persoonlijk vond ik dit zeer moeilijk, maar wezenlijk kon ik natuurlijk niet veel doen.

 

Wat is jouw mening over het huidige asielbeleid?

Ik vind principieel dat mensen het basisrecht hebben om hun levenssituatie te proberen verbeteren. Aan de andere kant vrees ik dat open grenzen in de huidige situatie te veel druk op de onderste lagen van onze samenleving zou leggen. Ik vind het een heel moeilijke discussie en kan er dan ook geen duidelijk standpunt in innemen. Het migratievraagstuk is bovendien gerelateerd aan politieke, economische en ecologische problemen die het nationale overstijgen. Hierdoor schiet een discussie over een nationaal asielbeleid sowieso te kort.

Wat de huidige situatie betreft ben ik alleszins voorstander van een nieuwe regularisatie van mensen zonder papieren. Ik vind het ook altijd frustrerend hoe veelvuldig de term 'illegalen' gebruikt wordt.

Een mens kan niet illegaal zijn.

Bovendien lijkt het zo alsof elke persoon zonder papieren een crimineel is.

 

Hoe is de verhouding tussen het centrum, de politie en de hulpverleners die er werken?

Er werden afspraken gemaakt met de lokale politie voor het geval dat de situatie ontspoorde door agressie. Maar er was ook samenwerking tussen het centrum en de politie in het kader van de asielprocedure. Ik weet niet precies hoe de regelgeving hierover nu geëvolueerd is, maar ik ben er in ieder geval geen voorstander van dat de politie ­in het centrum komt om mensen op te pakken voor repatriëring. Zolang ze kunnen blijven, moeten de bewoners zich veilig kunnen voelen. Met regelmatige arrestaties in het centrum wordt dat onmogelijk.

 

Geeft het centrum namen door aan de politie?

De opvang binnen het Rode Kruis wordt enkel georganiseerd voor mensen die in de procedure zitten en dus legaal zijn. Er is wel een vacuüm voor mensen die een procedure gestart zijn bij de Raad van State. Die mensen zijn illegaal in België maar worden gedoogd en krijgen opvang in het Rode Kruis zolang die procedure loopt. De mensen die voor Raad van State kiezen weten dit ook. Er was wel veel commotie in de periode dat er met de idee gespeeld werd om deze mensen te komen oppakken in de centra.

Wat wel gebeurt, is dat bewoners denken dat we te maken hebben met commissariaat of de Dienst Vreemdelingen Zaken. Dat zorgt uiteraard voor wantrouwen. Ze durven hun echte verhaal niet aan ons vertellen. We zouden hen nochtans beter kunnen helpen als ze ons echt vertrouwden. Als hulpverlener in een opvangcentrum zit je in een moeilijke situatie. Eigenlijk ben je er voor hen, maar toch zien ze je soms als iemand voor wie ze dingen moeten achterhouden.

 

Voelde je de nood om als individu in te grijpen bij schrijnende situaties?

Die nood voelde ik zeker. Toch is dit opnieuw zeer dubbel. Wat je doet voor de ene moet je kunnen doen voor de ander. Je creëert gemakkelijk verwachtingen die je niet kan inlossen. Een professionele houding betekent dat je emotioneel niet te hard laat meeslepen. Die houding is noodzakelijk, want het gaat keer op keer over kortstondige ontmoetingen. Maar dit is verre van evident, zeker niet als het gaat om minderjarigen. En soms klikt het echt met de bewoners. Dan is die afstand moeilijk te bewaren.

Af en toe wordt de lijn denk ik wel overschreden door begeleiders, de ene keer al wat verder dan de andere keer. Maar door de band probeerden we de bewoners uiteraard zo goed mogelijk te helpen binnen de lijnen. Als dit niet volstond, verwezen we vaak door naar instanties die hen wel verder konden helpen.

 

Wat heb je geleerd uit deze job?

Je werkt met mensen uit verschillende culturen, soms mensen die getraumatiseerd zijn, soms mensen die uit een traditioneel dorp komen, soms mensen die veel status en rijkdom kenden. Dat allemaal in een centrum met veel regeltjes. Daar werken betekende vaak op mijn eigen grenzen botsen.

De job spoort aan tot zelfreflectie. Elke bewoner houdt je een spiegel voor. Confronterend, maar heel boeiend.

 

Waarvan ben je geschrokken?

Aangezien ik ervaring had als vrijwilligster in open opvangcentrum van Brugge wist ik wel ongeveer wat me te wachten stond. Ik wist dat er af en toe agressie was en dat er mensen met wie je een goeie band hebt opgebouwd plotseling weer verdwijnen. Dus daar schrok ik niet echt van.

Waarvan ik wel geschrokken ben, is het feit dat er een aanzienlijk aantal asielzoekers jaren en jaren aan een stuk op zoek gaat naar asiel. Zo was er bijvoorbeeld een gezin dat een jaar in Deinze woonde. Zij moesten in het kader van Dublin (waarbij asielzoekers terugmoeten naar het land van eerste binnenkomst) naar Denemarken als ik me niet vergis. Een half jaar later hoorde ik dat ze in een ander opvangcentrum in Vlaanderen zaten. Die mensen lijken eeuwig op den dool.

 

Tiens Tiens wijdde haar vijfde editie aan de vluchtelingenproblematiek: Tiens Tiens 5